Een enkeltje magisch centrum; "In Amsterdam mag alles wat in Engeland verboden is'

Plotseling waren ze er, jong, arrogant en vol initiatief. Het begon met de DJ's. Crazy Shaun, Paul Jay, Graham B en Soho Connection waren raadselachtige namen die op posters in Amsterdam opdoken. Daarna kwamen de alternatieve modewinkels, Wild!, ZX London en Demask. En een jaar geleden lag het maandblad City Life voor het eerst in de kiosken. Maar kan de nieuwe Engelse lichting zich boven het niveau van de semi-illegaliteit uitwerken?

De Engelsen hebben Amsterdam ontdekt. Niet alleen grote bedrijven als WH Smith en Marks & Spencer hebben er filialen geopend, ook de ondernemende "kinderen van Thatcher' hebben de vleugels uitgeslagen. Honderden jonge Engelsen hebben zich volgens de statistieken de afgelopen paar jaar in de stad gevestigd. Daar omheen hangen nog eens honderden ongeregistreerde "drifters', eind twintigste-eeuws zwerfvolk dat voldoende mogelijkheden tot overleven heeft ontdekt in Amsterdams rijk geschakeerde zwarte economie.

Eindelijk lijken de Engelsen de beklemmende eilandmentaliteit van zich af te schudden. ""Jarenlang is ons wijsgemaakt dat we ver boven de Nederlanders, de Duitsers, de Fransen verheven waren, dat we niet naar Europa moesten gaan. Maar mensen van onder de dertig ontdekken nu dat Europa aantrekkelijk is'', zegt Howard Shannon (30), mede-oprichter van City Life en inmiddels twee jaar in Nederland. Hij maakt graag de vergelijking met de "Grand Tour' van de vorige eeuw, toen welgestelde jonge Engelsen op hun gemak Europa gingen ontdekken. Het was een onderdeel van hun opvoeding. ""Die zucht naar avontuur is terug'', zegt hij. ""De aantrekkingskracht van Amsterdam was voor mij belangrijker dan de druk om uit Londen weg te komen.'' Enigszins misprijzend voegt hij toe: ""Maar veel linkse Engelsen hier zullen zich ongetwijfeld economische of politieke vluchtelingen noemen.''

De meeste Engelsen in Amsterdam aarzelen geen moment om het beroerde economische en politieke klimaat als belangrijkste reden voor hun vertrek te geven. Want het gaat slecht met Groot-Brittannië. Sinds 1990 heerst er een economische recessie in het land dat nog steeds geen minimumloon kent. Het aantal werklozen ligt nu rond de 2,5 miljoen. De werkloosheidsuitkering bedraagt een kleine honderd gulden per week, terwijl de kosten van levensonderhoud in een stad als Londen ongeveer twee maal zo hoog liggen als die in Amsterdam.

Er is een soort opschuivingsproces gaande. Uit het desolate noorden zijn grote aantallen jongeren naar Londen getrokken, op zoek naar werk en een huis. Uit Londen trekken ontelbare anderen naar het vasteland, dat Engelsen nog altijd halstarrig "Europe' blijven noemen. Nederland is vaak de eerste bestemming, plannen om daarna verder te trekken worden niet snel gerealiseerd.

De meesten die naar Amsterdam zijn gekomen behoren beslist niet tot de onderlaag van de samenleving. Ze zijn veelal goed opgeleid en hebben een "middle class' achtergrond. Het zijn ook niet in de eerste plaats economische vluchtelingen zoals de Oosteuropeanen of de Afrikanen dat zijn. Sociale "vluchtelingen' is waarschijnlijk de meest toepasselijke benaming.

Zo vertelt Sally Jones (30) dat ze een goed betaalde baan bij de advertentie-afdeling van het dagblad The Observer in Londen vaarwel zei omdat ze schoon genoeg had van de keiharde sfeer die slechts in het teken stond van ellebogenwerk en geld. Nu doet ze hetzelfde soort werk tegen een veel geringere beloning in Amsterdam. ""Ik vond dat ik moest kiezen: geld of een leuk leven. Londen is vreselijk, de druk om te verdienen en te presteren is enorm. Het is een "ratrace'. Amsterdam is heerlijk relaxed. Je hebt alle voordelen van een grote stad samen met de ontspannen atmosfeer van een dorp, goed openbaar vervoer en veel groen.''

Tolerantie

De 27-jarige Ben Scott is eigenaar van de modezaak ZX London. Hij studeerde bedrijfskunde in Londen en zag zijn kennissen daar één voor één failliet gaan nadat ze zich in enorme schulden hadden gestoken. Ze waren een eigen bedrijf begonnen en hadden een eigen huis gekocht, zoals gepropageerd door de conservatieve regering. Dat nooit, dacht Scott. Hij verliet Engeland om zich in Australië te vestigen, maar bleef in Amsterdam hangen. ""De tolerantie hier beviel me enorm. Niet alleen wat betreft de drugs, maar ook de veiligheid en de houding van de politie.''

Via "a lot of shitty jobs' werkte hij zich in Amsterdam op. Uiteindelijk kocht hij het wegkwijnende ZX London van een landgenoot. De modezaak in de Kerkstraat hangt nu vol "mad going-out-cloths' en straalt een onmiskenbare neo-hippie sfeer uit. Zachte house-muziek, Keith-Haring-achtige muurschilderingen en de geur van hasj. In Amsterdam heeft Scott de juiste balans gevonden tussen zaken doen en idealisme. Hij luistert geduldig naar onzekere jongeren die bij hem aankloppen voor advies over XTC, maar als het op inkoop en verkoop van trendy kleding aankomt is hij voor honderd procent zakenman. ""Het gevoel voor alternatieve mode begint nu pas een beetje op gang te komen in Amsterdam. Ik richt me op de achttienjarigen. Die denken trendy, maar hebben nog weinig geld, dus verkoop ik nu niet al te dure kleding. Maar over twee jaar, als ze een baan hebben, weten ze mij hopelijk nog te vinden. Dan zullen ze hier duurdere, ontworpen spullen aantreffen.''

Ook op de Zeedijk is een Engelse winkel waar liefhebbers van bizarre kleding volledig aan hun trekken komen. Steve English beheert hier de rubber, plastic en leer "fetish shop' Demask. De muren van de winkel zijn opgesierd met foto's van vrouwen die zich in strakke rubberen kleding hebben gewurmd. Hun forse borsten persen zich door uitsparingen naar buiten. In de rekken hangt glanzende zwarte en rode kleding. Bij de paskamer wacht talkpoeder op klamme klantenlijven. English zegt de bekrompen Engelse seksuele moraal te zijn ontvlucht. ""Als ik nog in Engeland zou wonen, zou ik nu waarschijnlijk in de bak zitten'', zegt hij, gehuld in een fraai afkledend rubberen vest en vechtend tegen een zware kater. ""Dronken en gekleed in rubber, dat is in daar voldoende reden om je op te sluiten. In Amsterdam kun je alles doen wat daar niet mag.''

In 1985, enkele jaren na zijn ontslag als wegenbouwkundige bij de overheid, opende English een vergelijkbare "fetish shop' in Nottingham. ""Ik houd van de schoonheid en het gevoel van rubber. Het is iets puur seksueels, het laatste taboe'', vertelt hij in zijn huiskamer vol SM-attributen. Het Engelse gezag was zijn taboe-doorbrekende activiteiten niet welgevallig. Herhaaldeinvallen door de politie, op zoek naar obsceniteiten, deden hem in 1989 uiteindelijk naar Amsterdam uitwijken. Hij kende de stad van vakanties, had er kennissen en was onder de indruk van de liberale houding ten opzichte van seks.

Voor de Engelsen is Amsterdam nog altijd "Magic Amsterdam', een bolwerk van tolerantie. Ze kunnen er naar hartelust experimenteren met seks en drugs. In Amsterdam worden ze met rust gelaten. Ze hoeven er niet in de Engelse pas te lopen, waarvan de conservatieven al jarenlang de strakke maat aangeven. ""De belangrijkste reden voor mij om weg te gaan was dat de regering die nu al dertien jaar aan de macht is, jongeren geen enkele ruimte geeft om zich naar eigen inzicht en capaciteit te uiten en te ontplooien'', vat de Londense journalist Paul Andrews (26) het dilemma van de Engelse twintiger samen.

Uitzichtloos

""Het leven in Engeland is hard en uitzichtloos. Daarom willen zo veel jongeren weg'', zegt Desmond Rouse (28), als we de tijd doden in de vertrekhal van het Londense vliegveld Heathrow, waar een bom-melding voor een fikse vertraging zorgt. Desmond heeft de fase van een voortdurend verblijf in de "local pub' ver achter zich gelaten. ""Al jaren wilde ik weg'', bekent hij. Nu woont ook hij in Amsterdam, op een oude woonboot in West. Zijn vriendin kreeg een baan bij een muziektijdschrift. Desmond had geen seconde bedenktijd nodig. Hij volgde haar. Ongestoord een jointje roken op het dek is iets waar Desmond nog altijd mateloos van kan genieten. Hij kent vrijwel alle coffeeshops in Amsterdam. Hij was een paar dagen geleden in Londen om zijn overzichtsartikel over die coffeeshops te bespreken met de redacteur van het Londense weekblad Time Out. Ook wil hij nieuwe ideeën opdoen voor Wild!, de Engelse housewinkel in Amsterdam waar hij enkele dagen per week voor werkt.

Van het chauvinisme dat zich bij aankomst in Londen van hem meester maakte, is weinig meer over. ""Het wordt steeds erger hier'', zucht hij na een weekend straatschuimen en drinken.

Op de avond van onze aankomst, een donderdagavond, zijn de trendy pubs op Portobello Road tot Desmonds ontsteltenis vrijwel leeg. ""Een paar jaar geleden zaten ze iedere dag vol'', zegt hij. ""Bijna niemand heeft meer geld om op een doordeweekse avond te gaan drinken.'' Alleen op vrijdagavond is het nog dringen bij de bar. Een onaangename rusteloosheid beheerst dan de aanwezigen. Ze geven hun gespaarde ponden snel uit aan drank en drugs om een paar uur op een andere planeet te vertoeven.

Om elf uur is het uit met de pret. Maar gelukkig blijkt er in de buurt nog een pub te zijn die tot één uur open mag blijven, ook al is de entree twee pond en biedt de gelegenheid niets bijzonders. De avond zet zich voort in hetzelfde tempo als waarin de aanwezigen eerder naar de klok van elf toewerkten. De combinatie van drugs en drank mist haar uitwerking niet. Plotseling blijken die bleke chagrijnige gezichten te kunnen lachen. Maar ook frustraties exploderen gemakkelijk in een dergelijke omgeving. Flessen breken. Enkele ogenblikken later wordt een jongen met een hevig bloedende hoofdwond naar de wc geloodst. Als de pub om half twee leegloopt, staat hij buiten met een kapotte fles in zijn hand op zijn belagers te wachten.

In deze omgeving, Notting Hill, vol yuppies, artiesten, dealers, rasta's, tweede-divisie-rocksterren en op vrijwel iedere straathoek politie werd Desmond vanaf zijn zestiende "streetwise'. Hij woonde iets verderop, in Shepherds Bush. In de jaren vijftig werd zijn vader, vers uit Grenada, daar samen met duizenden andere immigranten uit het Caraïbisch gebied gehuisvest.

Shepherds Bush is een standaard Londense buurt: uitgeteerd en grauw. Kleine straten met typisch Engelse rijtjeshuizen staan haaks op een grote winkelstraat. Zwervers slapen er op straat. Jongeren met uitdrukkingsloze gezichten bedelen om "some change'. De enige eetgelegenheden zijn smoezelige hamburgertenten en goedkope ontbijtcafés waar je gebakken eieren, bonen op toast en sterke thee met melk kunt bestellen. Aan de andere kant van de straat doen vooral videoverhuurbedrijven goede zaken. Indiërs beheren "off licences', waar 's avonds nog drank te koop is. Op de ruiten hangen verkleurde kartonnen sterren met schijnbaar permanente whisky-aanbiedingen.

Na het afronden van zijn studie werkte Desmond enkele jaren als sociaal werker in de opvang van seksueel misbruikte kinderen, totdat hij "opgebrand' was. Daarna volgden zijn tijd als "West-End-wide-boy', bij een in West-Londen opererende sjacheraar. ""Twee jaar lang heb ik zo overleefd, zonder ooit een uitkering aan te vragen. Veel te veel rompslomp voor die fooi. Mijn vriend Tony en ik handelden in alles wat denkbaar is. Ons kantoor was een pub op Portobello Road. Daar hoorden we wat er te koop was en wat er gevraagd werd. Het ging van: "Wil je een auto? Oké, daar zorgen wij voor. Kom morgen maar terug'.''

Het sjacheren is hij nooit meer verleerd. Ook deze reis doet het eenmansbedrijf Desmond talloze ideeën op. Een vriend die t-shirts maakt met half pornografische afbeeldingen uit de jaren vijftig, moet er een dozijn meegeven. Verder gaan house-tapes van Londense DJ's het volgens Desmond goed doen in Amsterdam. Ook een vriendin die een soort uitzendbureau heeft om Engelsen aan werk in het buitenland te helpen, krijgt bezoek van hem. Naarstig speurt hij bovendien naar computerprogramma's voor zijn boekhouding. En zelfs in de tax-free-winkels op Heathrow ziet hij wat van zijn gading: t-shirts die meekleuren met de lichaamstemperatuur van de drager. ""Die vinden de bezoekers van house-parties in Amsterdam vast te gek.''

Mode en muziek

De jaren op straat zijn van doorslaggevende betekenis geweest. Ze hebben Desmond - maar ook veel van zijn landgenoten in Amsterdam - een feilloos gevoel gegeven van hoe en waar er geld valt te verdienen. Het is opmerkelijk te zien hoe jonge Engelsen hier zonder veel geld komen, om zich via het uitgaansleven succesvol op te werken tot kleine zelfstandigen. Jeugdcultuur, de veelomvattende combinatie van mode en muziek, was het gat in de Amsterdamse markt.

""Engelsen zijn nou eenmaal beter op de hoogte van de ontwikkelingen in de muziek. We zijn al veel langer bezig met dansmuziek en de hele scene. Holland staat echt nog in zijn kinderschoenen wat betreft de outlook on nightlife'', zegt DJ "Crazy' Shaun Sutton (29) in bijna vloeiend Nederlands. Shaun klom van afgestudeerd werkloze in Bristol op tot toonaangevende DJ in Amsterdam. Hij en zijn landgenoten Paul Jay en Graham B drukten als eersten een Engels stempel op het Amsterdamse nachtleven. Wekelijks draait Shaun nu muziek op grote feesten en in het puikje van de Amsterdamse disco's, Mazzo en RoXy, waar hij ook artistiek medewerker is.

""Het klinkt misschien wat arrogant, maar ik wist precies hoe clubs in elkaar zitten'', zegt Shaun. Ik heb er vanaf mijn veertiende praktisch in gewóónd. Jeugdcultuur is ontzettend belangrijk in Engeland. Dat merk je in alles; de mode, de muziek, de bladen, het nachtleven. Het is nu sterker dan ooit. Alles vergroeit met elkaar en werkt op elkaar in.''

Als het aan de Engelsen ligt, gaat dat in Amsterdam ook gebeuren. Het Engelstalige maandblad City Life, dat een overzicht geeft van het Amsterdamse uitgaansleven, moet de journalistieke leemte vullen. Het is een soort life-style-blad voor moderne jongeren, met veel aandacht voor mode, muziek en clubs. Initiatiefnemers waren vier Engelse journalisten. Geen van hen had ervaring met het opzetten van een tijdschrift. Maar ze waren wel overtuigd van eigen kunnen en bereid risico's te nemen. Ze sloten grote persoonlijke leningen af, die ze in City Life investeerden. ""Het was een gat in de markt, so we just did it'', zegt managing-director Howard Shannon. ""Emotioneel mag Engeland dan een "fucked-up-country' zijn, wij zijn wel ambitieus.''

Het is die brandende ambitie die de Engelsen een voorsprong geeft op de Nederlanders, meent hij. ""Nederlanders zijn misschien rijker en luier dan goed voor ze is. Ik krijg wel eens de indruk dat ze vinden dat alles gratis moet zijn, dat winst maken vies is. Ik vind de Nederlanders weinig ondernemend. Alles is hier enorm gestructureerd, een beetje als in Orwells 1984.''

Journalist Paul Andrews vult aan: ""Nederlanders zitten nogal vast in het systeem dat ze voorschrijft dat ze een bepaald proces moeten doorlopen: onderwijs, training, ervaring, allemaal binnen bestaande structuren. De Engelsen die hier komen hebben dat allang verworpen.''

Voeg daarbij de ervaring met sjacheren en Thatcher en haar al dertien jaar lang resonerende kapitalistische boodschap, en het beeld is compleet. Shaun: ""Veel mensen die absoluut niets van Thatcher moeten hebben, accepteren tegen wil en dank het idee dat ze het zèlf moeten doen, dat ze hun eigen succes moeten scheppen.''

Drifters

De Britten vormen de grootste Westeuropese bevolkingsgroep in Amsterdam. Aan de stroom lijkt vooralsnog geen einde te komen. De conservatieven hebben de verkiezingen wederom gewonnen, de vooruitzichten voor jonge werklozen blijven uiterst beroerd, en Europa ligt binnen handbereik. Iedereen, Shaun, Ben, Desmond, Steve, Sally, kent mensen die voorbereidingen treffen om naar Amsterdam te komen. Bovendien wordt de stad overspoeld door jonge "drifters': jongleurs, vuurspuwers en muzikanten.

Vooral die groep zal in de toekomst het Engelse gezicht in Amsterdam bepalen. Ze zijn "streetwise', net als Desmond, maar lager opgeleid. Bovendien zijn de mogelijkheden om via de uitgaanswereld door te stromen veel beperkter dan enkele jaren geleden. De markt is verzadigd. De nieuwe lichting blijft daardoor steken op het niveau van de semi-illegaliteit. De zwarte economie in Amsterdam is ruim en elastisch. Met wisselend succes vinden ze zwart werk in de coffeeshops en jeugdhotels. Maar ook de nauw met het uitgaansleven verbonden drugshandel biedt volop perspectieven. Kleinschalige smokkel naar Engeland, waar de prijzen veel hoger liggen, is volgens ingewijden aan de orde van de dag. En ook in Amsterdam roeren de Engelse drugshandelaren zich. ""De dealers hier zijn veel minder "hardcore' dan die in Engeland. Daarom kunnen de Engelsen zich hier vrij gemakkelijk handhaven'', zegt een Londense dealer die nu negen maanden in Amsterdam vertoeft.

De wittebroodsweken voor de Engelsen lijken voorbij. De tolerante Amsterdamse houding is al geleidelijk aan het veranderen, constateren sommige geïnterviewden. Howard Shannon spreekt nog beschaafd over een distinct move against the English. Maar Ben Scott van ZX London drukt het wat plastischer uit: ""Ze hebben me al herhaaldelijk te verstaan gegeven to fuck off back to England.''