Een kunstenaar die niet mag exposeren en in stilte zucht

AMSTERDAM, 7 SEPT. Reservespelers zijn als kunstenaars die niet mogen exposeren. Ze kunnen niet laten zien wat ze waard zijn. Steeds knaagt de twijfel. Zijn ze wel goed genoeg?

Reservespelers zuchten in stilte. Ze tieren ook in stilte. Een reservespeler die stampij maakt is een dilletant, een splijtzwam, een slechte verliezer. Zo iemand hoort niet thuis in de hoofdmacht. Niet eens op de bank.

Hun bestaan is alleen te verdragen bij de gratie van de hoop. De hoop ooit geen reserve meer te zijn. Maar je kunt niet eeuwig blijven hopen.

Ja, als je Ernest Faber bent en 21, voor het eerste jaar bij de PSV-selectie, dan heb je nog geduld. Dan ben je nog vereerd als een routinier als Erwin Koeman voor jou moet wijken. Als je de taak krijgt Ajax-topscoorder Dennis Bergkamp onschadelijk te maken. Dan ben je verguld als je na afloop door je medespelers wordt geprezen. Gedienstig maak je weer plaats, want jouw tijd komt nog wel. Dat hoop je.

Maar als je Jerry de Jong heet en 28 jaar telt en eerste keus geweest bent en zelfs het Nederlands elftal gehaald hebt, dan heb je niet zoveel geduld meer. Je hebt ook niet zoveel hoop meer. Jij had ook wel als mandekker tegen Bergkamp willen spelen. Dat was toch je specialiteit, ooit, toen ze je nog een klasse-speler vonden. Je bent weer gepasseerd.

Hij had de opvolger moeten worden van Erik Gerets. Daarvoor was De Jong drie jaar geleden naar Eindhoven gehaald. Ondanks zijn doorsnee staat van dienst bij AZ'67, Telstar en Heerenveen. De toenmalige PSV-coach Guus Hiddink geloofde in zijn verborgen talent.

Het eerste seizoen was hij meestal reserve. Hij had niet anders verwacht. Ook al was hij 25, in de eredivisie was hij nog maar een groentje. Dit is een leerjaar, hield hij zich voor.

Zijn doorbraak was te danken aan blessures van Gerets en Van Aerle. Succes is in de voetballerij wel vaker gebouwd op andermans rampspoed. In elk geval greep hij zijn kans en binnen de kortste keren maakte hij ook zijn debuut in Oranje. “Ik dacht dat ik mijn waarde had bewezen. Daar voetbal je toch voor.”

Maar aan het eind van het seizoen kon hij toch weer op de bank gaan zitten. Op grond van anciënniteit en bewezen diensten kregen de oudgedienden toch weer de voorkeur. Volgens De Jong op basis van politieke, niet van voetbaltechnische argumenten. “Van eerlijke concurrentie is nooit sprake geweest.”

Had Erik Gerets zich maar gehouden aan zijn oorspronkelijke afscheidsplannen. Dan had Jerry de Jong vorig seizoen na een kleine onderbreking weer als rechtsachter in het basisteam gestaan. Maar de Belg moest zo nodig nog een jaartje doorgaan. En De Jong mocht als joker fungeren. De ene keer kon hij invallen als rechtsbuiten, de andere keer als linksachter. Het was dat hij zo dolgraag wilde spelen. Anders had hij bedankt voor dergelijke optredens, waarmee hij alleen maar kon verliezen. Als dank was hem te verstaan gegeven dat niet hij maar Van Aerle de plaats van Erik Gerets zou erven. Dat was de nekslag geweest.

Hij moet accepteren, zegt hij, dat hij niet langer eerste keus is. Maar hij kan het niet accepteren, zegt hij, omdat hij betere dagen heeft gekend. Liever dan bij PSV uitzichtsloos als reserve te dienen, en tijdens Ajax-PSV twee keer drie kwartier op zijn “krent” te zitten, speelt hij bij een club als Vitesse of Feyenoord. Maar hij zal zijn laatste jaar bij PSV natuurlijk “zo positief mogelijk” uitdienen. Hij blijft professional.

Ernest Faber kent nog niet de desillusie. Hij gelooft nog in de onbegrenste vooruitgang. Acht jaar geleden werd hij door PSV ontdekt bij de Eindhovense amateurclub DBS en onmiddellijk op het voetbalinternaat geplaatst. Drie jaar geleden haalde hij met het tweede elftal van PSV nog het kampioenschap, samen met spelers als Twan Scheepers en Wim de Ron. Zijn verblijven op uitleenbasis bij NEC en Sparta beschouwde hij alleen als intermezzo's, als opstapjes. Zijn doel bleef het eerste team van PSV.

“Als ik op mijn 23ste nog niet in Eindhoven terug ben, kan ik het wel vergeten”, verklaarde Faber een jaar geleden in Voetbal International. Zolang heeft hij niet hoeven wachten. PSV haalde hem dit seizoen al terug en gisteren maakte hij tegen Ajax zijn competitiedebuut voor PSV. Daarbij was het een groot voordeel, zei hij na afloop, dat hij de eredivisie al twee jaar lang kent. Hij had al vier keer tegen Dennis Bergkamp gespeeld en hij wist dus hoe hij de Amsterdamse goaltjesdief onschadelijk moest maken. Door hem op het middenveld niet te kort te dekken. Want als hij zich laat terugzakken en dan plotseling wegsprint, ben je kansloos tegen de Ajax-spits. Maar in het strafschopgebied gaf Faber Bergkamp geen centimeter ruimte. Ook de meeste kopduels won de verdedigende middenvelder van PSV.

Dat Bergkamp toch nog de enige Amsterdamse goal had gemaakt, daarover had Faber de pest in. Daar had hij niets aan kunnen doen. Hij had Pettersson moeten stuiten en dus Bergkamp laten schieten. Zo was de afspraak geweest.

En dat hij zaterdag tegen Den Bosch weer op de reservebank zou prijken, daar zat hij niet mee. Daarvoor was hij nou eenmaal reservespeler. Al hoopt hij natuurlijk dat hij ooit geen reserve meer zal zijn.

Ernest Faber speelt morgen met Jong Oranje tegen Duitsland. Jerry de Jong zit op de tribune bij Nederland-Italië.