Kisch

In de zesde aflevering van zijn boeiende serie "Door vreemde ogen' (Zaterdags Bijvoegsel, 29 augustus) citeert Hans Olink het boek van Egon Erwin Kisch uit 1934, Geschichten aus sieben Ghettos.

Naast lof uit hij kritiek aan het adres van Kisch. ""Ondanks de heldere met historische details gelardeerde schetsen was Kisch soms ook cryptisch. Wat moet ik bijvoorbeeld met een zin als: "Amsterdam is de stad van de joden en de fietsers, en nam toch niet deel aan de wereldoorlog.' (...) Is de aanwezigheid van fietsers en joden een voldoende voorwaarde voor oorlog? Hebben fietsers iets tegen joden, of omgekeerd?''

Het boek van Kisch ken ik niet, maar ik weet precies waar hij het over heeft. De bron is een mop, die ik met kleine variaties honderd keer gehoord heb:

- Antisemiet: Als je het mij vraagt, is de hele oorlog ook al door de joden bekokstoofd.

- Jood: Beslist. Door de joden en de fietsers.

- Antisemiet: De fietsers? Waarom de fietsers?

- Jood: Waarom de joden?

Een geweldige mop is het niet. Maar al was hij stukken beter, had hij niet veel kunnen beginnen tegen het geloof dat er zoiets is als een Internationale Joodse Samenzwering. Het bewijs voor het bestaan van zo'n anti-christelijke beweging zou zijn geleverd door de uit de eeuwwisseling daterende Protocollen van de Wijzen van Sion, een zogenaamd verslag van geheime afspraken, gemaakt op het Eerste Zionistische Congres in Bazel in 1897. Hoewel die "protocollen' in 1921 ontmaskerd werden als een kwaadaardige variant van ""een in 1864 (...) te Brussel gepubliceerde satire tegen Napoleon III'' (Grote Winkler Prins, 7de druk) werden zij door de nazi's met veel effect gebruikt en worden heden ten dage nog gedrukt en verspreid.

Wanneer Kisch in 1934 erop speculeerde dat zijn lezers de mop van de joden en de fietsers kenden, maakt dat zijn geschrift zeker niet "cryptisch'. Het feit dat Olink hem niet meer kent zou ik graag willen zien als teken dat het absurde geloof in de joodse samenzwering tot het verleden behoort. Helaas is ook dat niet het geval. In Polen, met 5.000 joden op een bevolking van 38 miljoen (dit is één op de 7.600 inwoners), worden de joden onder regerings- en vakbondsleiders door sommigen als gevaarlijke samenzweerders tegen de christelijke gemeenschap beschouwd. Mocht er überhaupt een kruid gewassen zijn tegen het antisemitisme, dan is het in elk geval niet te vinden in de humor of de literaire kritiek.

    • Gary Schwartz