VN-troepen: vliegtuig is neergehaald

BELGRADO, 5 SEPT. Het Italiaanse vliegtuig met hulpgoederen dat eergisteren nabij Sarajevo neerstortte is vrijwel zeker door een van de strijdende partijen in Bosnië neergeschoten. Dat blijkt uit de bevindingen van VN-militairen bij de plaats van de ramp.

De Joegoslavische premier, Milan Panic, die meer dan andere Servische politici een tegemoetkoming aan bezwaren in de rest van de wereld tegen de Servische politiek voorstaat, overleefde gisteren een motie van wantrouwen in het Joegoslavische parlement.

De Franse militairen die gisteren aankwamen in het dorpje Jasenik, in de door de Kroaten en moslims gecontroleerde sector waar het Italiaanse vliegtuig neerstortte, troffen daar volgens ooggetuigen wrakstukken en menselijke resten verspreid over een groot gebied aan, hetgeen doet vermoeden dat het toestel in de lucht is ontploft. Strijders ter plaatse hebben tegenover de VN verklaard twee raketten te hebben gezien, waarvan één een vleugel van het toestel had afgeslagen.

De vier Italiaanse bemanningsleden, die met een lading lakens onderweg waren vanuit Split naar Sarajevo, zijn vrijwel zeker allen omgekomen. De VN, die zich formeel nog van verklaringen over de oorzaak van het neerstorten onthouden, hebben de humanitaire luchtbrug naar Sarajevo, de stad die al vijf maanden door Servische troepen wordt omsingeld, voorlopig onderbroken, totdat de toedracht van de ramp duidelijk is.

Wie op het vliegtuig heeft geschoten zal vermoedelijk moeilijk aan te tonen zijn, omdat in het gebied rond Sarajevo alle strijdende partijen vertegenwoordigd zijn in zones van soms enkele kilometers breed, waarbij de onderlinge grenzen vrijwel dagelijks verschuiven.

Zoals verwacht heeft de Joegoslavische premier Milan Panic, die op de Conferentie in Londen in openlijk conflict was geraakt met de Servische president Slobodan Milosevic, gisteren ruimschoots een motie van wantrouwen in het Joegoslavische parlement overleefd. Eerder was een motie waarin instemming werd betuigd met het optreden van de Joegoslavische delegatie op de conferentie met grote meerderheid aangenomen. Nadat de fractie van de in Servië regerende SPS, de partij van Milosevic, de steun voor de motie van wantrouwen had ingetrokken, stemden alleen nog de rechtervleugel van deze partij, en de extreem-nationalistische Servische Radicale Partij van Vojislav Sesel voor de motie van wantrouwen.

Het debat werd grotendeels bepaald door een persoonlijke confrontatie tussen Panic en Sesel, waarbij de laatste de eerste versleet voor ondermeer "vogeltje', "gigolo' en "charlatan'. Panic van zijn kant smeet Sesel een door deze bereidwillig ter ondertekening aangereikt papier, waarop hij zijn ontslagaanvraag als premier kon indienen, als prop in het gezicht.

Pag 5: Panic: mijn beleid enige kans voor Joegoslavië

Meer inhoudelijk verweten Sesel en een aantal afgevaardigden van de SPS premier Panic in Londen de belangen van het Servische volk te hebben verkwanseld. Met name Panic' bereidheid, de grenzen van Bosnië-Herzegovina en Kroatië te erkennen, waardoor de thans door Serviërs in deze republieken veroverde gebieden buiten het nieuwe Joegoslavië zouden blijven, was de Servische nationalisten een doorn in het oog.

Panic hield degenen die hem van defaitisme en toegeven aan Westerse druk verweten voor, dat Servië voornamelijk zelf verantwoordelijk is voor de oorlogssituatie en de internationale sancties tegen Joegoslavië. Hij noemde zijn eigen beleid “de enige kans” uit de crisis te geraken.

    • Raymond van den Boogaard