Dilemma in Moskou: grond of tabak?

MOSKOU, 5 SEPT. De belangrijkste buitenlandse debiteur van Rusland is niet de Dresdner Bank noch een van de andere Westerse financiële instellingen waarbij Moskou voor in totaal tachtig miljard dollar in het krijt staat. Nee, de gevaarlijkste schuldenaar vordert slechts 97,7 miljoen dollar. Zijn naam: Philip Morris, in Rusland beter bekend als Winston, Malboro of Bondstreet: “Een echte man rookt geen Kosmos of Stolitsneje, een echte man rookt Bondstreet”, zegt Oleg. En hij kan het weten. Oleg rookt zich nu al een paar jaar suf aan deze Amerikaanse sigaretten die in Nederland voor het laatst bekend waren in de tijd dat Wim van Est en Wout Wagtmans nog langs de Nederlands-Belgische grens met na-oorlogse smokkelwaar koerierden.

Ooit waren Amerikaanse sigaretten een statussymbool. Voor een pakje Malboro kon je anderhalf jaar geleden een taxi “vangen”. Nu is die tijd voorbij. Alle prestigieuze merken zijn tegenwoordig op straat verkrijgbaar. Tegen prijzen bovendien die een modale Rus weliswaar “een nachtmerrie” noemt maar naar internationale maatstaven spotgoedkoop. Nog geen anderhalve gulden voor zo'n wit-rood pakje, daarvoor laat niet alleen Oleg tegenwoordig een pakje Kosmos à dertig cent liggen.

Maar hoe lang gaat dat nog goed? Sinds deze week is de waarheid achter dit raadsel namelijk onthuld. Die overvloed van Amerikaanse merken tegen relatieve dumpprijzen is het gevolg van een bewuste drugspolitiek van de Russische regering. Twee jaar geleden wijs geworden, toen vice-premier Nikitin van de toen nog bestaande Sovjet-Unie moest aftreden omdat er een tekort aan tabak was ontstaan, hebben de nieuwe machthebbers in Rusland een jaar geleden aangeklopt bij Philip Morris. Menig volksoproer kon nog in het beleid worden ingecalculeerd, maar een nicotinetekort niet. Een land waar bijna veertig procent van de bevolking rookt, kent ook zo zijn grenzen. Bovendien, roken is een probaat middel tegen een knorrende maag.

Voor 98,7 miljoen dollar bleek de Amerikaanse sigarettenkoning bereid 22,35 miljard sigaretten naar Rusland te verschepen. Het totale bedrag zou Moskou te zijner tijd moeten betalen. Rente hoefde in deze tijden van het anti-inflatoire Bundesbank-disconto niet eens betaald te worden. Tegen dat geringe verlies dacht Philip Morris mooi de Russische rokersmarkt te kunnen pushen.

Maar nu willen de Amerikanen toch dat geld wel eens zien. Deze week kwam daartoe een delegatie naar Moskou om de kwestie te bespreken, met niemand minder dan Vladimir Sjoemeiko, de eerste vice-premier na waarnemend minister-president Jegor Gaidar en dus een paar graden hoger in rang dan Nikitin indertijd.

Dat de Russische regering niet kan betalen, was evident. Op dezelfde dag dat de mannen van Philip Morris met Sjoemeiko aan tafel gingen, maakte president Viktor Gerasjtsjenko van de centrale bank namelijk bekend dat hij nog maar honderd miljoen dollar in kas heeft. Dit jaar heeft de Staatsbank al 650 miljoen dollar moeten verspijkeren om de roebel, dat het paradepaardje van het hervormingsbeleid van Gaidar had moeten worden, niet helemaal in het moeras te laten wegzakken. Zonder deze interventies was de Russische munt allang naar een koers van driehonderd voor één dollar gekelderd. Sinds eergisteren staat de roebel tenminste nog op 210.

Sjoemeiko dacht het probleem op klassiek Russische wijze te kunnen oplossen. In plaats van dollars kon Philip Morris olie en aluminium krijgen. Maar aan "barter' had de sigarentenfabrikant geen behoefe. Dat kost alleen maar tijd. Philip Morris wilde iets heel anders: land en gebouwen, kortom, onroerend goed. De joint venture die het bedrijf al heeft gesticht in Samara is mooi, maar biedt onvoldoende zekerheid. Eergisteren zaten de representanten al in het vliegtuig naar Krasnodar in het zuiden om een mooie plantage te bekijken.

Maar dat is nu net waar de Russische regering zo bang voor is: een uitverkoop van Rusland. De hoeveelheden olie bijvoorbeeld, die via ongeëigende kanalen naar het buitenland verdwijnt, zijn al bijna een nagel aan haar doodskist. Volgens het Russische ministerie wordt er per ton illegaal geëxporteerde olie aan ambtenaren gemiddeld twee dollar plus een autootje hier en daar betaald, corruptie die soms bijna twintig procent van de totale transactie bedraagt. Op die manier zou dit jaar al vijftig miljoen ton zijn uitgevoerd. Zonder dat de autoriteiten er iets aan kunnen doen: ze zitten er immers zelf midden in.

Daarom sloeg vorige week de paniek toe toen de roebel voor het eerst boven de 200 voor 1 dollar uitkwam, een ontwikkeling die elke leek had kunnen zien aankomen en vermoedelijk nog even doorgaat. Hoe lager de roebel, hoe omkoopbaarder de man die zijn handtekening onder de douanepapieren moet zetten. Want alle verhalen over markteconomie ten spijt, de meeste Russen beschouwen hun land nog altijd als het rijkste ter wereld. En die rijkdom is van hen. En dus niet van Philip Morris.