Piekfijn geregeld

De corruptie onder de Nederlandse ambtenaren neemt hand over hand toe. Dinsdag is bekend gemaakt dat binnen een bepaalde tijd 243 ambtenaren zich "op een of andere wijze' hadden laten omkopen en dat er een onderzoek was "gestart'. Wie ergens mee wil beginnen moet het eerst starten, zoals je de motor moet starten voor de auto wil rijden. "Opstarten' is iets anders dan starten, het is groter en gewichtiger en vaak ook gevaarlijker. Een atoomreactor wordt "opgestart'. Misschien zullen Thor en Donar een onweer opstarten. God heeft de Jongste Dag eergisteren opgestart.

Tegen 243 van corruptie verdachte ambtenaren is een onderzoek gestart. Daar schieten we niets mee op. Als de dag van gisteren staat me bij dat ik een man die ik voor onkreukbaar had versleten, triomfantelijk hoorde vertellen hoe hij de Amsterdamse parkeermeters met Amerikaanse penny's tevreden stelde. Het was in een onkreukbaar gezelschap. O, zei de tweede, daar ben ik weleens op betrapt maar toen heb ik de parkeerwacht tien gulden gegeven en toen mocht ik gewoon wegrijden.

Ik wist niet wat ik hoorde. Het was een slag, of misschien wel de onmiddellijke genadeslag voor mijn diepste van alle vaderlandse bijgeloven. Een Nederlandse ambtenaar láát zich niet omkopen. Als je dat probeert gebeurt er iets verschrikkelijks met je. Buitenlandse ambtenaren, die wel. Nadat ik mijn inwendig taboe eenmaal had doorbroken heb ik menige roebel, dollar, mark onder de tralies van een loketje doorgeschoven of in een hand aan het einde van een stiekem hangende arm gefrommeld. Hoewel ik wist wat er dan zou gebeuren, namelijk datgene wat ik wilde hoewel het niet door de beugel kon, heb ik het altijd een vorm van hocuspocus gevonden. Maar een Nederlandse ambtenaar: die beschikte eenvoudig niet over zo'n hand voor de illegale ontvangsten.

Nu dus niet minder dan 243 geheime kassahanden, of 167, ik ben die krant kwijt. Het doet er niet toe, het gaat om de getallen: want veel of weinig gevallen, je ziet alleen de getallen en niet de handen zelf, laat staan het gezicht van de eigenaar. Ik wilde weten om hoeveel geld het ging, wie het had betaald voor welk doel en wat de ambtenaar ermee had gedaan, "goede sier' gemaakt, of in een "piekfijne kampeeruitrusting' geïnvesteerd, zoals de Amsterdammer P.B., de eerste na de oorlog die meer dan ƒ 100.000 achterover drukte en bij het Centraal Station een volksoploop veroorzaakte toen hij door twee rechercheurs uit Zuid-Frankrijk werd gerepatrieerd. ""Ja meneer, piekfijne spulletjes waren het'', zei een van de ambtenaren toen tegen de verslaggever van Het Parool.

Het blijft bij getallen. In een verslag van Jos Slats in de Volkskrant van vrijdag wordt dit manco toegelicht: ""Ook politie handelt corruptie liever binnenskamers af.'' Onder die kop lees je dat het hek van de dam is terwijl eigenlijk van een dam niet eens meer kan worden gesproken. De hele sloot is gedempt en met kuddes tegelijk rennen de ambtenaren het verboden weiland in. Maar toch: alleen getallen.

Het Nederlandse volk verstopt zich achter getallen. Het beste voorbeeld daarvan wordt deze week geleverd door het rapport van het Sociaal Cultureel Planbureau dat erin slaagt, een portret van het hele volk te maken zonder de naam van ook maar één individu te noemen. Daarbij is het Bureau al verfijnd te werk gegaan zodat het geen kritiek is als ik zeg dat het nog verfijnder zou kunnen. Niet alleen hoeveel op het totaal slachtoffer van een misdrijf is geworden maar ook: hoeveel er een daadwerkelijk op hun geweten hebben, of er bijtijds van afgezien wegens moeheid, hoofdpijn of verstopte neus. Hoeveel schrijvers Adriaan van Dis hebben benaderd om ten behoeve van eigen naambekendheidsvergroting in zijn televisieshow te komen en dit in ruil voor eeuwige vriendschap; hoeveel in hun opzet toen zijn geslaagd, en hoe lang die vriendschap daarna nog heeft geduurd. Dit en nog veel meer valt allemaal in staafdiagrammen vast te leggen. Maar zoals in het geval van de ambtenaren, hierboven genoemd: we schieten er niets mee op.

Vroeger wisten we in Nederland met al onze diepe meningsverschillen de binnenlandse vrede te bewaren door de verzuiling. Heeft de slang gesproken? Welke waarde moeten we aan Darwin toekennen? Heeft de Internationale profetische waarde? Alle Nederlanders konden denken, zeggen en zingen wat ze wilden omdat de zódenkenden in de volgende zuil zaten waar ze de andersdenkenden niet konden zien of horen. Professor Arend Lijphart heeft er een klassiek essay over geschreven waarin hij betoogt dat de leiders van de zuilen op het hoogste Haagse niveau met elkaar verkeerden als regeringen van zelfstandigde staten.

Door de auto's en de televisie is de "zuilenstructuur' verwoest, maar niet de blijkbaar veel dieper gewortelde Nederlandse behoefte aan "consensus', dat wil zeggen, de afkeer van het namen noemen en openbare ruzies en de behoefte "de vuile was binnen te houden'. Het was een probleem. Maar de Nederlanders zouden de Nederlanders niet zijn als ze daarvoor niet een praktische oplossing hadden bedacht. Die werd gegeven door de enquête en de statistiek.

Er is nu geen land ter wereld waar je zo dikwijls het hemd van het lijf wordt gevraagd. Aan de deur, door de telefoon, via de brievenbus. Op straat komt er opeens iemand op je af, balpunt in de aanslag, een stuk papier op een plankje geklemd, die zegt: ""Mag ik u iets vragen?''

Vanzelfsprekend. Wie iets gevraagd wordt telt mee in de maatschappij.

""Hoeveel keer hebt u de afgelopen maand geprobeerd een ambtenaar om te kopen?''

De ondervraagde kijkt eens naar de lucht. ""Nou, dat zal zijn, laat 'es kijken'', en hij grijpt met zijn ene hand de vingers van zijn andere. Zo ontstaat de statistiek waardoor we als volk onszelf tot de laatste geheimen leren kennen terwijl de politie liefst toch alles binnenskamers houdt.

Ik vind het geniaal. Consensus, privacy, de binnenlandse vrede, alles gered dank zij de cijfermatige behandeling.

*** PS. Vorige week schreef ik dat het me zou verwonderen als er geen boek over vogelverschrikkers bestond. Het bestaat: SCARECROWS, by Avon Neal, photographed by Ann Parker, Barre Publishing, Barre Massachusetts, 1978. Het zou me verbazen als dit het enige is.