OVER DE VERNIETIGING VAN MOZAMBIQUE

A Complicated War. The Harrowing of Mozambique door William Finnegan 325 blz., University of California Press 1992, f 62,- ISBN 0 520 07804 7

Waar twee olifanten vechten. Mozambique in oorlog tekst Adriaan van Dis, foto's Kadir van Lohuizen 95 blz., geïll., Meulenhoff 1992, f 34,50 ISBN 90 290 2624 3

In januari 1983 werkte de boer Orlando Passanjezi Galave vreedzaam op zijn akker in het Mozambikaanse Morrumbala toen hij in handen viel van een patrouille van de verzetsbeweging Renamo. Galave was in het bezit van een fiets, en de rebellen concludeerden prompt dat hij die van het heersende Frelimo-bewind had gekregen. Galave was derhalve een spion. Ze bonden hem de handen op de rug en brachten hem naar hun kamp. Toen Galave weigerde te bekennen dat hij een spion was, sneden ze hem zijn rechteroor af en dwongen ze hem het afgesneden oor op te eten. Toen hij bleef weigeren, sneden ze hem ook zijn neus, zijn lippen en zijn linkerhand af. Ten slotte sneden ze hem de keel door en lieten ze hem voor dood liggen.

Galave overleefde en kon zijn gruwelijke verhaal vijf jaar later navertellen aan de Amerikaanse journalist William Finnegan, die het in zijn boek A Complicated War. The Harrowing of Mozambique heeft verwerkt ter illustratie van de aard van de al zestien jaar durende burgeroorlog in Mozambique. Galave's verhaal is typerend voor het optreden van Renamo - wellicht 's werelds wreedste en meest meedogenloze rebellenbeweging sinds Pol Pots Rode Khmer.

Wat Renamo de afgelopen zestien jaar in Mozambique heeft uitgehaald, tart elke beschrijving: er zijn tienduizenden Galave's, mensen die om niets zijn gemarteld en in tenminste honderdduizend gevallen zijn vermoord. In zijn strijd tegen het sinds de onafhankelijkheid van 1975 regerende Frelimo-bewind heeft Renamo voornamelijk het wapen van de botte terreur en de systematische, psychotische vernietiging toegepast. Overvallen dorpen werden vernietigd: scholen en ziekenhuizen werden verwoest, huizen in brand gestoken, velden in brand gestoken, de bevolking vermoord of weggevoerd voor dwangarbeid.

LEVEND GEKOOKT

De favoriete doelwitten van Renamo waren de ziekenhuizen, de scholen, konvooien met voedselhulp en binnen- en buitenlandse hulpverleners: tussen 1976 en 1988 vernietigde Renamo 978 klinieken en en gezondsheidscentra, 46 procent van het totaal, en drieduizend scholen; vierhonderd leraren en onderwijzers werden gedood. Foltering behoorde tot de standaardpraktijk van Renamo: kinderen zijn voor de ogen van hun ouders levend gekookt, ledematen worden bij wijze van routine afgesneden. Het Amerikaanse ministerie van buitenlandse zaken - dat niet kon worden verdacht van sympathie voor het marxistische Frelimo - kwam in april 1988 tot de conclusie dat Renamo zich schuldig maakt aan ""het executeren met vuurwapens, bijlen, messen en bajonetten, het levend verbranden, wurgen, doodhongeren, verdrinken en willekeurig beschieten van burgers tijdens aanvallen op dorpen''.

De schaal van de ellende die de strijd van Renamo heeft aangericht is verbijsterend: 600.000 tot 900.000 mensen zijn gedood, meer dan een miljoen verminkt, drie miljoen op de vlucht gedreven (een miljoen van hen naar omringende landen), en dat op een bevolking van slechts 16,3 miljoen mensen. De economie en de infrastructuur van Mozambique zijn volledig verwoest. Als gevolg van de oorlog en natuurrampen als de langdurige droogte zijn acht miljoen Mozambikanen ondervoed.

William Finnegan geeft in zijn boek een afgewogen beeld van de oorlog. Hij trok in 1988 naar Mozambique met de gebruikelijke vooroordelen: Frelimo was een bevrijdingsbeweging die in 1975 het bestuur in een land had overgenomen dat door de Portugezen als wingewest was gebruikt en waar de Portugezen voor ze vertrokken het weinige dat er was nog eens uit pure woede over hun verdrijving hadden verwoest; een straatarm land, waar het nieuwe linkse bewind met veel idealisme aan de slag ging. Tegen die regering vocht Renamo, een verzetsbeweging die door het blanke minderheidsbewind in Rhodesië was gesticht om dat links bestuur in het buurland te destabiliseren, en die nadien werd gesteund door Zuid-Afrika. Renamo, zo wist Finnegan in 1988, was een organisatie van brute plunderaars, zonder ideologie, zelfs zonder aanwijsbaar doel, afgezien van de verdrijving van het marxistische Frelimo.

TWEE GROTE FOUTEN

Het was een simpel beeld, en het moest, zo bleek Finnegan in Mozambique zelf, al snel worden genuanceerd. Het was immers moeilijk verklaarbaar hoe Renamo de strijd kon volhouden en grote delen van Mozambique bleef controleren, hoewel Zuid-Afrika de organisatie sinds enkele jaren niet meer steunde - althans die steun aanzienlijk had verminderd.

Daarvoor zijn twee grote fouten van het Frelimo-bewind verantwoordelijk, ontdekte Finnegan, die beide voortvloeien uit de marxistische ideologie die het Frelimo zolang is blijven aanhangen. De eerste fout is het streven naar centralisatie. Een groot deel van de bevolking van Mozambique leeft niet in dorpen of steden maar in verspreide en geïsoleerde gehuchten. In het kader van de collectivisatie van de landbouw en het streven naar ontwikkeling zowel als controle heeft het Frelimo lang getracht de plattelandsbevolking in nieuwe dorpen te concentreren. Dat heeft bij die bevolking veel kwaad bloed gezet.

De tweede fout - nog ernstiger - was de afkeer die de ontwikkelde en moderne Frelimo-leiders koesterden tegen de eeuwenoude Afrikaanse tradities en tegen de traditionele lokale leiders op het platteland: de kleine feodale dorpschefs, maar ook de curandeiros, de wonderdokters, de kruidenmeesters. Voor het Frelimo moest die traditionele Afrikaanse samenleving als zijnde feodaal en obscurantistisch plaatsmaken voor het wetenschappelijke socialisme. Renamo heeft jarenlang op die fout ingespeeld door de afgezette dorpshoof-den en de curandeiros in ere te herstellen en pas sinds kort heeft het Frelimo zijn fouten ingezien.

A Complicated War geeft een goed beeld van de manier waarop een in potentie rijk land volkomen is geruïneerd, al kon Finnegan wat zuiniger zijn met details van zijn journalistiek opgeschreven belevenissen die niet relevant zijn voor zijn verhaal.

Een ander beeld van dezelfde oorlog wordt gegeven in Waar twee olifanten vechten. Mozambique in oorlog, van Adriaan van Dis, met vele foto's van Kadir van Lohuizen. Het is een boek waarin de foto's een wat ander verhaal vertellen dan de tekst: terwijl de tekst - mooi opgeschreven - de verschrikkingen van de oorlog vertelt, met veel details die ook in Finnegans boek voorkomen, zijn de foto's veel minder uitgesproken. Ze zijn mooi, maar veel foto's kunnen eigenlijk in elk land van zwart Afrika zijn gemaakt, ook in landen zonder verwoestende burgeroorlog. Van Dis ziet dat kennelijk zelf ook in, want, zo schrijft hij, ""foto's en tekst vullen elkaar aan''. Maar zo werkt het niet: het boek blijft op twee benen lopen.

    • Peter Michielsen