Een wilde dag in Londen: bloedbad rond de dollar

LONDEN, 5 SEPT. Mark Woodford had het kunnen weten. Altijd als collega Steve Winter met vakantie is gebeuren er op de valutamarkt vreemde dingen. Steve was er niet tijdens de beurscrash van 1978. Steve was er ook niet toen Margaret Thatcher het pond liet toetreden tot het Europees Monetair Stelsel (EMS). Dus met de dollar in crisis en Steve weer met vakantie had Mark op het ergste voorbereid moeten zijn.

Woodford zat al een paar dagen te wachten op een kentering in de duikvlucht van de Amerikaanse dollar. Het begon er op te lijken dat de dollar niet nog verder zou dalen. Maar een goede reden voor een echt keerpunt zag hij nog niet.

De originele ingreep van de Britse minister van financiën Norman Lamont donderdagmiddag om het pond van een ondergang in het EMS te redden, paste uitstekend in het algemene gevoel van de valutahandelaar van een van Londens toonaangevende banken. Lamont leende 10 miljard Ecu in Duitse marken en andere Europese valuta om een kwart van de Britse financieringsbehoefte voor dit jaar te dekken en door die valuta om te zetten in ponden hielp hij de Britse valuta overeind. De ingreep van Lamont ontnam de D-mark iets van zijn kracht van de afgelopen weken. Eindelijk, dacht Woodford, het keerpunt. Nu zou de dollar weer terug kunnen komen van het historische dieptepunt van de afgelopen dagen.

Mark ging “lang”. Met het oog op een dollarstijging sloeg hij aan het einde van de dag dollars in. De volgende ochtend terug op kantoor bleek dat zijn collega's in New York en Tokio 's nachts zijn visie hadden gevolgd: de dollar was op zijn retour.

Met een brede grijns liet Mark gisterochtend weten dat de cijfers van de Amerikaanse werkloosheid, die 's middags werden verwacht, hooguit een marginaal effect op het herstel van de dollar zouden hebben. Goede cijfers zouden een extra stimulans betekenen, slechte cijfers hooguit een tijdelijke tegenslag. “Enkele maanden geleden zouden deze cijfers nog veel meer effect hebben gehad.”

De cijfers over de Amerikaanse werkgelegenheid worden om 1.30 uur vrijgegeven. Het eerste nieuws dat op de beeldschermen oplicht is geruststellend: de Amerikaanse werkloosheid is met 0,1 procent gedaald. Plotseling wordt het stil op de vloer. Een snelle analyse van de gedetailleerde cijfers leert dat onder het algemene cijfer, dat op de vloer als onbetrouwbaar geldt, een kleine ramp schuilgaat: de betrouwbare indicatoren zijn vele malen slechter dan verwacht. De groei van de banen in de industrie werd bij voorbeeld geschat op tussen honderd- en 150.000. Nu blijkt dat het aantal banen met 160.000 is gedaald. Alle analyses hadden het mis. Zij zaten fout. Met honderden miljoenen dollars, fout.

De stilte houdt slechts enkele seconden aan: als de handelaren van hun verbijstering zijn bekomen breekt een pandemonium los. Alle dollars die Woodford vol vertrouwen had ingeslagen, liggen hem plotseling zwaar op de maag: de Amerikaanse economie is nog veel zwakker dan werd aangenomen, de dollar weerspiegelt die blijkbaar aanhoudende malaise.

Pag 18: Het gaat om "ideale mix van arrogantie en bescheidenheid'; Foutieve inschatting wordt direct afgestraft: "De markt heeft altijd gelijk'

Iedereen in Europa en de Verenigde Staten wil nu dollars verkopen. De koers keldert. Iedere seconde telt. Speciaal voor deze momenten is de dealingroom voorzien van een geluidsabsorberend plafond.

Wat een mooie, succesvolle dag voor de valutadesk had moeten worden dreigt te ontsporen in een ramp. Woodford, rood hoofd, “heren, dit wordt een bloedbad”.Valutahandelaren stoeien permanent met een steeds wijzigende Jigsaw-puzzel. Uit alle koersgevoelige informatie - verkiezingsuitslagen, oorlogen, renteschommelingen - moeten zij een beeld van de wereld samenstellen waarop zij hun gedrag baseren. De puzzel is lastig: vaak zijn er stukjes teveel, soms is niet duidelijk waar zij horen. Na vijftien jaar in het vak heeft Woodford het spel met de puzzelstukjes goed onder de knie. Soms, zoals in het geval van de werkloosheidscijfers, wordt een puzzelstukje Woodford fataal.

Een misser van een valutahandelaar heeft niet alleen gevolgen voor zijn eigen bonus-inkomen en voor de resultaten van zijn werkgever, ook de klanten worden van een foutief wereldbeeld de dupe. Op advies van Woodford hadden sommige institutionele beleggers pakketten van 100 miljoen en zelfs 200 miljoen dollar aangeschaft tegen een - naar later bleek - te hoge prijs. Een paar uur later is Woodford in staat het slagveld te overzien. “Dit was de tweede wildste dag van het jaar. In 24 uur tijd steeg de dollar eerst vijf pfennig om vervolgens 4 pfennig te dalen.” De soms onmenselijke druk op de handelaren staat nog steeds op zijn gezicht te lezen.

Achthonderd miljard dollar bedraagt de waarde van de dagelijkse valutahandel wereldwijd. Bijna de helft van dat bedrag wordt in Londen verhandeld. Tokio en New York zijn de twee andere grote centra. Het tijdsverschil tussen de drie steden zorgt ervoor dat de handel nooit stilstaat.

Sommige valutahandelaren beginnen hun dag om vijf uur thuis met een eerste telefoontje naar de collega's in Tokio en zij slapen 's avonds niet in voordat zij met hun gesprekspartners in New York het slot van de Amerikaanse valutahandel hebben besproken. “Er wordt veel verdiend in de valutahandel omdat de verantwoordelijkheid er permanent is”, zegt Woodford. De kleine "pieper', die hij bij zich draagt en waarop Reuters hem tot in een omtrek van vijftig kilometer van zijn kantoor draadloos van de laatste informatie voorziet, is illustratief.

Valutahandelaren gelden als de meest ruwe karakters in de keurige wereld van de haute finance. Ingewijden noemen hun taal - met een goed gevoel voor het typisch Britse understatement - “redelijk anders” en “rijk”. De valutahandelaar moet hard en agressief zijn, maar hij moet ook in een team kunnen werken. “Het gaat om de ideale mix van arrogantie en bescheidenheid”, zegt Woodford, “je moet enerzijds aan je mening kunnen vasthouden, maar je moet ook bereid zijn je mening los te laten als blijkt dat je fout zit. ” Immers, eigenwijsheid die de klanten geld kost, schaadt de reputatie van de bank. Foutieve inschattingen worden overigens onmiddellijk en eenduidig afgestraft: “De markt heeft altijd gelijk.”

In de dealingroom loopt een enkele veertiger rond, maar veruit het grootste deel van dit - in zomer en winter consequent nonchalant in hemdsmouwen getooide - gezelschap is in de dertig. “Een valutahandelaar stapt voor zijn 45ste op. Dan wordt het tijd voor de rustiger secties van het bankiersvak”, zegt Woodford.

Ontspanning en rust zoekt hij nu thuis, op de tennis- of golfbaan. Soms pakt dat overigens slecht uit: toen de Britse minister van financiën zijn reddingsactie voor het pond aankondigde, bevond de handelaar zich in de verste uithoek van de golfcourse. Woodford's favoriete vervoermiddel in de Londense binnenstad is de "rivierbus' op de Theems. “Dat is pas rustgevend.” Bij voorkeur laat hij de herinneringen aan foutieve wereldbeelden en de gevolgen daarvan voor de dollar daar achter.