Vice-minister Chino van financiën optimistisch over economisch oppep-pakket; "Sfeer in Japan zal drastisch veranderen'; "Het zijn de financiële media die paniek zaaien en misverstanden over Japan de wereld insturen'

TOKIO, 5 SEPT. In de afgeschotte anti-chambre hangt een lijstje met tien adviezen voor een lang leven, van de monnik Soen Ozeki van de Daisen-in Zen tempel in Kyoto. Het laatste luidt: Word je 90 en komt de dood, stuur hem weg en schreeuw "wacht tot ik 100 ben'.

Chocoladekleurig, sjofel bankstel jaargang '70, versleten vloerkleed, kartonnen dozen in een hoek. Ergens speelt een radio klassieke pianomuziek. De vice-minister is nog niet terug van een receptie en de bezoeker bladert in een oude US News & World Report. Coverstory: Sexual Desire.

Het grijze bakstenen ministerie van financiën in hartje Tokio met zijn binnenplaats met bestelauto's, zijn hoofdingang zonder receptie, zijn kale, lange gangen, is het machtigste van heel het Japanse regeringscentrum. Sommigen zeggen zelfs het machtigste ter wereld sinds het einde van de Koude Oorlog.

Hier is de afgelopen weken koortsachtig gewerkt om Japans aangeslagen supermacht een mega-dosis toe te dienen van 10,7 biljoen yen (136 miljard gulden). “Hectische weken”, beaamt de verlate, joviale Tadao Chino. Hij is een van de twee vice-ministers van financiën, belast met internationale zaken. Zijn werkkamer heeft de afmetingen van een kleine zaal. Tegenover zijn bureau hangt een groot elektronisch scherm aan de wand, boven een expressionistisch schilderij van een Japanse meester, met de laatste effecten- en wisselkoersen van Tokio, New York, Londen en Frankfurt. Het is vrijdagmiddag half vier en de Nikkei-slotkoers staat op 18.555,30.

De vice-minister blikt er dik tevreden naar. In twee weken tijd is de Nikkei 3000 yen geklommen. En nog belangrijker, doceert hij, de omzet is deze vrijdag 740 miljoen aandelen, tegenover 200 miljoen stuks een paar weken geleden. “We hebben met onze maatregelen de stemming veranderd, de bodem is bereikt. Ik voorspel dat rond nieuwjaar de psychologische sfeer in Japan heel, heel anders is dan tot voor kort geleden”, zegt hij resoluut.

Paniek op Financiën, toen de Nikkei onder de 15.000 zakte? Welnee, zegt Chino lacherig. Het waren de media die pessimisme predikten, de Japanse en de internationale financiële media, de Financial Times voorop. “De Japanse banken zijn sterker dan ze lijken. Sinds 1942 is nog geen bank failliet gegaan.”

Toegegeven, Japan kampt met de “ernstigste” economische toestand sinds de Tweede Wereldoorlog. Maar Financiën zou de toestand hebben onderschat? Welnee, het zijn de media die de ware kracht van Japans economie onjuist taxeren. Hij rekent het graag even voor. Op 31 maart 1992, aan het eind van het laatste boekjaar, hadden de 21 grote Japanse banken 17,3 biljoen yen (240 miljard gulden) aan latente reserves. Toen stond de Nikkei op 19.300, deze middag op 18.555. “Dus hun buffer is nog bijna even groot.” De slechte leningen, leningen waarop zes maanden geen rente meer is ontvangen, bedragen 7 à 8 biljoen yen, waarvan 2 à 3 biljoen yen niet is gedekt door onderpand. Dat is maar een minuscuul deel van de totale activa van de banken, die hij raamt op 400 biljoen yen. “Er is dus geen reden voor bezorgdheid.” Chino begrijpt niet waar de veel grotere bedragen aan slechte leningen vandaan komen die in de media circuleren, oplopend tot wel 22 biljoen yen. “Ik heb geen idee”, zegt hij onbewogen.

Wat doet hem dan zeggen dat de toestand de ernstigste is sinds de oorlog? Chino: “De economische groei is ingezakt, de vraag naar geld ook, sommige bedrijven zien hun winsten dalen, de latente reserves van de banken zijn sinds 1990 verminderd, de deregulering heeft de concurrentie tussen de banken sterk aangewakkerd en hun marges verkleind”. In hoge mate weerspiegelt volgens hem de situatie bij de banken de algemene toestand van de economie. Maar laat niemand zich vergissen, de Japanse economie is nog steeds zeer sterk. Dat blijkt wel uit het grote handelsoverschot, zegt hij. Amerika zit diep in de schulden, daar stagneert de produktiviteit, daar is het concurrentievermogen gering.

Komt het oppep-pakket van 10,7 biljoen yen niet te laat? Kan de officiële doelstelling van 3,5 procent groei dit begrotingsjaar wel worden gehaald? Het parlement kan de maatregelen pas op zijn vroegst in november goedkeuren. Chino ziet weer grote misverstanden, misverstanden die door de media in de wereld worden geholpen. Hij zet ze graag even recht. Het mammoet-pakket is goed voor 2,3 procent extra economische groei, dat wil zeggen dat dan nog geen rekening is gehouden met de extra groei die de maatregelen in de marktsector zullen teweegbrengen. Laat de economie momenteel groeien met pakweg twee procent. Een kind kan zien dat de officiële doelstelling dan vrijwel zeker kan worden gehaald. “We komen er heel dichtbij.” Bovendien: een economische groei van 3,5 procent op de lange termijn is voor zo'n volwassen economie als de Japanse voldoende, jaarlijks 5 à 6 procent zoals tijdens de bubble-economie is uit den boze.

Een belangrijk onderdeel in het pakket is de sanering van de slechte leningen van de banken. Is daarvoor een bedrag uitgetrokken? Nee, zegt Chino. Hij weet ook niet of een deel van de 10,7 biljoen daarvoor zal worden gebruikt. De discussie om daartoe publieke gelden aan te wenden is nog gaande. Zolang de banken zelf niet zeggen hoeveel zij zullen bijdragen, zal Financiën wijselijk zijn mond houden, grijnst hij. Maar het plan een speciaal instituut op te richten dat de onderpanden van de banken opkoopt en vervolgens moet zien te verkopen, staat volgens hem vast. De liquidatie van de onderpanden moet de banken aan geld helpen, zodat ze weer kredieten kunnen verstrekken. “Met ongeliquideerd onroerend goed begin je als bank niets.”

Chino ziet veel positieve effecten van Japans mega-dosis op de wereldeconomie. “De beurs van Tokio herstelt zich, dat is belangrijk voor het herstel van het vertrouwen op de internationale financiële markten. Verder zal meer groei in Japan de hele wereldeconomie goed doen. Ik heb telefoontjes gehad van veel collega's uit het Westen die onze maatregelen verwelkomden, ook van internationale organisaties. Nee, ik noem geen namen.”

Op de vraag waarom de belasting niet is verlaagd voor de consument, omdat de regering immers had beloofd de kwaliteit van het leven te verbeteren, zegt Chino: “Ziet u iets van een recessie in de supermarkten? Onze inkomstenbelasting voor de lage en midden-inkomens is al heel laag, bovendien hebben we ruime aftrekmogelijkheden. Mensen die willen besteden, kunnen dat. Maar de mensen hebben te veel, hun huizen staan al vol, ze hebben te veel gekocht tijdens de bubble-economie.”

De suggestie dat de huizen misschien gewoon te klein zijn, wijst de vice-minister resoluut van de hand. “Welnee. Sommige huizen, ja. Maar de situatie is de afgelopen jaren sterk verbeterd. Ik heb er een intuïtie voor: de mensen willen geen belastingverlaging. De mensen willen hun baan behouden.”