"De looneis die in 1991 nog wel kon, is in 1993 niet meer mogelijk'; C. van der Knaap, nieuwe coördinator arbeidsvoorwaardenbeleid CNV

UTRECHT, 5 SEPT. In het conflict om de sjorders in de Rotterdamse haven verklaarde de Vervoersbond FNV hem de oorlog. Binnen zijn eigen vakcentrale CNV maakte hij zich niet populair toen hij een looneis van 3,5 procent bovenop de prijscompensatie voor de havenarbeiders stelde. “Als hoofdbestuurder van de Vervoersbond CNV heb ik vaak gezondigd tegen alles wat op centraal niveau werd afgesproken”, zegt C. van der Knaap (41).

Toch is de kersverse coördinator arbeidsvoorwaarden van het CNV ervan overtuigd dat het de bonden en hun bestuurders deze keer menens is als er over centraal overleg wordt gepraat. “Het verschil is nu dat het initiatief van de bonden naar de vakcentrale loopt en dat afspraken niet van bovenaf worden opgelegd.” Maar in de loop van het gesprek haalt hij over de standvastigheid van de bondsbestuurders zijn schouders weer op. “Het is moeilijk onderhandelen in een sector waar de werkgever probeert de problemen af te kopen en je je eigen achterban niet meer in de hand hebt. Je kaderleden zeggen niet gauw nee tegen een extra procentje loon.”

Sinds begin deze maand is Van der Knaap coördinator arbeidsvoorwaarden van de christelijke vakcentrale CNV. Hij volgt daarmee A. Westerlaken op, die voorzitter van het CNV is geworden. De afgelopen veertien jaar werkte Van der Knaap voor het CNV in de regio Rotterdam, met als zwaartepunt de haven.

Evenals zijn collega's van de FNV is Van der Knaap een groot voorstander van afspraken tussen werkgevers, vakbeweging en overheid. Met als doel verruiming van de werkgelegenheid, waarvoor de werknemersorganisaties bereid zijn een deel van de loonruimte in te leveren. Dat is hard nodig, want in de collectieve arbeidsovereenkomsten (CAO) van dit jaar is uitbreiding van de werkgelegenheid nauwelijks terug te vinden, meent de vakbeweging.

Van de Knaap: “Voor 1993 willen wij uitgaan van prijscompensatie en een geringe initiële loonstijging”. Cijfers wil hij niet noemen. “Ik hou bewust ruimte, omdat de discussie binnen onze bonden nog niet is afgerond.”

Maar al dringen CNV en FNV aan op centraal overleg, de andere partners tonen weinig enthousiasme. De centrale werkgeversorganisaties twijfelen aan het effect van afspraken op een dergelijk niveau en willen bovendien eerst over de gevolgen van de Europese monetaire en politieke unie praten. “Het lijkt wel of we met de EMU een soort examen moeten afleggen. Dat is een belachelijke voorwaarde. Bovendien wordt de schuld voor het mislukken van een aantal centrale afspraken onterecht bij de vakbeweging gelegd”, meent Van der Knaap.

Hij doelt daarbij op het ontbreken van "prikkels' in de CAO's om het ziekteverzuim tegen te gaan. Maatregelen zoals het inleveren van geld of vrije dagen zijn nauwelijks genomen, terwijl daarover door de overkoepeldende organisaties van werkgevers en werknemers in de Stichting van de Arbeid wel aanbevelingen zijn gedaan. Werkgevers wijten dat aan een halsstarrige opstelling aan vakbondszijde, maar Van der Knaap wijst die beschuldiging van de hand. Er zijn toch afspraken gemaakt over intensievere controle en begeleiding van zieke werknemers, zegt hij. Bovendien daalt het ziekteverzuim.

Van de irritatie van de werkgevers begrijpt Van der Knaap “dus echt niets”. “Ze weigeren de uitgestoken hand van de vakbeweging om concrete maatschappelijke problemen op te lossen.” Problemen die overigens weer per vakcentrale blijken te verschillen. Zowel CNV als FNV zetten in op meer werkgelegenheid, maar een verdere arbeidstijdverkorting zoals de FNV voorstelt, hoeft voor Van der Knaap niet. “Ik voel meer voor een goed seniorenbeleid. Een ouderenregeling zoals die nu in de haven bestaat, zal in de toekomst niet meer voorkomen. Daarom moeten we nu investeren in een ordentelijke regeling ten koste van de initiële loonsverhoging.”

Hij begrijpt het dilemma van sommige bonden, zoals de Industrie- en Voedingsbond CNV. Die sleepte afgelopen voorjaar in de kleinmetaal (270.000 werknemers) een loonsverhoging van 4,75 procent voor 1993 binnen. De kans is groot dat in de grootmetaal (200.000 werknemers), waar de CAO in het voorjaar van 1993 moet worden vernieuwd, hetzelfde zullen eisen. “Natuurlijk is de achterban van deze bond bekend met de resultaten. Toch zal onze Industrie- en voedingsbond inzetten op loonmatiging, mits hij daar maar wat voor terugkrijgt.”

Meer werkgelegenheid en een gezond ouderenbeleid, bij voorbeeld. Daarbij denkt Van der Knaap aan het afschaffen van ploegendiensten voor mensen boven de vijftig jaar en een flexibele vervroegde uittreding. Bovendien zouden de CNV-bonden zich deze keer wel degelijk van hun verantwoordelijkheid bewust zijn. Hoge looneisen zullen, net als dit jaar, leiden tot het ontbreken van afspraken over "goede doelen', meent Van der Knaap. Maar zijn de bonden zich dan net zo bewust van hun verantwoordelijkheid als Van der Knaap, toen hij in 1991 een initiële loonstijging van 3,5 procent eiste? Hij zucht. “Je moet bedenken dat wat in 1991 nog wel kon, in 1993 niet meer mogelijk is.”