De teloorgang van het Behouden Huys; Een lang weekend op Nova Zembla in het voetspoor van Willem Barents

De overblijfselen van "Het Behouden Huys' op Nova Zembla, in 1596 gebouwd door Willem Barents en zijn mannen om op het eiland te overwinteren, verkeren in slechte staat. Dat is de conclusie van de archeoloog Louwrens Hacquebord, die vorige week terugkwam van een expeditie naar de historische locatie op 76 graden noorderbreedte. Zijn verblijf duurde van donderdag 20 tot maandag 24 augustus. Herbert Blankesteijn vergezelde de archeoloog, gewapend met potlood en papier.

Over sulcks zijnder vanden Eerbaren Raedt der vermaerde Stadt Amstelredam, int beghinsel van 't jaer [1596] twee schepen toegherust, daer van het scheeps-volck op tweederley conditien zijn aanghenomen geweest: te weten, watse souden hebben sose onverrechten saecken wederom quamen, ende de reyse volbrachten, belovende haer een goede conditie, soo zy de reyse conde volbrenghen, om also het volck moedich te maecken, nemende soo veel onghehoude (ongehuwde) persoonen alsse eenichsins mochten, om te minder deur den treck tot wijf ende kinderen, int werk te versagen, oft van de reyse afgetogen te worden.

Aldus Gerrit de Veer, de dagboekschrijver onder Barents' mannen. De reis volbrengen betekende in dit geval China en Indië bereiken via een noordelijke route zonder hinderlijke Spanjaarden en Portugezen. Expeditieleider Barents (zo schreef hij zelf zijn naam) beschikte over twee schepen, het ene met Jacob van Heemskerck als schipper, het andere onder commando van Jan Cornelisz. Rijp. Op 16 mei 1596 kozen de schepen zee, om meteen weer teruggeblazen te worden naar de kust van Vlieland. Rijp liep daar zelfs nog even aan de grond.

Wij hebben geen tijd voor tegenslag. We nemen een lijnvlucht naar St. Petersburg (en lezen op de neus van het KLM-toestel de naam Willem Barentsz.!) en charteren een vliegtuig van Aeroflot om het noorden van Siberië te bereiken. In Dikson, een totaal verloederde buitenpost van de Russische beschaving, huren we een helikopter waarmee we de kust van Nova Zembla moeten gaan afspeuren. Ondanks onze naar luchtvaartmaatstaven veel te zware bagage, ontoereikende visa en nieuwe financiële eisen van Russische zijde bereiken we in drie dagen tijd het legendarische eiland.

Vierde eeuwfeest

Initiatiefnemer dr. Louwrens Hacquebord is directeur van het Arctisch Centrum van de Rijksuniversiteit Groningen en gespecialiseerd in archeologie in polaire streken. Hij heeft een belangrijk aandeel gehad in de opgravingen van de Nederlandse walvisvaardersnederzetting Smeerenburg op Spitsbergen, ruim tien jaar geleden. Naar Nova Zembla wil hij omdat het vierde eeuwfeest van Barents' overwintering nadert. Daar komt bij dat het sinds kort minder moeilijk is om Nova Zembla te bezoeken. Het "dubbeleiland' was als militair gebied tot voor kort niet toegankelijk. Het zuidelijke deel is proefgebied voor kernwapens en stortplaats voor radioactief afval. ""Door de nieuwe politieke situatie in Rusland is er opeens veel meer mogelijk. Ik wilde daar snel gebruik van maken, want als je wacht kan het al weer te laat zijn'', zegt Hacquebord.

Den 25. Augusti begont weer wat te beteren, ende wy deden groote moeyten ende arbeyt omt ys wech te doen, daer wy soo in bedremt lagen, dan dat wy deden 't was te vergheefs.

[De 26. Augustus] quamen wy des avondts aende westzyde vanden yshaven, daer wy den geheelen couden winter met grooter armoedt, ellende ende verdriet mosten overblyven, ende de windt was doen oost noordt oost.

Nova Zembla komt in zicht en we kijken onze ogen uit. Geen ijs! Dit is de tijd van het jaar dat Barents vastvroor. De ontdekkingsreiziger had het ongeluk te leven in de Kleine IJstijd, de periode van 1450 tot 1850 waarin het klimaat beduidend kouder was. We zien verder een troosteloos, verlaten landschap met kale glooiingen en met resten sneeuw in geulen en op noordelijke hellingen.

De plaats van het Behouden Huys is ongeveer bekend, maar niemand weet precies de ligging, of de toestand waarin we het zullen aantreffen. In 1871 kon de Noorse zeehondenjager Carlsen het huis vanaf zee nog zien staan. Hij ging aan land en trof alles aan zoals de mannen van Barents het hadden achtergelaten, afgezien van de effecten van 275 jaar weer, wind en ijsberen. Hij nam een groot aantal voorwerpen mee die via een omweg Nederland bereikten en nu in het Rijksmuseum liggen opgeslagen. Enkele jaren later volgde de Brit Gardiner Carlsens voorbeeld, en in 1979 deed de Russische Barents-bewonderaar Kravtsjenko de locatie aan. Vorig jaar bracht Kravtsjenko er twee Nederlandse zeelieden aan land, met wie hij toevallig in de buurt was: Maurits Groen uit Wijk aan Zee en Frans Heeres uit Amsterdam. Tot nader order komt hun de eer toe als eerste Nederlanders na Barents daar voet aan wal te hebben gezet.

We hebben geluk. Niet ver van de plek waar het huis werd vermoed zien we vanuit de helikopter een rechthoek van houten balken. Een monumentaal rechtopstaand kruis markeert de plaats en moet op vele kilometers afstand nog te zien zijn. Resten hout slingeren overal rond. Bij de landing blaast de helikopter de planken nog eens flink door elkaar. Het is de bedoeling dat we hier vier dagen zullen kamperen, om de "site' te inspecteren. De helikopter komt ons na vier dagen weer ophalen. Louwrens Hacquebord stapt als eerste uit.

""Nou, dit is het dan hè?'' roept hij opgetogen. ""Dit is de plaats. Voor Nederland toch een historische plek.'' Behalve door de houtresten valt het terrein in en rond de houten rechthoek op door de voor Nova Zembla weelderige plantengroei. Een dik tapijt van mos, terwijl elders slechts sporadisch een bloempje of een polletje zich tussen de stenen heeft weten te wurmen. ""Dat moet komen door het afval dat hier vierhonderd jaar geleden is neergegooid'', constateert Hacquebord. ""Daar zit meestal fosfaat in, en dat werkt als mest.''

Een minuutje neuzen tussen de overblijfselen levert al gauw een paar Barents-relikwieën op: gesmede spijkers met een vierkante doorsnede, stukken hout van kisten en tonnen, scherfjes. Met verbazing noteert de archeoloog dat het huis is gebouwd op een kaap: niet beschut in een baai, zoals je uit het dagboek van De Veer zou kunnen opmaken, maar juist op een landtong tussen twee baaien in, naar drie windrichtingen onbeschermd. De enig mogelijke verklaring lijkt te zijn dat het schip daar nu eenmaal vastzat, en dat ze zich niet te ver van het schip wilden of konden vestigen, bij voorbeeld in verband met het sjouwen van proviand en hout.

Daar staan we dan, in de tuin van het Behouden Huys: Hacquebord, zeevogelbioloog Ko de Korte en Frits Steenhuisen, alle drie van het Arctisch Centrum. Vier Russische arctici, een tweekoppige Nederlandse tv-ploeg met plannen voor een documentaire en schrijver dezes. Alle Nederlanders kennen hun De Veer en gaan direct na het opzetten van de tenten maar nog vóór de maaltijd de restanten van het huis onderzoeken. Ko de Korte is de enige voor wie de overwintering meer is dan een verhaal. Hij heeft zelf overwinterd, op Spitsbergen, in 1968. Hij was 25 jaar oud en voorzag ijsberen van zendertjes om hun gangen na te gaan.

""Dit is de vervulling van een droom'', zegt hij zacht terwijl hij in de verte staart. ""Wij hadden het vaak over Barents en z'n mannen. Maar dat ik dit nog eens zou zien kon ik me toen niet voorstellen. Dat was zo onbereikbaar.

""Vergeleken met Barents hadden wij het heel makkelijk. We hadden goede uitrusting, goed eten, radio... We dachten er juist vaak aan hoe moeilijk zij het gehad moesten hebben. Ze hadden niet eens echte winterkleding. En ik wist dat ik weer werd opgehaald.''

Bibberen

Het thuisfront mag ons heel flink vinden dat wij nu op Nova Zembla kamperen tussen de wilde beren bij temperaturen tegen het vriespunt, maar zoveel stelt het onder deze omstandigheden niet voor. Er staat geen wind van betekenis, zeker niet voor de plaatselijke begrippen. De temperatuur is daardoor bijna aangenaam. Alleen 's avonds wordt het wat frisser. De wind neemt dan iets toe en brengt fijne motsneeuw die op de stenen bodem snel wegsmelt. We zitten dan bij het vuur te bibberen, vooral omdat we stil zitten. Wie brandhout gaat halen op het strand (dat ligt vol met aangespoeld drijfhout) heeft niet eens meer behoefte aan de warmte van het vuur. Het mag een prestatie heten dat onder deze milde omstandigheden twee van ons nog opgezette handen krijgen van de kou.

Den 11. [december] wasset noch al claer weder, met een helderen lucht, maer seer gheweldich cout, dattet eener diet niet ghevoelt heeft, qualijck gheloven soude, jae de schoenen bevroren so hart als een hoorn om ons voeten, ende waren van binnen wit bevroren, alsoo dat wy niet langher eenighe schoenen conden ghebruijcken, maer maeckten wyde clompen, het bovenste van schape vellen, daer wy met 3. oft 4. paer socken over malcander getrocken mochten in gaen om daer deur ons voeten warm te houden. (...) soo haest wy wat te langhe buytens huys bleven, so vroren der blaren ende buylen aen ons aensicht ende ooren.

De vreugde van Louwrens Hacquebord slaat snel om in teleurstelling. Alleen de vier halfvergane funderingsbalken liggen nog op hun plaats. ""Jammer hè, jongens, dat het er zo bij ligt. Ik had verwacht dat er meer verband in zou zitten. Dit is gewoon verloren gegaan.'' Op allerlei plaatsen vindt hij sporen van onoordeelkundig graafwerk. Er zijn meer sporen van recente menselijke activiteiten: glasscherven bijvoorbeeld. ""Ze halen voorwerpen weg, verslepen dingen en voegen het nodige toe'', vat Hacquebord de verwoestende invloed van onbevoegde bezoekers samen. De archeoloog moet er maar uit zien te komen. Het kan niet anders of vanaf voorbij komende schepen komen geregeld mensen passagieren. Het zes meter hoge kruis bij het huis, dat gezien de Russische inscriptie door Kravtsjenko is geplaatst, zal wel werken als een magneet. Een eindje verderop vinden we op het strand een complete picknickplaats. Banken, tot oventjes verbouwde vaten, flessen, blikken, batterijen.

Met de radioactiviteit hier valt het mee, wijst de stralingsmeter uit. St. Petersburg, Amderma (even ten zuidoosten van Nova Zembla aan de Siberische noordkust), Dikson (oostelijk van Nova Zembla), het Behouden Huys, een willekeurige plaats in Nederland, het maakt allemaal niets uit wat de stralingskracht betreft. Volgens informatie van het Arctisch Centrum ligt de dichtstbijzijnde stralingsbron 160 kilometer zuidelijk langs de vloedlijn: de reactor, inclusief splijtstof, van de ijsbreker "Lenin'. Kernproeven zijn alleen gedaan op het zuidelijke eiland, op veel grotere afstand. Wij zitten ver in het noorden.

Alarmpistool

De eerste beren komen 's nachts. De wacht rapporteert er drie; ze verdwenen zonder moeilijkheden te maken. Een volgende beer meldt zich overdag en waagt zich tot op ongeveer honderd meter. Een van onze Russische metgezellen vindt dat genoeg en vuurt een alarmpistool af. De beer smeert 'm, tot teleurstelling vooral van Ko de Korte. Die wil met alle geweld een ijsbeer beeldvullend in zijn 400 mm telelens zien, en zo ver was het nog niet. Aan ijsbeerwerende middelen hebben we verder twee geweren, waarmee behalve echte patronen ook signaal- en rubber kogels kunnen worden afgevuurd. Een beer dood je alleen in uiterste nood. IJsberen zijn beschermd. Een dode beer geeft een hoop gelazer en dat is niet bevorderlijk voor toekomstige expedities.

Den 12. Februarij wast claer weder ende stil, de wint z.w. Doen (...) quamper een grooten Beyr tot ons nae 't huijs toe, daer deur wy ons alle nae huijs haesteden, ende leyden op hem aen uyt onse deur met roers ende musketten, ende also hy recht op onse deur aen quam so wert hy ghetreft ende voor in zijn borst geschoten dattet achter de deur zijn hert aenden staert uyt quam, deurt ganse lijf heen, also dattet loot soo plat was als een copere duijt diemen met hamers plat slaet. (...) Doen liepen wy alle flucx ten huyse uyt na den Beyr toe, ende vonden hem noch levendich, dat hy zijn hooft noch nae ons toe opbeurde, al oft hy sien wilde wiet hem gedaen hadde.

Beren zijn zelden agressief, maar nieuwsgierig zijn ze altijd. Onze laatste beer komt op een ochtend vroeg langs. De Russen gooien al ons hout op het vuur, doen er scheuten kerosine bij, en lossen intussen het ene schot na het andere uit het alarmpistool. Het wekt juist de interesse van onze gast.

""Een vervelend beertje'', stelt Louwrens goedmoedig vast en laat de Russen begaan in hun vergeefse arbeid. De beer, waarschijnlijk een onervaren tweejarige (oudere beren weten dat het met mensen kwaad kersen eten is), beschrijft steeds nauwer wordende cirkels om ons heen en ruikt eens aan de overblijfselen van het Behouden Huys. Het voltallige Nederlandse personeel is in zijn nopjes met de gebeurtenissen en maakt grappen en fotografeert wat. Zodra Ko zijn beeldvullende beer heeft vastgelegd - de ijsbeer is dan genaderd tot een meter of dertig - neemt hij het heft in handen en vuurt een rubber kogel tegen het beest zijn bibs. Onze belager vestigt zich nu op 300 meter afstand en maakt daar mokkend en duttend het etmaal vol.

Spiegelbeeld

Het onderzoek aan de schamele resten van het Behouden Huys levert intussen toch het een en ander op. Uit de inkepingen in de funderingsbalken leidt Hacquebord af dat het huis als een blokhut moet zijn gebouwd. De Noor Carlsen had dat in de vorige eeuw geopperd. Barents (of zijn timmerman) kan die kunst onderweg van de Noren hebben afgekeken. Later rijst bij Hacquebord het vermoeden dat de illustraties in het boek van De Veer de werkelijkheid in spiegelbeeld weergeven: wanneer men landinwaarts kijkt zat de deur waarschijnlijk rechts en niet links. Rechts is de fundering namelijk onderbroken.

Hacquebord ontdekt een paar veelbelovende afvalbulten, rijk aan botten. ""Een volgende keer moet er maar een bottenspecialist mee'', denkt hij hardop. Hij speculeert over de plaats waar de zeventien heren hun uitwerpselen kunnen hebben gedeponeerd. Etensresten en poep samen kunnen heel wat ophelderen over wat de pot precies schafte. Een middagje peuteren op één enkele plek levert aardig wat kleinigheden op: een stukje textiel, een riempje en meer scherven en spijkers. Ook ligt de locatie bezaaid met eiken duigen, door de overwinteraars kennelijk gebruikt om in te snijden, om zo de verveling te verdrijven.

""Als je niks te doen hebt, dan pak je een mes en dan snij je wat in dat hout. Dat zullen zij ook wel gedaan hebben. Noem het bezigheidstherapie. Hoe moesten ze anders die tijd door komen wanneer ze door de kou dagenlang de deur niet uit konden? Ze lazen wel in de Bijbel maar dat kun je niet de hele tijd doen.''

Den 22. Februari wast claer stil weder, de wint z.w. doen maeckten wy wederom gereetschap om een slede met hout te halen. (...) Ende int wederom comen vielt ons so suer dat wy den moet schier verloren gaven: want wy waren deur de langhdurige coude ende onghemack so swack ende afgheslooft, dat wy weynich cracht hadden, ende begonnen schier te wanhopen dat ons de cracht begheven soude, dat wijt hout niet langher soude connen halen, daer deur wy gantschelijck van coude soude hebben moeten vergaen.

In februari waren ze al ernstig verzwakt. In juni konden ze pas weg, voor een 600 kilometer lange zeereis in open sloepen, door kou en nattigheid. Het duurde tot oktober voor ze thuis waren. Hoe is het mogelijk dat twaalf van de zeventien de overwintering overleefden?

Eén doorslaggevende factor was Van Heemskerck, bij vertrek uit Holland 29 jaar oud. Hij handhaafde de discipline, praatte de mannen op moeilijke momenten moed in zodat ze "meer deden als ons crachten vermochten'. Ook stuurde hij zo vaak mogelijk mensen naar buiten op verkenningstochten of om het schip te inspecteren, zodat ze in beweging bleven (dat werd beschouwd als therapie tegen scheurbuik, maar je werd er natuurlijk ook warm van). Verder waren er tal van toevallige, gelukkige factoren. Een daarvan was dat de mannen poolvossen wisten te vangen, en ze gingen eten. Mits niet te lang gekookt, bevat het vlees van deze beesten wat vitamine C, zodat de scheurbuik pas heel laat toesloeg.

Poolwilg

De natuur op Nova Zembla doet zich met de dag rijker aan ons voor. We zien ijsberen en poolvossen, en uitwerpselen van rendieren, poolhazen en lemmingen. Zelfs ontdekken we een heuse lemmingenburcht. Ko de Korte spot 15 vogelsoorten, waaronder verschillende jagers, de grote burgemeester, de geelsnavelduiker en de roodkeelduiker. Aan vegetatie vinden we, behalve allerlei soorten mos en steenbreek, de poolwilg, een boomsoort die tweehonderd jaar oud kan worden en daarbij een hoogte bereikt van twee centimeter. Een pol van deze groeisels wordt door kenners zonder meer een bos genoemd. En dan is daar natuurlijk het lepelblad, het vitamine-C-rijke arctische plantje (salaet), dat De Veer hier blijkbaar niet heeft zien groeien. Of misschien groeide het hier destijds ook niet. Het smaakt zurig en fris, maar nu in augustus is het eigenlijk al niet meer op zijn best.

""Ja, misschien is het toch de moeite waard om dit nog eens op te graven. Met al die bezoekers hier verdwijnt het toch maar.'' Hacquebord doelt op de heersende opvatting onder archeologen dat opgraven in feite onherstelbare schade toebrengt aan een vindplaats. ""Maar we moeten wel snel zijn, want over een jaar of tien is er niks meer van terug te vinden.''

Dit zijn de namen vande ghene die van deze reyse wederom ghecomen zijn. Iacob Heemskerck Comijs ende Schipper, Pieter Pietersz. Vos, Gerrit de Veer, Meester Hans Vos Barbier, Iacob Iansz. Sterrenburgh, Lenaert Heijndricksz., Laurens Willemsz., Ian Hillebrantsz., Iacob Iansz. Hoogwoudt, Pieter Cornelisz., Ian van Buysen, Iacob Evertsz.

    • Herbert Blankesteijn