Amerikaan al gewend aan gespecificeerde telefoonrekening

WASHINGTON, 5 SEPT. De gespecificeerde telefoonrekening heeft in Amerika nooit zoveel weerstand opgeroepen als in Nederland, waar deze nu wordt ingevoerd. De telefoonrekening met een specificatie van de door de klant gebelde nummers bestaat allang in de Verenigde Staten, een paradijs voor de telefoongebruiker.

In Nederland hebben vertegenwoordigers van hulplijnen, zoals blijf-van-mijn-lijf-huizen, geprotesteerd dat huisgenoten van een hulpzoeker door de telefoonrekening van vertrouwelijke telefoontjes op de hoogte zouden kunnen raken. Dergelijke nummers worden nu niet vermeld en met “afgeschermd” aangeduid. In Amerika bestaat dat niet. Hulplijnen maken meestal gebruik van de Amerikaanse equivalent van 06-nummers. Aangezien die gratis zijn voor de opbeller, verschijnen ze ook niet op de telefoonrekening, zodat de wantrouwige echtgenoot van de mishandelde vrouw het niet merkt. Lokale telefoontjes worden in de meeste deelstaten niet afzonderlijk op de rekening gemeld, zodat ook daar de opbeller van een hulplijn vanzelf is “afgeschermd”, zonder dat deze alarmerende uitdrukking in druk verschijnt.

De Amerikaanse telefoonmaatschappijen registreren wel alle telefoontjes en net zoals in Nederland kan Justitie van die gegevens gebruik maken zonder medeweten van de verdachte. Er is in Amerika wel een machtiging van een rechter of een speciale jury nodig. Na drie maanden moet het verzoek worden verlengd. Het is meestal een enorm karwei om de telefoontjes van iemand te achterhalen. Toch weerhoudt dat sommigen niet. Het bedrijf Procter & Gamble overreedde de politie van Cincinnati om alle telefoontjes van een journaliste van de Wall Street Journal te onderzoeken.

De journaliste, Alecia Swasy, had personeelswisselingen bij de top van Procter & Gamble gemeld. Het bedrijf beschouwde de tipgever aan die journaliste schuldig aan het misdrijf van het weggeven van handelsgeheimen en de jury was het daar niet mee eens. Swasy had geen idee dat justitie door 800.000 papieren waadde om telefoontjes met haar op het spoor te komen en personeelsleden van Procter & Gamble verhoorde. Swasy kwam er alleen achter toen een van de verhoorde personeelsleden haar ervan vertellen. Ze had geen enkele kans gehad om tegen de jury in beroep te gaan of om uit te leggen dat het niet ging om handelsgeheimen.

Volgens Janlori Goldman van de American Civil Liberties Union geeft de Amerikaanse rechter te gemakkelijk toestemming tot naspeuringen van iemands vroegere telefoontjes. De overheid maakt daar volgens haar misbruik van. Zo kwam uit dat ook de gebelde telefoonnummers van een Amerikaanse stichting voor speurjournalistiek werden nageplozen door Justitie. Goldman wil dat er aan het vrijgeven van lijsten telefoontjes even zware wettelijke eisen worden gesteld als aan het aftappen van de telefoon. “Er moeten tegen de onderzochte persoon zware verdenkingen voor criminele activiteiten bestaan. Er moet een maximum termijn voor onderzoek zijn en Justitie moet alleen op een bepaalde soort informatie uit zijn”, zegt Goldman.

Speurjournalisten zijn ook niet altijd gesteld op privacy-wetgeving. De stichting Investigative Reporters and Editors van de universiteit van Missouri bepleit openbaarheid van door overheidsfunctionarissen tijdens hun werk gebelde nummers. “Als de telefoon in eigendom is van de overheid en door een overheidsfunctionaris wordt gebruikt, dan is het een overheidsuitgave, die dus in het openbaar beschikbaar moet zijn”, is het standpunt van Steve Luxenberg van de stichting.

Zoals van alles in Amerika wordt nu ook van de bescherming van de privacy een commerciële taak gemaakt. Twee advokaten uit Beverly Hills zijn een bedrijf begonnen met telefoonlijnen die niet naspeurbaar zijn. Via deze lijn onder de naam 1-900-Stopper kan een klant voor twee dollar per minuut ongeregistreerd telefoneren. Met geld valt veel op te lossen en de telefoonmaatschappijen varen er wel bij.

    • Maarten Huygen