Unger ontwierp zuinigste letter ter wereld

De eerste internationale grafische Maurits Enschedé Prijs is afgelopen week in Cambridge uitgereikt aan de Nederlandse letterontwerper Gerard Unger (1942). Een interview met de opponent van Wim Crouwel.

Het is frappant dat de tweejaarlijkse Maurits Enschedé Prijs van 20.000 gulden, in 1991 ingesteld door het grafische bedrijf John. Enschedé & Zonen, in weerwil van zijn internationale opzet, via de omweg van tenminste vijf buitenlandse juryleden naar een Nederlander ging, een Nederlander die zelfs ooit in dienst was van Enschedé.

Unger: “Die prijs kòn niet op een beter moment komen. De grafische wereld waarin ik vijfentwintig jaar heb vertoefd brokkelt af door de onvoorziene snelheid waarmee nieuwe apparatuur wordt ontwikkeld. Leveranciers van zetmachines en lettertypen kapseizen of zijn 'stehend tod'. De gevolgen blijven niet uit: een tijdlang haakte de ene opdrachtgever na de andere af.”

Daarom besloot Unger ongeveer een jaar geleden dat hij behalve opdrachtnemer ook maar zijn eigen opdrachtgever moest worden. Hij ontwierp een nieuwe letter, die hij nu aanbeveelt als 'de zuinigste letter ter wereld'. Uitgangspunt voor het ontwerp was de praktijk van Amerikaanse kranten om de lezers met steeds grotere letters aan zich te binden. Volgens Unger zijn ze inderdaad op tien meter afstand leesbaar maar boeiender worden ze toch niet omdat daarvoor de ruimte ontbreekt.

Unger: “Ken je Pol, Pel en Pingo? Ze komen uit een boek van mijn dochter, een klassiek Scandinavisch kinderboek. Op een kermis nemen ze het publiek bij de neus door op te treden als 'de grootste dwerg', 'de kleinste reus' enzovoort. Dat is mijn oplossing. De letter moest juist kleiner worden maar groter lijken.' Wegens de geringe marketingwaarde van Pol, Pel en Pingo zal de nieuwe letter, met het oog op haar relatieve afmetingen, Gulliver gaan heten.

Ungers loopbaan begon exact op het breukvlak tussen lood en licht, onder het gesternte van de grafische revolutie van de jaren zestig. Het loodzetten werd geliquideerd en andere technieken - fotozetsel en later digitalisatie - grepen de macht, met alle smarten en vertwijfeling van het overgangstijdperk.

De huidige Boymans-directeur Wim Crouwel (1928), toen ontwerper van Total Design, lanceerde zijn elegant gestroomlijnde New Alphabet (1968). Die letters waren geschikt om door de computer gelezen te worden, geschikter zelfs om in een mondaine museale vitrine als autonome vorm genoten te worden, maar ongeschikt om te lezen. Crouwels jongste opponent was Gerard Unger. Unger nam het in zijn tegenvoorstel, in naam van de leesbaarheid, op voor de lettervormen van het oude regime, zij het met gebruikmaking van de nieuwste reproductietechnieken.

Vasthouden aan leesbaarheid en technische vernieuwingsdrang zijn karakteristiek gebleven voor Ungers ontwerpersmentaliteit.

Wat Gulliver al aantoonde is dat Unger juist eerder in beweging komt voor problemen en beperkingen. Zijn letters zijn vaak toegesneden op specifieke technieken of situaties: de belettering van de Amsterdamse metro, de cijferserie voor het telefoonboek, zijn succesvolle Swift-letter voor de krant.

De publiciteit die Ungers letters kregen stond lange tijd in geen verhouding tot hun toepassingen. Door het elektronisch publiceren is het illegaal kopieëren van letterontwerpen makkelijk geworden, en heef een hoge vlucht genomen. Unger is bitter daarover: “De markt voor letters van ontwerpers is grondig bedorven door het kopiëren. Niemand weet meer wat een letter waard is. Tegenover ieder verkocht font staan vijf of zes illegale kopieën, iets waar zelfs de hele grote bedrijven aan meedoen: 'corporate copying'! In sommige landen gaat dat heel ver. Het schijnt dat wie iets bestelt voor Argentinië feitelijk inkoopt voor een heel continent. Wat doe je er tegen? De markt zou opgevoed moeten worden. Maar ook anderszins verlies je je eigendomsrechten: iedere gebruiker kan je letter veranderen op de computer. Nee, voor de Gulliver heb ik zeker niet die grote markt van kleine afnemers voor ogen. Ik verkoop haar liever aan een enkele klant die er heel veel mee gaat doen dan aan honderdduizend collega-ontwerpers.”

Vroeger was dat anders, weet Unger: “Denk maar eens aan de lettersnijder Kis die hier in de zeventiende eeuw werkte. Onderaan zijn letterproef van ca. 1687 staat: 'Begeert iemand Af-slagen of Matryzen van deeze Letters, nu eerst gesneden door Nikolaas Kis, addresseere zich aan den voorn. Meester, zal de zelve voor een redelyke prijs bekomen.' Zo wil ik het ook graag.”