Crisis Niacaragua na ontslag sandinisten; Chamorro zwicht voor Washington

MEXICO-STAD, 7 SEPT. In Nicaragua dreigt opnieuw een heftige politieke crisis, nadat president Violeta Barrios de Chamorro dit weekeinde onder Amerikaanse druk en protesten van de sandinisten grote schoonmaak heeft gehouden in de toplaag van de nationale politie: zij ontsloeg de sandinistische commandant René Vivas, alsmede elf andere commandanten en ondercommandanten. De opvolger van Vivas, Fernando Caldera, is evenwel ook een sandinist. Caldera heeft volgens zijn tegenstanders bovendien vuile handen omdat hij het niet zo nauw met de mensenrechten zou hebben genomen toen hij nog commandant van het zogeheten vierde district was, in de stad Granada.

Oud-president Ortega heeft gezegd dat Chamorro haar “legitimiteit om te regeren verliest door toe te geven aan Amerikaanse druk”. In de ruim twee jaar dat de Nicaraguaanse president nu aan het bewind is, heeft ze echter in toenemende mate daarvoor het hoofd moeten buigen. In de meest recente crisis in politiek-Managua is dat zelfs de druk van één enkele Amerikaanse politicus: de uiterst conservatieve Republikeinse senator Jesse Helms van North Carolina. Eerder al wist deze te bewerkstelligen dat in totaal 116 miljoen dollar aan Amerikaans ontwikkelingsgeld voor Nicaragua werd bevroren. Nu is hij de voornaamste inspirator van de Amerikaanse eis dat president Chamorro grootscheepse personele veranderingen in het Nicaraguaanse staatsapparaat moet doorvoeren voordat het ontwikkelingsgeld wordt vrijgegeven.

De relatie tussen Chamorro en de VS is in de afgelopen twee jaar zwaar verslechterd. Mevrouw Chamorro was de favoriete kandidaat van de Amerikanen bij de verkiezingen in 1990, toen de sandinisten na een bewind van twaalf jaar via de stembus uit de macht werden gezet. Maar van de door Washington gehoopte veranderingen in Nicaragua is niet veel terecht gekomen, zo meent onder anderen Helms.

De Amerikanen hebben twee belangrijke punten van kritiek. Ten eerste zijn na de nederlaag van de sandinisten nog steeds sandinistische militairen actief op leidinggevende posities in het staatsapparaat. Naast politiecommandant Rene Vivas is legerchef Humberto Ortega, broer van de sandinistische oud-president Daniel Ortega, het meest sprekende voorbeeld.

Washington is het ook niet eens met het tempo van de "denationalisatie'. In de nadagen van hun bewind hebben de sandinisten, zogenaamd ten behoeve van de staat, huizen geconfisceerd waarin ze vervolgens zelf gingen wonen. Die huizen moeten terug naar hun oorspronkelijke eigenaren, vindt Washington. Velen van deze eigenaren zijn namelijk Amerikaanse burgers of bedrijven.

Mevrouw Chamorro bevindt zich tussen twee vuren. Zij heeft de Amerikanen hard nodig voor de dollars ten behoeve van de wederopbouw van het land, zowel na de achtjarige burgeroorlog als na de ramp van vorige week. Maar ze heeft ook de sandinisten hard nodig voor het handhaven van de broze binnenlandse vrede. Nog steeds zijn de sandinisten de belangrijkste, en best georganiseerde politieke partij in Nicaragua. Intussen groeit de onvrede in Nicaragua zelf. Sinds het einde van de burgeroorlog gaat het niet veel beter met de doorsnee-Nicaraguaan. Groepjes oud contra-rebellen (recontras) en sandinisten (recompas) hebben al weer de wapens opgenomen om hun eis voor de herverdeling van landbouwgrond kracht bij zetten.

Daarnaast wordt president Chamorro geplaagd door schandalen. Zo zou haar schoonzoon en tevens sterke man achter het presidentschap, Antonio Lacayo, volgens de Amerikanen samenspannend met de sandinistische comandantes, zich in ruime mate ontwikkelingsgeld hebben toegeëigend. Chamorro stelt zich evenwel vierkant achter haar schoonzoon op en riskeert daarmee de blijvende toorn van Washington. Wat vele waarnemers van politiek-Managua tot de vraag leidt, hoe lang president Chamorro het nog kan volhouden.