Debat "Maastricht' telt in de Elzas

SELESTAT, 5 SEPT. “Onze vriendschapsbanden met de Duitsers zijn veel sterker dan de herinnering aan wat de Elzas tijdens de oorlog en de bezetting is overkomen.” Pastoor Wirth (“ik ben een echte Elzasser”) weegt zijn woorden zorgvuldig. Ook bij bejaarden is een "echte vriendschap' gegroeid met leeftijdgenoten uit Waldkirch, de stad over de grens, in Baden-Würtemberg waarmee Selestat al 25 jaar is "gejumeleerd'. Maar toch, zegt pastoor Wirth, duikt er soms wantrouwen op en valt men terug in het anti-germanisme.

Pastoor Wirth van de parochie Saint-Georges, vernoemd naar de grootste kerk (de "kathedraal') van Selestat, is maar op afstand betrokken bij het debat over het voor en tegen van "Maastricht'. Maar als zo vaak, zo stelt hij vast, zijn er in de discussie over pro- of contra de verdere Europese eenwording twee groepen mensen, “zij die nadenken en zij die zich door schokkende formules laten meeslepen en niet aan de gevolgen denken”.

Selestat, een oude charmante stad van een kleine zestienduizend inwoners, op ongeveer 40 kilometer ten zuiden van Straatsburg, heeft natuurlijk zijn problemen. Pastoor Wirth kent ze: slechte huisvesting, te weinig goedkope woningen, jonge vrouwen die in de steek gelaten zijn, Turkse immigranten en werkloosheid - al is die met ongeveer 5 procent, zoals in de gehele Elzas, aanmerkelijk lager dan in andere delen van Frankrijk. Wirth: “Ik verbaas me vaak, hoe gemakkelijk bijvoorbeeld kleine diefstallen zonder enige rechtvaardiging aan immigranten worden toegeschreven.”

De problemen die pastoor Wirth opsomt, zijn in Selestat nauwelijks zichtbaar. Het kleine historische centrum maakte grote indruk met zijn eeuwenoude "Fachwerkhäuser', twee prachtige kerken uit de twaalfde en dertiende eeuw en de beroemde Humanistische Bibliotheek met de onschatbare collectie van Beatus Rhenanus, een vriend van Erasmus.

Uit de winkels straalt de welvaart de toeristen (een kleine tweeduizend Nederlanders per jaar) tegemoet. En in de kloeke boekhandel Wachenheim gaan de vele titels over "Maastricht' even snel van de hand als elders in Frankrijk. “Er zijn veel intellectuelen die zich op de hoogte willen stellen,” meldt de verkoopster.

“De symptomen zijn vaak ernstiger dan de realiteit”, meent burgemeester, Gilbert Estève. En hij voegt eraan toe dat naast de problemen die de mensen bezighouden, zoals werkloosheid en immigratie, het vraagstuk van “de echtscheiding tussen het volk en de gekozen vertegenwoordigers” bestaat.

Estève, kleinzoon van een immigrant uit Catalonië, is één van de weinige socialistische burgemeesters in de Elzas, waar rechts traditioneel in de meerderheid is.

Pag 5: Duitsland aan de overzijde, Parijs ver weg

Hij maakte carrière als rechter in een Parijse voorstad en was vijf jaar kabinetschef van minister Jack Lang van cultuur voor hij drie jaar geleden met slechts enkele honderden stemmen verschil tot burgemeester van Selestat werd verkozen. Enkele maanden geleden ervoer de bevolking van Selestat hoe de Parijse "media-politieke microcosmos' - het Franse equivalent van het wereldje dat de navel van Amsterdam bevolkt - met de kiezers omgaat. In juni, kort na het Deense nee tegen "Maastricht', werd Selestat uitverkozen voor een grote politieke bijeenkomst onder auspiciën van de Franse Europese Beweging. Voor- en tegenstanders van ratificatie van "Maastricht' zouden er spreken. Oud-president Valéry Giscard d'Estaing, leider van de liberale UDF, zegde zijn medewerking toe. Namens de regering zou het woord worden gevoerd door Elisabeth Guigou, de staatssecretaris voor Europese zaken.

Burgemeester Estève, trots dat de naam van zijn stad plotseling bovenaan de nationale politieke agenda stond, mobiliseerde zijn kiezers - en de 6.800 leerlingen van de vijf middelbare scholen van het streekcentrum Selestat - om schriftelijke vragen in te dienen. Maar de gaullistische RPR verklaarde Selestat tot "verboden stad' , de partijtop zag in het initiatief van de voorzitter van de Europese Beweging, de liberaal Jean Poncet-Poncet, een veile poging de verdeeldheid in de RPR over "Maastricht' te etaleren en nog te vergroten. De Parijse regie van de bijeenkomst, die tweeduizend belangstellenden trok, negeerde eenvoudig de vragen van de Elzassers. Estève: “De bevolking mocht de show alleen maar stompzinnig aan zien.”

Met dezelfde gevoelens van ambivalentie over Parijs en de Franse politieke elite kijken veel Elzassers naar Duitsland. Want de werkloosheid moge in de Elzas laag zijn, in Baden-Würtemberg, het aangrenzende "Land', was ze vijftien jaar lang nul. Zestigduizend Elzassers werken over de grens, waar de lonen hoger zijn dan in Frankrijk en die in eigen land nog meer koopkracht verschaffen wegens koersvoordeel. Niettemin meent burgemeester Gilbert Estève dat ze “van nature geneigd zijn tegen "Maastricht' te stemmen wegens de combinatie van bewondering en ongerustheid voor Duitsland”. De symptomen zijn immers vaak belangrijker dan de realiteit: problemen met Turkse immigranten in Selestat krijgen door de schaalvergroting van Rostock meer betekenis dan ze hebben.

Voor de 72-jarige Louis Boltz, ombudsman van de gemeente Selestat, moeten de tegenstanders van Maastricht vooral in de gelederen van de "nationalisten' worden gezocht, de mensen die vrezen voor het verlies van soevereiniteit van de grande nation Frankrijk. Voor de oorlog was 90 procent van de Elzassers tegen het nazi-dom in Duitsland, “waarvan wij de gevaren eerder zagen dan de Fransen in het binnenland”, aldus Boltz.

Na Hitlers invasie in 1940 werd de Elzas, net zoals in 1871, ingelijfd bij Duitsland. Ruim 135.000 Elzassers werden in de Wehrmacht ingelijfd, en van hen stierven er 43.000 voornamelijk aan het Russische front. Tienduizend Elzasser soldaten zijn vermist. Slechts twee procent van deze soldaten bestond uit vrijwilligers, beklemtoont Boltz, die zelf ter dood werd veroordeeld en zijn leven dankt aan het ketsen van het pistool waarmee een Duitse officier hem wilde executeren. Ex-soldaat en ex-deporteerde Boltz is dus voor Europa en voor "Maastricht' want “we zijn nu allen Europeanen”.

“De meeste mensen stellen in het Maastricht-debat echter de vraag wat het voor hen persoonlijk zal betekenen, en ik acht dat volkomen legitiem”, meent Claude Ach, eigenaar van een sjieke boutique in Selestat, die als woordvoerder van de Vereniging van Winkeliers optreedt. Angst voor een sterk Duitsland en de immigratie zijn volgens de beminnelijke winkelier de belangrijkste factoren bij de afweging pro en contra "Maastricht'. “Maar het probleem is dat die afweging niet goed mogelijk is”, zo zegt Ach, die het referendum “geen goed idee vindt”. Ach: “Dat had beter kunnen worden overgelaten aan het parlement, dat deskundig is.”

De verbazing van de pastoor en de kennis van de burgemeester (de symptomen zijn vaak belangrijker dan de realiteit) in Selestat zijn onderdeel van de meningsvorming over "Maastricht' die in de Elzas nog gecompliceerder is dan elders in Frankrijk. Duitsland is aan de overzijde van de Rijn, en Parijs bijna 500 kilometer naar het westen. De Elzas, waar alleen de oudere generatie nog het Elzasser Ditch spreekt, heeft echter ook een Europees symbool: de stad Straatsburg. Zetel van het Europees Parlement en, sinds kort, van Europol, de Europese politie die over de interne veiligheid van het Europa van "Maastricht' zal waken. Wellicht komt daar binnenkort nog de generale staf van het Eurocorps bij, de Frans-Duitse troepenmacht die - als "Maastricht wordt aanvaard - de kern van een toekomstig leger zal kunnen vormen.

Maar symboolwaarde is betrekkelijk. De oudste der Europese instellingen is ook in Straatsburg gevestigd: de Commissie voor de Navigatie op de Rijn, die in 1816 in het leven werd geroepen. Deze instelling heeft sindsdien heel wat soldaten over de rivier zien trekken, gelukkig in beide richtingen. En dat gegeven is ook symbolisch: voor de angsten voor het nieuwe onbekende dat "Maastricht' heet.