Knellende banden

DE STEIGERS en bouwputten van Nederland vormen een micro-kosmos van een sociaal-economisch knelpunt. De bouwnijverheid kent een CAO met een groot aantal vrije dagen, een minimumloon dat een kwart hoger is dan het wettelijk minimumloon en bovenwettelijke vergoedingen bij ziekte. Het gevolg is dat de sociale premies in de bouw hoog zijn. Het Sociaal fonds bouwnijverheid, de uitvoeringsinstantie in de bouw, slaat die premies om over alle bouwbedrijven. Deze proberen onder de bindende "dure CAO' uit te komen door uit te wijken naar de CAO van een belendende bedrijfstak.

De Bouw- en Houtbond FNV heeft deze "leegloop' onlangs aan de kaak gesteld en bepleit om bedrijven die werkzaam zijn in "bouwachtige' activiteiten te verplichten zich aan te sluiten bij de bedrijfsvereniging voor de bouw. Dat vergroot het draagvlak voor de premies in de bouwnijverheid, zodat de premiedruk voor individuele bedrijven omlaag gaat. Het is handig bedacht - maar het is de verkeerde oplossing voor het probleem van de algemeen verbindend verklaring van een dure CAO.

VOLGENDE MAAND komt de SER, de sociaal-economische spreekkamer van de nationale overlegeconomie, met een advies over de algemeen verbindend verklaring van CAO's. De AVV is een hoeksteen van de na-oorlogse arbeidsverhoudingen in Nederland. Op grond van de wet-AVV uit 1937 verklaart de minister van sociale zaken een collectieve arbeidsovereenkomst die is afgesloten tussen vertegenwoordigers van de georganiseerde werkgevers en werknemers algemeen verbindend voor een hele bedrijfstak. Het gevolg is dat een CAO ook geldt voor niet-vakbondsleden en voor bedrijven die niet bij hun branche-organisatie zijn aangesloten.

De AVV, oorspronkelijk bedoeld om loonconcurrentie en ongelijke arbeidsvoorwaarden te bestrijden, legt een bodem in de arbeidsmarkt. Maar door steeds verdergaande secundaire voorzieningen is de AVV ook een instrument geworden in de handen van de vakbeweging en de werkgeversorganisaties om op de arbeidsmarkt de belangen van mensen met een baan te beschermen tegen buitenstaanders. Tot die buitenstaanders behoren beginnende ondernemers die zich de luxe van een CAO niet kunnen veroorloven, en mensen die door hun lage opleiding of hun leeftijd niet passen in de dure loonschalen van de CAO. In dat licht gezien fungeert de AVV als een loonkartel van de georganiseerde arbeidsmarkt.

EENSGEZIND WIJZEN de vertegenwoordigers van de werkgevers en werknemers in de SER een aanpassing van de AVV-regels af. Een minderheid, bestaande uit economisch geschoolde Kroonleden, bepleit grotere soepelheid. Daar is veel voor te zeggen om de werking van de arbeidsmarkt te verbeteren, zonder dat dit leidt tot afscheid van alle arbeidsrechtelijke waarborgen die de AVV aan werknemers biedt. Minister De Vries (sociale zaken) zal er dan ook goed aan doen het meerderheidsstandpunt naast zich neer te leggen, ook al riskeert hij daarmee een aanvaring met de sociale partners.

Een genuanceerde toepassing van de AVV vergroot de flexibiliteit aan de onderkant van de arbeidsmarkt, waar de grootste problemen bestaan met werkloosheid en de invulling van vacatures. Ten tweede hoeft De Vries dan CAO-afspraken die haaks staan op het kabinetsbeleid, niet tegen zijn zin aan een bedrijfstak op te leggen. Dat geldt bijvoorbeeld voor de afspraken die bonden en werkgevers maken over compensatie voor de verlaging van de wettelijke uitkeringen in geval van ziekte en arbeidsongeschiktheid. Zij zijn vrij om in CAO-onderhandelingen het beste voor hun leden te bereiken, maar ze moeten niet van de minister eisen dat hij de starheid van de Nederlandse arbeidsverhoudingen bestendigt door het resultaat aan iedereen in een bedrijfstak bindend op te leggen.

DE OPLOSSING kan gezocht worden in het afsluiten van meer ondernemingsgewijze CAO's - die de minister niet algemeen verbindend verklaart - of van bedrijfstak-CAO's die algemener van opzet zijn en waarbij individuele bedrijven de vrijheid krijgen voor nadere invulling zonder dat die aan alle ondernemingen in de betreffende bedrijfstak wordt opgelegd. De problemen van ontwijking die zich in de bouwnijverheid voordoen, zullen zich anders over steeds meer bedrijfstakken verspreiden.