"Lederman' vertelt fascinerende en bloederige verhalen

Voorstelling: De lederman spreekt met Hubert Fichte van Hans Eppendorfer door De Parade. Vertaling: Rudi Meulemans en Marc Bultereys. Regie: Rudi Meulemans; spel: Willem Carpentier, Andreas van de Maele. Gezien: 2/9 Brakke Grond Amsterdam. Aldaar t/m 12/9.

Het nieuwe Brusselse gezelschap De Parade is vorig jaar begonnen met een serie van vier produkties onder de titel "Journalistiek Werk". Volgens een begeleidend commentaar is de serie ontstaan uit “de journalistieke interesse voor de allesvernietigende begeerte.” Dat klinkt akelig vaag. Toch moet deze omschrijving vrij letterlijk worden genomen, zoals blijkt uit deel één: De lederman spreekt met Hubert Fichte van de Duitse schrijver Hans Eppendorfer.

De voorstelling, nu in Nederland te zien, heeft de vorm van een interview. Of eigenlijk drie interviews waarbij steeds dezelfde twee gesprekspartners betrokken zijn - Hubert Fichte als de interviewer en "lederman" Hans Eppendorfer als de ondervraagde. Het gaat om gesprekken die, ingekort maar verder ongewijzigd, in werkelijkheid door beide mannen zijn gevoerd tussen 1970 en 1976.

Merkwaardig is alleen de wijze waarop de interviews tot stand kwamen. Zo heeft Eppendorfer in een gesprek met een Vlaams blad uitgelegd dat Fichte en hij indertijd samen de vragen opstelden en beantwoordden, waarna het resultaat als een authentiek interview werd gepresenteerd. Later heeft Eppendorfer de tekst, die hij “heel autobiografisch” noemt, als boek en als toneelstuk uitgegeven.

Hoewel De lederman spreekt met Hubert Fichte door de statische vorm een onspeelbaar stuk lijkt, is het in de loop der jaren vaak en op allerlei manieren opgevoerd. Rudi Meulemans die de voorstelling bij De Parade heeft geregisseerd koos voor een uiterst terughoudende en sobere enscenering. Hij deed kortom wat voor de hand lag: hij zag af van theatrale effecten en besloot het publiek een avond lang te laten kijken naar twee pratende mannen aan een tafel, ieder met een glaasje water voor zich.

In het begin dreigt deze aanpak te mislukken. De toon van het gesprek is dan te toneelmatig en omdat er verder niets is om de aandacht af te leiden begin ik me te storen aan details: waarom ontbreken cassetterecorder en aantekenboekje? Waarom heeft die zelfgenoegzame interviewer (Andreas van de Maele) een stapel papieren voor zich die hij nooit inkijkt? Maar na verloop van tijd wordt de tekst zo boeiend dat ik mijn ergernissen vergeet. Bovendien groeit Willem Carpentier in zijn rol van ondervraagde en zijn zelfverzekerde, bijna afstandelijke houding komt de voorstelling ten goede.

Het verhaal van de lederman is fascinerend en bloederig. Nadat hij op vier-jarige leeftijd van zijn moeder te horen heeft gekregen dat hij een ongewenst kind is, wordt zijn leven beheerst door angst en agressie. Op zijn zeventiende vermoordt hij een vrouw en belandt in de gevangenis. Als hij tien jaar later weer op straat staat komt hij terecht in het Hamburgse SM-milieu, de "leatherscene".

De lederman zegt dat hij zich aangetrokken voelt tot de gewelddadige SM-praktijken en dat is ook de reden waarom hij graag kijkt naar de films van Pasolini. Toch heeft hij zichzelf nu meer in de hand dan vroeger en wat hij eigenlijk hoopt te vinden is tederheid, vriendschap. Psychologische verklaringen voor zijn gedrag laat de lederman meestal achterwege, maar in de gesprekken wordt wel duidelijk dat hij de kunst en het schrijven (na zijn gevangenschap begon hij als journalist) nodig had om zijn agressie te sublimeren.