Op zoek naar een financiële zielenhoeder

De Amerikanen Gourgues en Homrich zijn bekende deskundigen op het gebied van (persoonlijke) financiële planning in de VS, de bakermat ervan. In hun boek Total Financial Planning leggen ze uit wat het inhoudt. Dat is nodig, want de onder adviseurs en cliënten gangbare definities van het beroep lopen zo uiteen dat instellingen en ondernemingen vele miljoenen dollars aan advertenties uitgeven om consumenten duidelijk te maken wat zij, volgens hen, mogen verwachten van een planner.

De term financiële planning heeft volgens de auteurs twee betekenissen. De procedure van onderzoek, diagnose en therapie (advies) voor de man of vrouw die op de bank van de financiële psychiater ligt. En als tweede de inhoud van het beroep zelf, dat zich volgens Amerikaanse top-planners ontwikkelt van het een- of meer keer onderzoeken/plannen van iemands conditie naar een band voor het leven. De rol van de planner verandert dus in die van een adviseur als een huisarts, die geraadpleegd wordt bij belangrijke beslissingen. Daarom noemt zo'n planner zich liever personal financial advisor. De benaming planner associëren veel Amerikanen met iemand die een product of dienst verkoopt en dat doet een adviseur niet, behalve zijn of haar eigen dienst natuurlijk.

Een onderzoek heeft zin als de onderzochte kan aangeven wat hij verwacht van de toekomst; zijn eisen en wensen. Voor een complete inventarisatie moeten allerlei gegevens worden verzameld en onderzocht. Niet alleen over geldzaken, in de vorm van een balans en een winst- en verliesrekening bij voorbeeld, maar ook over vaak moeilijk te definiëren persoonlijke zaken.

Een sessie op de bank vraagt tijd. Afhankelijk van het geval misschien wel acht uur. De doorlooptijd is langer, want niet iedereen heeft alle nodige informatie direct bij de hand. Dat is voor een adviseur, die niet per uur wordt betaald door zijn cliënt, veel te lang. Daarom grijpt hij naar een computer om de zaak te versnellen. De cliënt vult samen met de onderzoeker een vragenformulier in dat een analyse programma moet voeden. Zo breng je de werkelijkheid van een gezin of individu terug tot hapklare computerbrokken. Is dat financiële planning? Of is die snelle adviseur meer een kwakzalver, die een smeersel wil verkopen, dan een gelddokter die de kwaal verhelpt?

Volgens Harold Gourgues en David Homrich is persoonlijke financiële planning (PFP) een soort kruisbestuiving (synergie) tussen de oplossingen (produkten en diensten) van verzekeraars, bankiers, notarissen, fiscalisten, accountants, pensioenadviseurs, vermogensbeheerders, makelaars in onroerend goed en andere specialisten. Een planner maakt een plan dat meer biedt dan de som van de deeloplossingen die adviesvragers aangeboden krijgen. Een generalist die rondkijkt als een helicopterpiloot derhalve. Daarom is het merkwaardig als een intermediair, werkzaam in een deelgebied, aankondigt zich te gaan specialiseren in PFP.

Kan een computerprogramma, overigens onmisbaar om alles door te rekenen, zo'n optimale blauwdruk bedenken? Waarschijnlijk niet, omdat er nog geen wetenschappelijke methode bestaat om de zaken van een gezin door te lichten en de juiste balans (per land verschillend!) tussen behoeften en oplossingen te construeren. Dat is wellicht een kwestie van tijd.

Maar niet iedereen gelooft in een PC-oplossing. De Antwerpse econometrist prof.dr. E. van Broekhoven, van het Instituut voor Persoonlijke Financiële Planning, werkt al jaren met een model (gericht op België) dat in de praktijk resultaten geeft waar mensen iets mee kunnen doen. Bij een demonstratie voor een Franse bank merkte hij dat een oplossing uit een apparaat niet helemaal past in de wat bezadigde filosofie van die bank.

De schrijvers van het PF-boek wijzen er op dat de financiële wereld niet erg hard loopt voor een definitie van het beroep planner/adviseur en de manier waarop die zou moeten werken. Ook consumenten staan niet te dringen om een tijdige oplossing voor hun noden. Als regel reageert men pas bij problemen. Het boek Total Financial Planning wil die lethargie verjagen.

Ook in ons land leggen de aanbieders van produkten en diensten in advertenties uit hoe zij de consument willen helpen, maar wel als schoenmakers die dicht bij hun speciale leest blijven.

De Rabo-Interpolis combinatie bij voorbeeld zei in 1990: “Het all-finance concept krijgt meer inhoud door het ineenschuiven van bancaire-, verzekerings- en hulpproducten tot één financieel pakket, verkrijgbaar bij één leverancier. Alles is te koop in één winkel.” Dat lijkt ook op synergie, maar niet zoals de klant het zou moeten doen: van allerlei aanbieders de beste oplossing. Het is meer een gedwongen kruisbestuiving.

Conclusie: ook in Nederland zal het nog wel even duren voordat het vrije beroep van onafhankelijk persoonlijk financieel adviseur of planner tot wasdom komt.