Ooit zal ik de mannen vinden die alles uit ons huis hebben gehaald

Loos alarm. Maar toch inspecteerde Janny Nozinovich afgelopen donderdag om een uur of twee de prullebak en alle kasten in kamer A-116 van het tijdelijk opvangcentrum in Den Bosch waar ze sinds 1 augustus verblijft. Rond het middaguur was een bommelding binnengekomen bij de politie van Den Bosch. De bom zou zich bevinden in gebouw A van het opvangcentrum.

“We hoorden geschreeuw op de gang. We gingen naar buiten en toen zagen we de zus van Ljilja. Ze gilde en riep: "Laat me gaan, ik wil weg'. We wisten toen nog niet wat er aan de hand was en gingen naar de eetzaal om te lunchen. Even later kwam de broer van Amira en Nejra. Op zijn gezicht zag je de paniek. "Wat is er, wat gebeurt er', vroeg Amira. Hij zei: "Laat alles staan, ga je moeder halen'. Op dat moment verdrong iedereen zich bij de deur. Vrouwen en kinderen begonnen te huilen. Ik ben er op afgegaan en vroeg wat er was. "Ze zeggen dat er een bom is in ons gebouw'. Ik ben helemaal niet geschrokken, het moest een keer gebeuren. Maar gek is het wel: we zijn hier gekomen wegens onze veiligheid en een dak boven ons hoofd en moet je dit zien”, schreef ze in haar dagboek.

Ook haar moeder en haar tante Nura reageerden nogal laconiek. Haar moeder is dolgelukkig dat ze af is van het gips om haar linkerbeen waarvan de enkel door een Servische soldaat dusdanig was bewerkt dat ze geen stap meer kon verzetten. En Nura krijgt nu regelmatig post uit Bern waar haar zus verblijft. “Ze komt hier vast een keer op bezoek, heerlijk”.

Niet elk bezoek verloopt prettig. Zoals afgelopen zondag toen Biba en Nusko, familie van Janny uit Zvornik en al een jaar in Nederland, ineens langskwamen. “Ik kwam terug uit de wasserette en zag in onze kamer bekende gezichten maar ik kon niet op hun namen komen. Ik keek naar ze, toen wist ik het. Toen we elkaar begroet hadden, moest ik huilen. Ik ben de kamer uitgegaan, pas na tien minuten kwam ik terug. Om vijf uur 's nachts gingen ze weer weg. Moeder begon te huilen. Eerst wilde ze niet zeggen waarom, maar ik bleef aanhouden. Biba heeft op de tv Zvornik gezien en van ons huis is niets meer over. "Ik heb me er al mee verzoend dat ik alles verloren heb', zei moeder steeds.”

Janny niet. “Ooit zal ik de mannen vinden die mijn huis zijn binnengegaan en alles hebben weggeghaald. Ik zal wraak op ze nemen voor alles, ik zal met ze afrekenen, wanneer dan ook. Zij of ik”, schreef ze zondagavond.

Gevoelens van wraak, jaloezie en verveling strijden dagelijks om voorrang. Ze is jaloers op kinderen die nog allebei hun ouders hebben. “Ik heb een moeder en een broer maar geen vader. Als ik kinderen zie met hun ouders word ik jaloers. Waarom hebben zij wel een vader en ik niet? Zal ik hem ooit nog zien? Ik ga in de kazerne alleen om met meisjes wier vaders hier niet zijn. Die met beide ouders zijn, kan ik gewoon niet uitstaan.”

Jaloers is ze ook op Amela met wie ze ruzie heeft en met wie ze niet meer in dezelfde kamer slaapt. Háár vader kwam vorige week donderdag. “Hij heeft het slagveld niet eens gezien. Ik heb een hekel aan dat soort mensen, als er gewerkt moet worden zijn ze er niet. Alleen mijn vader en mijn ooms zijn nog aan het front terwijl ze alle drie kleine kinderen hebben.”

Dagelijks probeert ze met tabletjes de hoofdpijn te onderdrukken die tussen drie en zes uur 's middags opkomt. Dan probeert ze te slapen om even niet te denken aan daarginds. “Het is me niet duidelijk. Hier zijn zoveel mensen en ik wil met niemand omgaan. Ik voel me stom. Ze denken dat ik me beter voel dan iedereen, maar ik ben gewoon eenzaam. Net een eenzame wolf.”