Grafiek en foto's van David Hockney in museum Boymans; Het leven als lolletje verbeeld

Tentoonstelling: David Hockney, grafiek en foto's. T/m 4 okt. Museum Boymans van Beuningen, Museumpark 18-20, Rotterdam. Di t/m za 10-17u, zo 11-17u. Catalogus ƒ 49,50.

Henry zit nog net met zijn hoofd in de schaduw. De rest van zijn lichaam, op zijn voeten na, wordt tegen de zon beschermd door een gestreepte badhanddoek, die als een slabber om zijn nek is geknoopt. Zijn hoed ligt naast hem op een plankier. Henry heeft het zichtbaar warm. Met zijn mond half open is hij in slaap gesukkeld. Zijn gezicht is in een glimlach geplooid.

De maker van deze aandoenlijke kleurenfoto uit 1975, getiteld "Henry avoiding the sun', is de uit de Engelse Pop Art voortgekomen David Hockney (Bradford, 1937).

Henry is Henry Geldzahler, destijds conservator van het Metropolitan Museum in New York en als goede vriend bij Hockney te gast in Californie. Aan de rand van een zwembad verrichtte Hockney met zijn camera wellicht voorstudies van goedgebouwde zwemmende knapen. Maar hij heeft ook oog voor Geldzahler, al is diens baard grijzend en ziet hij er met de omgeknoopte handdoek nogal sullig uit. Een kunstkenner die gelukzalig zijn ogen gesloten houdt, een dergelijk moment is geknipt voor Hockney.

Het streepdessin op de badhanddoek, dat in gebaande golven het lichaam van Geldzahler accentueert, roept herinneringen op aan de typische spaghetti-achtige slierten die jarenlang veelvuldig in Hockney's oeuvre voorkwamen en waarmee hij vertekeningen en bewegingen in zwembadwater verbeeldde.

De foto "Henry avoiding the sun' lijkt een voorbode te zijn van de panoramische fotocollages, die Hockney vanaf 1982 is gaan maken. Hij was toen uitgekeken op zijn tuinsproeiers-, palmbomen- en zwembadmotieven. Ook de kunstwereld had op dat moment genoeg van hem. Hockney had afgedaan. Zijn werk werd oppervlakkig, decoratief en illustratief bevonden. Na 1980 kochten de Nederlandse musea niets meer van hem aan. Op de Hockney tentoonstelling die nu in het Museum Boymans van Beuningen te zien is en die bestaat uit ongeveer zeventig grafiekbladen en foto's, merendeels afkomstig uit eigen collectie en die van het Stedelijk Museum in Amsterdam, is het meest recente kunstwerk een kleurenlitho uit 1982, de computertekeningen die hij sinds enkele jaren maakt ontbreken dan ook in Rotterdam. Doodzonde dat men Hockney heeft laten vallen, want de fotocollages bijvoorbeeld, die hij de afgelopen tien jaar maakte, moeten als een belangrijke artistieke vondst beschouwd worden. In het standaardwerk van de wereldgeschiedenis van de kunst van H.W. Janson wordt juist zijn latere werk geroemd. In de laatste druk eindigt Janson zelfs met hem: “Hockney combineert de analytische kijk van Picasso en de bewegingssequenties bij Duchamp met de dynamische energie van Popova.”

Om toch iets van die bijzondere collages te laten zien vertoont Boymans van Beuningen gedurende de tentoonstelling de zeer onderhoudende videoband "South Bank Show' uit 1983. We zien behalve een prachtige demonstratie van Hockneys werkwijze ook een weergaloos entertainer bezig.

Een collage waarin wisselende gezichtsuitdrukkingen van een man en een vrouw in een beeld gelijktijdig worden weergegeven. Terwijl ze naar woorden zoeken kijken ze zowel verveeld, geamuseerd als humeurig. In een andere collage, waarin twee vrouwen een rol spelen, loopt een van de vrouwen met drie mokken koffie een trap af een tuin in; behalve voor zichzelf en de andere vrouw heeft ze ook koffie voor de kunstenaar meegenomen, of zoals Hockney zelf zegt, voor de kijker. Hockney legde deze scene vast op film en foto. Vanaf telkens wisselende standpunten registreerde hij de bewegingen van de vrouw, die hij meerdere malen met koffie de trap af liet komen. De honderden foto's, die hij van haar maakte, verwerkte hij tot een groot panoramisch beeld, dat opgebouwd uit een lapjesdeken van fragmenten een totaaloverzicht geeft van tijd en ruimte. Een soort vervolmaakt kubisme. In een gedeelte van de collage, waar een rij foto's had moeten hangen, heeft hij een briefje geplakt, geschreven door een zekere Tom van de One Hour photo service: “I'm very, very sorry Mister Hockney. I pushed the wrong button...”

Jammer dat een dergelijk fotowerk alleen op video en niet op de tentoonstelling zelf te zien is. Nu moeten we ons tevreden stellen met oudere foto's en grafiek, waaruit hier en daar overigens een fabelachtige tekentechniek spreekt. Hockney is een op en top kijker die het leven als lolletje verbeeldt. Naast kunstenaars als Picasso en Matisse brengt hij ook de Engelse schilder en graficus William Hogarth (1697-1764) in herinnering met zijn etsen "A rake's progress', waarin hij op een typisch Engelse wijze de verwording van een losbol schetst in een rococo-achtige sfeer. In een serie etsen, gemaakt in 1963, plaatste Hockney Hogarths moralistische vertellingen in beeldverhaal tegen een eigentijdse achtergrond. Bij Hockney gaat het om een homoseksuele jongen - vermoedelijk Hockney zelf, volgens conservator Manfred Sellink in de uitvoerige catalogus - die eenmaal in New York aangekomen zijn geld verbrast en in een inrichting belandt.

Uit de film en tentoonstelling blijkt dat Hockney in de loop der jaren minder verhullend, minder verhalend en minder illustratief is geworden. Zijn horizon mag misschien niet veel verder reiken dan zijn tuinhek, maar wat zich daarbinnen afspeelt is dankzij zijn opmerkelijke observatievermogen alleszins de moeite waard.

    • Mark Peeters