"Steven Rooks heeft een aai over zijn bol nodig, of een knipoog'; "Het grootste nadeel van Post is dat hij niet kan luisteren'; "Ik krijg dan een schuldgevoel, waar ik dagen mee blijf zitten'

De 32-jarige STEVEN ROOKS rijdt morgen in Benidorm een van zijn favoriete wedstrijden, het wereldkampioenschap op de weg. Vorig jaar werd hij tweede. De "Friese stijfkop' uit Noord-Holland is nu geen favoriet, zit zelfs in een dal, maar voorspelt een opbloei. Het is vallen en opstaan sinds zijn profdebuut in 1982.

Steven Rooks werd geboren in Stompetoren, tussen Alkmaar en Hoorn, maar zijn wortels liggen in Friesland. De ouders van de renner, die in Dokkum opgroeide, spreken thuis in Heerhugowaard nog altijd Fries. Fierljeppen deed hij nooit in wedstrijdverband, maar als jongetje was hij wel een begaafd polsstokspringer. “Schitterend werk was dat”, weet hij nog, “je zeilde over de sloten bij je zoektochten naar kivietseieren. Die vier meter lange stok heb ik nog, maar hij ligt in twee stukken. Hij knakte jaren geleden, toen een vriendje het eens wilde proberen. Had de verkeerde techniek. Die techniek verleer je trouwens nóóit. Ik zou nog twee, drie meter hoog kunnen springen, ik vlieg zo op het dak van de garage, zonder problemen.”

Hij geniet zichtbaar van het ophalen van die herinneringen. Bekennen doet hij het niet, maar het lijkt wel of hij een beetje heimwee heeft naar Friesland. In elk geval, geeft hij toe, zou hij wat zijn karakter betreft in het hoge noorden niet uit de toon vallen. “Friezen zijn meestal stijfkoppen. Het zijn mensen met een eigen mening, waaraan ze ook vast houden. Die eigenschappen heb ik ook wel een beetje.” Mede door dat karakter heeft de nuchtere, dikwijls nors ogende kopman van Buckler in zijn lange carrière tal van conflicten gehad. Met ploegleider Peter Post, bijvoorbeeld, bij wie hij in mei 1982 zijn profdebuut maakte en bij wie hij twee keer terugkeerde: in '84 en in '90.

“Ik kraak niks van hem af”, zo begint Rooks over Post. Maar dan laat hij zijn eerste kritiek volgen. Post, vindt hij, leeft in het verleden. “Zo en zo moet het gebeuren, zegt hij altijd. En zo gebeurt het dan ook. Punt uit. Dat ging nog in zijn Raleigh-tijd, hoewel Raas en Knetemann al tegensputterden. Tegenwoordig accepteert men dat niet meer. Iedere renner heeft zijn eigen mening over het vak. Het grootste nadeel van Post is dat hij niet kan luisteren naar iemand met een ander oordeel.”

Luisteren naar raad van anderen is ook niet het sterkste punt van Rooks. Bij de voorstelling van de amateurformatie Batavus, in januari '82, riep ploegleider Piet Hoekstra naar de verzamelde pers: “Dit is Steven Rooks, hij wil prof worden, maar dan zal hij echt meer moeten gaan trainen.” Achteraf, beseft Rooks, had Hoekstra groot gelijk. “Het was helemaal waar. Ik negeerde zijn adviezen. Wist ik veel. Pas drie jaar was ik wielrenner en in 't begin leefde ik niet best voor mijn sport. Ik was wel gestopt met roken, maar ik ging nog flink op stap en dronk de nodige pilsjes. Ik rommelde eigenlijk maar wat aan.” Desondanks werd '82 een uitstekend seizoen. Als amateur weerde Rooks zich in de "open' Parijs-Nice zó goed temidden van de profs, dat hij de aandacht trok van Post en prompt een contract kreeg bij Raleigh.

Het "huwelijk' duurde niet lang. Post eiste dat Rooks zich in het zweet fietste voor Zoetemelk, Van der Velde, Raas en Knetemann. De jonge renner voelde daar niet altijd voor. Hij was gewend als een van de betere amateurs zijn eigen kansen te zoeken. In de Ronde van Zwitserland reed "de Kneet' lek en schreeuwde Rooks toe te wachten. De Noordhollander weigerde. Rooks: “Toen begon alle ellende. Ik kreeg terecht op mijn flikker van Post. Maar daarmee was de kous niet af. Hoewel ik zoiets als een optie had voor een contract in 1983, moest ik weg. Winnen en De Rooij kwamen plotseling vrij, die twee wilde Post hebben. Voor mij was er geen plaats meer. En het was al eind september. Waar vond ik nog onderdak? Post maakte zich daar niet druk over. Zo is hij nu eenmaal. Keihard, in alle opzichten.”

Post kan tieren, zo heeft Rooks ook later aan den lijve ondervonden. Maar de Amstelveense chef d'équipe hanteert ook andere methoden om zijn boosheid te uiten: hij kleineert een tegenvallende renner of hij negeert hem volledig. Rooks zegt daar erg onder te hebben geleden, zoals hij ook gruwt van de aanpak die zijn huidige ploegleider Jan Raas pleegt te hanteren. Harrie Jansen, pr-man van Buckler, vertelt daarover: “Als Rooks niet lekker draait of onoplettend is, zit Raas zich te verbijten in de volgauto. Hij wil dan naar hem toe, om tegen hem te bulderen of te vloeken. Ho ho Jan, roep ik op zo'n moment. Want die benadering is fout. Ten minste ten opzichte van Rooks. Die kan daar absoluut niet tegen. Het gaat ten koste van zijn zelfvertrouwen. En dat heeft-ie toch al zo weinig. Rooks heeft een aai over zijn bol nodig, of een knipoog, vooral als het niet lekker loopt.”

Rooks beaamt dat laatste. Hij zegt dat hij in wezen zachtaardig is, dat hij nachten wakker heeft gelegen van de “hardhandige werkwijze van Post en soms ook van Raas. "Wat is er nu weer loos', gaat het dan door mijn hoofd. Ik krijg dan een schuldgevoel, waar ik dagen mee blijf zitten. Gaat natuurlijk ten koste van mijn prestaties op de fiets. Aan Post en Raas kun je zien dat er stress hangt. Aan Jan Gisbers merk je dat niet, hoewel die stress er bij PDM natuurlijk ook was. Daar kreeg ik automatisch het gevoel van: het wordt tijd dat je weer eens wat laat zien. Ik was van '86 tot en met '89 bij Gisbers en dat waren niet voor niets de vier beste jaren uit mijn loopbaan. Misschien was Gisbers wat te zacht, maar hij liet me met rust. In dat opzicht leek hij op De Gribaldy.”

De Franse graaf Jean de Gribaldy, ploegbaas van SEM, ontfermde zich eind '82 over de door Post weggestuurde Rooks. De overstap was verre van gemakkelijk. Rooks sprak geen woord Frans (“gelukkig was de Ier Sean Kelly er nog”) en hij kreeg van zijn adelijke werkgever slechts een fiets en kleding. Salaris was er aanvankelijk niet, zodat de coureur leefde van de bescheiden bijdrage van zijn privé-sponsor Agu-Sport. Rooks: “Ik word wel eens afgeschilderd als iemand die alles gemakkelijk opneemt. En als een klager met te weinig initiatieven. Mijn avontuur bij SEM bewees toch het tegendeel? Later, eind '85, ging ik naar PDM. Opnieuw een grote gok, want op het moment dat ik tekende was er nog niks bekend. Kwamen er andere goede renners? Hoe zou het personeel worden samengesteld? Pedro Delgado contracteren we ook, zeiden ze. Gebeurde ook. Maar pas na de Tour de France werd de ploeg echt in elkaar gestoken.”

Bij De Gribaldy reed Rooks zich internationaal in de kijker. De onbetaalde coureur uit Warmenhuizen triomfeerde op sensationele wijze in de klassieker Luik-Bastenaken-Luik. Post moest ervan knarsetanden, maar voelde er aanvankelijk niet voor zijn "verloren zoon' weer in zijn armen te sluiten, “want Steven is niet bereid voor de ploeg te werken”. Rooks keerde desondanks terug, werd beschermd renner. Hij werd in '85 tweede in de Dauphiné Libéré, waarmee hij zijn eerste deelneming aan de Tour de France afdwong. In juni van dat jaar had hij al besloten dat hij Post ging verlaten. “Post eist van iedereen altijd - ook nu nog - dat je je eerst waar maakt. Anders mag je niet mee naar een grote ronde. Daar zit een groot gevaar aan: als je keihard traint om in de Dauphiné of de Ronde van Zwitserland uit te blinken, is de scherpte er in de Tour af. Post zou wat dat betreft kunnen leren van de geschiedenisboeken. Zoek maar op: wie de Dauphiné of Zwitserland wint rijdt nooit een super-Tour.”

Via een goed bevallen periode bij Gisbers, met de tweede plaats in de Tour van '88 als hoogtepunt, koos hij in '90 toch weer voor Post. Wegens het grote geld en omdat hij alleen bij Panasonic in één ploeg kon blijven met zijn maatje Gert-Jan Theunisse, met wie hij nog altijd goede contacten onderhoudt. De prestatiecurve van Rooks vertoont sindsdien een neergaande lijn. De laatste goede herinneringen bewaart hij (inmiddels als renner van Buckler) aan het WK van vorig jaar in Stuttgart en aan Luik-Bastenaken-Luik, waar hij beide keren tweede werd.

In de afgelopen Tour was hij tamelijk onzichtbaar. “De Alpenrit naar Sestrières verliep nog redelijk goed. Een dag later, naar Alpe d'Huez, was de motor opgeblazen. Ik had lucht zat, maar de benen wilden niet meer. Aan de kant van de weg hebben ze daar te weinig begrip voor. Ze weten ook niet dat ik alles heb gegeven om daarna nog eens met een ontsnapping mee te gaan. Volgend jaar moet het anders. Dan wil ik, om fitter aan de Tour te beginnen, een andere voorbereiding. Geen Ronde van Spanje, maar wat klassiekers. En dan een periode van rust, zoals in mijn PDM-tijd. Tweede zoals in '88 word ik niet meer, maar misschien kan ik met die aanpak toch nog één keer hoog eindigen in de Ronde van Frankrijk.”

De veteraan Rooks voelt zich nog niet versleten, denkt dat hij weer kan opbloeien. Hij zegt behoefte te hebben aan een nieuwe impuls. De wereldtitel? De rit om de regenboogtrui ligt hem goed, zo blijkt uit de historie. Hij kent het heuvelachtige parcours in Benidorm door en door. En hij is goed voorbereid, al had hij afgelopen week liever enkele grote wedstrijden in Italië gereden, zoals Theunisse deed.

Maar zijn sponsor beschikte anders. Afgelopen zondag moest hij opdraven in een Franse wedstrijd, maandag toog hij naar Spanje. Buckler stopt. Raas vond deze week op het laatste moment in WordPerfect een nieuwe sponsor. Rooks hoopt dat hij na het WK met Raas kan onderhandelen over een nieuw contract. “Ik te duur? Welnee. Raas kan me best betalen, zeker nu zijn ploeg een stuk kleiner wordt en maar aan één grote ronde kan meedoen.”

Maar Raas heeft zich meer dan eens laten ontvallen niet verder te willen met “die eigenwijze stijfkop”. “Zelfs al verovert Rooks de Regenboogtrui moet hij bij me weg.”

    • Guido de Vries