Byron danst op grens van kunst en kitsch

Concerten: Het kwartet van klarinettist Don Byron met o.a. Ralph Peterson (slagwerk). Het kwartet van rietblazer Joe Lovano met o.a. Tom Harrell (trompet/ bugel) en Anthony Cox (bas). Gehoord: 5 en 6/9 BIMhuis, Amsterdam. Herhaling: Don Byron op 9 en 10/10 met diverse bezettingen op de Jazzmarathon Groningen.

De hedendaagse jazzliefhebber is veeleisend. Hij wil zowel gesticht als vermaakt worden. De hedendaagse jazzmuzikant weet ervan en is voldoende geschoold om aan beide wensen te voldoen. Diepgang en entertainment, het zijn zaken die hij met zorg weet te wegen en te doseren.

Neem klarinettist Don Byron, klassiek geschoold, goed thuis in de salsa muziek, en momenteel zijn tijd verdelend tussen de improvisatie-muziek die vroeger 'jazz' heette en klezmer die hijzelf 'jewish hip-hop' noemde. Hij houdt dat laatste genre het liefst van zijn jazz gescheiden, maar ja, als het publiek er nu zelf om vraagt... En dus speelde Byron zaterdag een klezmer-mop met alle voor die stijl typerende fraseringen. En omdat hij daardoor toch in Oost Europa was beland, speelde hij er meteen maar een volbloed Roemeens stuk achteraan, een danslied met ostinato-begeleiding van bas en piano. Dat Byron goed klarinet kan spelen was toen, halverwege de tweede set, allang duidelijk, zijn toon is krachtig en vol, zijn glissandi zijn adembenemend. Zoals het een goed entertainer betaamt, neemt Byron alle tijd om zijn stukken aan te kondigen, waarbij bijtende sarcasmen en slapstick elkaar afwisselen. Een hilarisch verhaal over de groei van zijn 'dreadlocks' werd gevolgd door een gepeperd stuk muziek in Caraïbische sfeer. Vervolgens, drie minuten lang, werd elke 'swingkont' in de zaal op het verkeerde been gezet door een ingetogen versie van Auf einer Burg, een lied van Robert Schumann uit diens Liederkreis, opus 39, no 7. Het stuk staat ook Tuskegee Experiments, Byrons eerste cd op eigen naam, verschenen op het prestigieuze label Elektra Nonesuch. Ook Tears kwam van die recente cd. Gitarist Bill Frisell is er in het BIMhuis wegens overwerktheid niet bij maar zijn bijdragen worden voldoende gecompenseerd door Byron zelf. Met schrijnende flageoletten weet hij te voorkomen dat het smartelijke stuk als een tearjerker eindigt. Don Byron kent het verschil tussen pathos en pathetiek, tussen kunst en kitsch. Hij kent die zelfs zo goed dat hij uitdagend op de grens danst, als een schooljongen die slootje springt.

Rietblazer Joe Lovano bleek zondag minder praatgraag dan Byron maar dat was geen bezwaar want zijn muziek spreekt voor zich zelf. Wie zich op de muziek van Ornette Coleman anno 1960 baseert hoeft geen onbegrip te vrezen, zelfs de bokkigste jazzfan heeft die inmiddels verteerd. Lovano opende met Sounds of Joy, titelstuk van zijn voorlaatste cd en dat paste als motto voor de hele avond. Drummer Jeff Williams en bassist Anthony Cox zorgen voor een bouncing beat met veel orgelpunt, en daarop swingen lijkt nauwelijks een kunst. De melodieën zijn eenvoudig en zangerig. Het wat omfloerste tenorgeluid van Lovano blijkt goed te accorderen met dat van trompettist/bugelspeler Tom Harrell. Dat die laatste de hele avond onbeweeglijk blijft staan is een wat ongewoon gezicht maar ergonomisch geheel verantwoord. Waarom op het podium staan dansen als de muziek het al doet en bovendien het publiek in de zaal ? Op de ene taart mag een flinke dot slagroom, de ander is van zichzelf al romig genoeg.