Deetman: geen selectie van eerstejaars

ROTTERDAM, 7 SEPT. Universiteiten mag niet worden toegestaan hun studenten te selecteren. Ook mogen ze de propaedeuse niet gebruiken als een verkapte toelatingsprocedure. Het eindexamen in het voortgezet onderwijs, gebaseerd op een landelijke norm, is in feite het toelatingsexamen en hoort dat ook te blijven.

De voorzitter van de Tweede Kamer en oud-minister van onderwijs, W.J. Deetman, zei dit vanmiddag bij de opening van het academische jaar aan de Leidse Universiteit. Op de 13 universiteiten is vandaag officieel het studiejaar begonnen. In veel universiteiten hielden behalve bestuurders ook gastsprekers een rede.

Deetman betwijfelt of selectie een hogere kwaliteit van het onderwijs tot gevolg heeft. Wel leidt het tot minder studenten en aldus tot een geringer gebruik van menselijk potentieel. De universiteiten zouden beter hun opleidingen in lengte en niveau kunnen differentiëren, meent Deetman, wat ze volgens de oud-minister kunnen als ze de door hem beoogde zelfstandigheid hebben verworven.

De discussie over een grotere autonomie van universiteiten en hogescholen zit echter in het slop, meent Deetman. De universiteiten krijgen minder vrijheid dan aanvankelijk bedoeld, door de veranderingen die Tweede Kamer en minister Ritzen in de nieuwe wet op het hoger onderwijs - ingediend door Deetman - hebben aangebracht. Het wetsvoorstel, dat bij de Eerste Kamer in behandeling is, heeft niet langer de instemming van universiteiten en hogescholen, zo constateerde Deetman.

Heropening van de discussie over een grotere autonomie langs de lijnen die in de jaren tachtig zijn uitgezet noemde Deetman zinloos. Een uitweg zou kunnen zijn om het idee van een financieel betrekkelijk onafhankelijke universiteit, de "ondernemende universiteit', uit te werken. De overheid zou bij de financiering van de universiteiten moeten uitgaan van een zo groot mogelijke financiële zelfstandigheid en verantwoordelijkheid.

Aan de Groningse Universiteit werd bij de opening nadrukkelijk voor een grotere differentiatie van het onderwijs gepleit. Rector magnificus prof.dr S.K. Kuipers wil de student na een gemeenschappelijke propaedeuse uit twee hoofdstromen laten kiezen. Een klein deel kan op basis van de resultaten in de propaedeuse een opleiding volgen tot wetenschappelijk onderzoeker, die in de tweede fase wordt afgerond. De overigen krijgen een academische opleiding voor andere maatschappelijke functies.

Kuipers zei dat deze differentiatie ook gevolgen hoort te hebben voor de universitaire organisatie. Voor het onderwijs in de onderzoekersvariant in de eerste fase is maar een beperkt aantal docenten nodig. Die moeten daarnaast wel fundamenteel onderzoek blijven doen. De andere docenten zouden hooguit een dag per week kunnen besteden aan het bijhouden van hun vak. De rest van de tijd zouden ze met het onderwijs bezig moeten zijn. Daardoor kan het onderwijs kleinschaliger worden. Voorwaarde noemt Kuipers dat het onderwijs dezelfde waardering en carrièreperspectieven krijgt als het onderzoek.