Dorp in protest tegen afgraving van gifgrond

Verontreiniging in een woonwijk leidt vaak tot paniek. Zo niet in Budel-Dorplein, waar in de buurt van de zinkfabriek verhoogde cadmiumconcen- traties zijn gevonden. Bewoners verzetten zich juist tegen een saneringsproject van de provincie.

BUDEL-DORPLEIN, 5 SEPT. Prikkeldraad omzoomt het dorre terrein rond de zinkfabriek Budelco, in het Oostbrabantse dorp Budel-Dorplein. Zo dreigend als de grauwe fabriek er vanachter die omheinig uitziet, zo onschuldig ogen de rood bakstenen huizen in het dorp. De huizen het dichtst bij het fabrieksterrein dateren van begin deze eeuw, toen de pastoor en de onderwijzer nog bij de zinkfabriek op de loonlijst stonden. De tuinen steken er schril bij af; ze zijn duidelijk pas aangelegd. Er groeit niet meer dan gras, bloemen en wat heesters. Slechts in een enkele tuin staan nog hoge bomen.

Twee jaar geleden begon de provincie Brabant met de afgraving van 54 tuinen, omdat de cadmium-concentratie boven de door haar gestelde norm lag. Tot 75 centimeter diepte werd de grond weggehaald en vervangen door schone aarde. Kosten: negentien miljoen gulden. Er staan nog eens 85 tuinen voor sanering op de rol. De verontreiniging is van vóór 1973, toen de voorloper van Budelco, de Kempische zinkmaatschappij, voor het stoken van de ovens nog gebruik maakte van steenkoolgruis.

Budel-Dorplein ligt al honderd jaar onder de rook van de zinkfabriek. Twee ondernemende Belgische ingenieurs, de gebroeders Emile en Lucien Dor, kozen in 1892 het verlaten heidegebied ten zuiden van Budel als vestigingsplaats voor de Kempische Zinkmaatschappij. Een paar jaar later werden de eerste huizen gebouwd, een school en een kerk; alles bezit van de familie Dor.

De tijd dat de inwoners van Budel-Dorplein een zakdoek voor de mond moesten houden omdat de schoorstenen van de zinkfabriek stof en as over het dorp legden, is voorbij. Maar wel werden bijna zeventig jaar lang metalen als lood, arseen en cadmium de lucht ingeblazen. In 1973 stapte de zinkfabriek over op een schoner produktieproces, maar de regio zit met de erfenis.

Uit onderzoek van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieuhygiëne blijkt dat de mensen in de omgeving van de zinkfabriek een te hoog cadmium-gehalte in de urine hadden, hetgeen op den duur nierziekten zou kunnen veroorzaken. Daarom werd besloten de bodem te saneren, om te beginnen met de tuinen waar de hoogste cadmium-concentratie was gevonden.

Aanvankelijk verzetten bijna alle betrokkenen zich tegen het saneringsproject. Ze zagen er de noodzaak niet van in en verenigden zich in de Stichting tot Behoud van Tuinen. Er volgden talloze gesprekken tussen bewoners, gemeente en provincie waarbij de gemoederen hoog opliepen. Het dorp raakte verdeeld in twee kampen. De weinige voor- en vele tegenstanders weigerden met elkaar te praten.

Th.P. Kamsma van het bureau bodemsanering van de provincie Brabant is verbaasd over het protest. “Elders in Brabant wil men dat de onderste steen boven wordt gehaald, als er maar het vermoeden is dat er zware metalen in de grond zitten.” Maar hij begrijpt wel waar het verzet vandaan komt. “De inwoners van Budel-Dorplein hebben een sociale relatie met de fabriek. Ze hebben er hun leven lang gewerkt, daarom vinden ze het niet zo erg dat er zware metalen in de grond zitten.”

Uiteindelijk stemden toch 54 mensen toe met sanering. Volgens de hardnekkigste tegenstanders zwichtten zij voor het geld dat zij als schadevergoeding kregen, zo'n tien- tot dertigduizend gulden per tuin. C. Klooster, een van de weinigen die van het begin af aan vóór sanering was, zegt dat niet geld de reden was maar “er wilde niets in mijn tuin groeien”. Bang dat de cadmium in de grond slecht zouden zijn voor haar gezondheid is ze nooit geweest. “We wonen hier al zeventien jaar en ik heb nooit ergens last van gehad.”

Volgens prof.dr. L. Reijnders van Natuur en Milieu, kan de cadmium in de tuinen in Budel-Dorplein geen gevaar. Tenzij er kleine kinderen spelen, die veel stof inademen. “Zelfs als je daar regelmatig groenten uit eigen tuin eet, is je cadmium-inname net onder de door de WHO gestelde norm. Mits je niet ook nog rookt.”

Vier mensen bleven weigeren hun tuin af te laten graven. Ze hebben bij de notaris moeten vastleggen dat ze geen moestuin zullen aanleggen en dat ze bij eventuele verkoop aangeven dat hun grond niet gesaneerd is. Eén van hen is J.M.A. Kooyman, die 33 jaar in de zinkfabriek werkte: “In de fabriek heb ik voortdurend cadmium ingeademd en ik heb er niets aan overgehouden. Mijn kinderen zijn hier opgegroeid, hen mankeert evenmin iets. Als ze zonodig willen saneren, moeten ze naar wijken gaan waar de mensen echt ziek worden.”

A.K. van der Wal, secretaris van de Stichting tot Behoud van Tuinen, woont in het gedeelte van Budel-Dorplein dat binnenkort gesaneerd wordt. Hij is verontwaardigd. “Zodra er enig metaal in de grond zit, wordt automatisch aangenomen dat er gevaar is voor de volksgezondheid. Die negentien miljoen die hier al aan bodemsanering is besteed, is weggegooid geld.”

Milieu-ambtenaar L.J. Verhoeven, die de strijd om de tuinen van dichtbij heeft meegemaakt, vindt net als de tegenstanders dat het wel meevalt met de vervuiling rond de zinkfabriek. Lopend langs het terrein van Budelco zegt hij niet zonder trots: “Er groeien in dit gebied zelfs zeer zeldzame bloemen. Het zinkviooltje bijvoorbeeld.”