Alleen in Europa

Op 20 september beslist de Franse kiezer over het Verdrag van Maastricht en daarmee over het lot van de Europese Unie. Na de Deense afwijzing is "Maastricht' geen vanzelfsprekende zaak meer. Hoe groot is in Nederland de twijfel aan Europa? Een mogelijk scenario van een onzekere toekomst. Eerste deel van een serie over Europa die binnenkort op de buitenlandpagina's zal worden voorgezet.

December 1999. Grensovergang Berg, middernacht. Voorzichtig kijkt hij op z'n horloge. Nog tien minuten, dan begint de rit. Aan de Nederlandse kant van de grens schemeren de lichtmasten van een expeditie-overslagterrein. Eén van de weinige sectoren waarmee het beter ging toen Nederland zich in 1998 uit de Europese Unie van Maastricht terugtrok. Er staan meestal een paar honderd vrachtwagens op het terrein - het wachten op de douane kan er dagen duren.

Hij snuift. Bah, wat stinkt die Camembert. Eén doosje is nog wel te harden, maar een achterbak vol - of je tegen een muur leunt. Straks verraadt die stank mij nog bij de douane, mompelt hij in zichzelf. Zenuwachtig trekt hij aan z'n sigaret. Hij zou er toch tegen moeten kunnen. Jarenlang was hij melkveehouder geweest. Wie een giertank over het land kan uitrijden, kan ook een lading Franse kaas uit België binnenbrengen.

Toen de Nederlandse landbouw geen aanspraak op de gegarandeerde minimum-prijzen en export-restituties meer kon maken, was het gauw gebeurd met zijn bedrijf. Hij denkt er nog wel eens aan terug, aan de EG-boterpakhuizen, waarvoor het zo lekker produceren was. Je molk je rijk. Alleen je quotum moest je in de gaten houden, Brussel deed de rest. Hij moest de koeien uiteindelijk wegdoen toen de EG op Nederlandse melk importheffingen legde. Den Haag had weliswaar meteen een nationale minimum-melkprijs vastgesteld, plus een subsidie voor zuivelexport, maar dat was al gauw te kostbaar geworden. Een paar grotere agrarische bedrijven waren overgebleven: die produceerden nog haast alleen voor de thuismarkt.

Op de wereldmarkt had Nederland het onverwachts moeten afleggen tegen de nieuwe Oosteuropese EG-leden. Die richtten met EG-subsidie de modernste landbouwbedrijven in Europa op. Die Oosteuropeanen waren al gauw de Japanners van de landbouw geworden. Alleen in de tuinbouw had Nederland nog een redelijke positie op de wereldmarkt. Helaas gingen de EG-markten ook daar voor de Nederlandse export vrijwel dicht. Gemüse aus Holland was Gemüse aus Dänemark geworden. Begin jaren negentig werd de helft van de Nederlandse landbouwproduktie nog geëxporteerd, waarvan driekwart naar EG-landen. Die stroom droogde bijna helemaal op.

Het was ook de Nederlandse akkerbouwers slecht gegaan. Hij had ze om zien vallen, het bedrijf van z'n broer het eerst. Die was zo gewend geraakt aan de hectare-steun, de braaklegpremies, de leemtevergoeding en de uitruimbonus dat-ie het boeren haast verleerde. Door de subsidies tegen de overproduktie lag uiteindelijk meer dan de helft van z'n grond braak. Brussel was een boerenpensioenfonds geworden: pretboeren werden ze in Nederland schamper genoemd. Maar hij moest toegeven dat de landbouwhervorming voor de consument had gewerkt. De prijs van brood en pasta was gedaald met 30 procent - de overproduktie nam af. Z'n broer was zich alleen steeds meer een steuntrekker, een profiteur gaan voelen. Hij was nu douaneman - zo kon hij tenminste doorvertellen wanneer de nachtelijke patrouilles zouden passeren. De broers hadden allebei meegedaan aan de anti-EG-beweging die halverwege de jaren negentig in Nederland opkwam. De vrachtwagenchauffeurs waren begonnen, de boeren namen de fakkel over. Met willekeurige blokkades kregen ze Nederland een maand lang plat. Boos waren ze, woedend zelfs, maar achteraf valt moeilijk na te vertellen op wie eigenlijk. Ja, op "Den Haag' natuurlijk en zeker ook op "Brussel', om nog maar te zwijgen van "Bonn'. Daar waren twee jaar na de ratificatie van Maastricht de nieuwe EG-directoraten buitenlands beleid, veiligheid en justitie gevestigd. Ook de Commissievoorzitter was de laatste zittingsperioden steevast een Duitser.

VOLKSBEWEGING

De vrachtwagenchauffeurs waren des duivels geweest over de automatische snelheidsbegrenzer, die Brussel verplicht stelde. En wat hadden de boeren ook alweer? Was het de drijfmestrichtlijn of het koolzaadquotum geweest? Peinzend staart hij in de nacht. Hij kon er niet meer opkomen. Hij wist nog wel hoe verbaasd hij was over de reacties. De boeren en de chauffeurs hadden iets losgemaakt dat heel Nederland kennelijk al jaren bezighield. De maat was vol met Brussel - van links tot rechts had iedere groepering, partij of belangenorganisatie wel een appeltje te schillen met die ondoorzichtige Brusselse bestuursmachine.

De boeren en chauffeurs hadden een volksbeweging op gang gebracht. De twee broers namen vooral aanstoot aan het arrogante optreden van de Duitse Commissievoorzitter. Die liet keer op keer merken dat met kleine lidstaten geen rekening meer kon worden gehouden, nu de EG naar 20 lidstaten was gegroeid. Behalve de Scandinavische landen, Zwitserland en Oostenrijk waren in 1996 ook Polen, Hongarije, de Tsjechische federatie en Slowakije lid geworden. Bulgarije, Slovenië, Albanië en Kroatië hadden net de B-status gekregen.

Nederland was zoetjes aan in Brussel en Bonn in de marge beland. De Benelux mocht afwisselend met Kleine Landengroep II (Oostenrijk/Zwitserland/Denemarken) één Commissaris voor een zittingsperiode van vijf jaar aanwijzen. Duitsland en Frankrijk hadden hun twee permanente Commissarissen gewoon gehouden. Met invloed in de ministerraad was het net zo gegaan. Brussel barstte tegenwoordig van de onderministerraden, waarin kleine landengroepen coalities moesten vormen om er de grote landen in de Raad mee te lijf te kunnen. In Nederland werden die "machtspolitieke realiteiten', zoals de Commissievoorzitter dat steeds noemde, maar slecht begrepen. Er was een oorverdovend geschreeuw in de Brabanthallen opgeklonken toen de minister van landbouw aan een gehoor van boze boeren bekende met België om spreektijd te hebben moeten loten. Hij had niet eens de Nederlandse belangen in de Raad kùnnen verdedigen, was zijn verweer. Er waren toen niet veel stoelen heel gebleven.

BEDRIJFSLEIDER

Het stopwoord van de Voorzitter was "Ordnungsgemäsz' - àlles moest volgens de regeltjes van het Verdrag van Maastricht. Juist daarover waren zijn broer en hij boos geworden. Hij knijpt onwillekeurig in het stuurwiel. Z'n knokkels worden wit. Hadden we toen maar beter opgelet, mompelt hij voor zich uit. Niet zozeer op wat er in stond, maar juist op wat er aan ontbrak.

Nederland was gefuseerd met elf andere landen zonder garanties voor behoud van eigen identiteit en zeggenschap over de eigen zaken. Zelfs zonder garantie voor voldoende politieke invloed en democratische controle op de Europese Unie. Dat er geen elf maar uiteindelijk negentien landen uitgenodigd zouden worden om Nederland mee te besturen, had geen Haagse politicus de burger ooit verteld.

Binnen een decennium bleek de Nederlandse premier gereduceerd tot bedrijfsleider in een buitenfiliaal. Zelfs tijdens de halfjaarlijkse Europese top van regeringsleiders had Nederland niet meer automatisch spreektijd. In veel voorbereidende werkgroepen had alleen nog de "Benelux' een zetel. Dat kwam neer op loten met België; Luxemburg was afgekocht met het voorzitterschap van het Comité van de Regio's, een nieuwigheid uit het Unie-verdrag, bedoeld om de Duitse Länder een voet tussen de deur in Brussel te bieden. De lidstaten brachten er hun opstandige regio's onder: Catalonië, Baskenland, Vlaanderen, Schotland. De "F-side' van Europa werden ze achter hun rug om genoemd.

De EG was ook de meeste Nederlandse branche-organisaties boven het hoofd gegroeid. Hij had ze nog wel eens namens Nederland bij mogen wonen, die marathonvergaderingen van de Europese Boeren, met de illusie "één boerenfront' te kunnen vormen. Finse boeren uit de sneeuw, Oostenrijkse boeren uit het hooggebergte en Hollandse boeren uit de polder - en dan maar praten over hectaresteun. Goed beschouwd schoot toen in Nederland het besef wortel dat burger noch bestuurder meer baas in eigen huis was.

Alleen de grote industrieën waren uiteindelijk met de EG meegegroeid. Het supra-nationale bedrijfsleven sloot alleen nog compromissen met enkele grote lidstaten. Als de Benelux dreigde tegen te stribbelen, dwarrelde er in Den Haag wel een fax uit Genève of München op het bureau van de premier met de geschatte kosten voor de Nederlandse economie als conglomeraat X of Y in Brussel zou worden gedwarsboomd. Dan was het kiezen of delen. Van een soevereine zelfbewuste industrie- en handelsstaat was Nederland veranderd in een catalogus-aanbieding. Een anonieme offerte met vestigingsvoorwaarden die hoofdzakelijk in Brussel werden vastgesteld.

Nederland was een produkt geworden waaraan Den Haag alleen op onderdelen mocht schaven. Verlaagde België de uitkeringen voor arbeidsongeschikten en werklozen, dan kon Nederland niet meer achterblijven. Schafte de Bondsrepubliek de vermogensbelasting voor particulieren af, dan stond Den Haag voor het blok. Inkomensverdeling werd steeds meer door vraag en aanbod op de markt bepaald, en steeds minder door kabinet en sociale partners. Dat was de sluipende integratie geweest, buiten alle Verdragen en Ministerraden om, waarvoor menigeen in Nederland liever de ogen sloot.

EUROPOL

Zo waren ook in Den Haag de ressentimenten tegen de europeanisering van Nederland gegroeid. De traditionele Nederlandse gedoog- en consensus-samenleving was in de jaren na Maastricht steen voor steen door de Unie afgebroken. Bij drugszaken en andere vormen van grensoverschrijdende criminaliteit had Europol de leiding gekregen van de opsporing. Veel vrijheid om wel of niet te vervolgen werd justitie niet meer gelaten. De richtlijnen werden in Bonn vastgesteld, bij het directoraat-generaal Justitie van de Commissie. Soft-drugs werden in Nederland ook verboden, net als in Duitsland.

Het binnenlands bestuur was sterk van karakter veranderd. De convenanten met het bedrijfsleven, die de trage Binnenhof-wetgeving goeddeels hadden vervangen, bleken onbruikbaar. De andere lidstaten eisten wetten en dreven openlijk de spot met de Nederlandse "zelfregulering'. Daar kon het Hof in Luxemburg niet mee uit de voeten als iemand Nederland wenste aan te klagen.

Ook marktregulering was een taboe voor Den Haag geworden. Met lede ogen had Den Haag aangezien hoe Brussel het Nederlandse aardgasnet had opengesteld voor buitenlandse gebruikers en de Gasunie het prijsmonopolie had afgenomen. Het beleid van lange afnamecontracten en vaste prijzen maakte plaats voor korte contracten en fluctuerende prijzen. De animo van de oliemaatschappijen om te investeren in (dure) kleine gasveldjes was er sterk door afgenomen. Alle boortorens waren inmiddels van de Noordzee en de Waddenzee verdwenen. Het kabinet berekende dat de grote aardgasbel in Slochteren dank zij "Brussel' tien jaar eerder dan gedacht zou moeten worden gesloten.

De meeste Nederlandse vestigingswetten voor het bedrijfsleven waren inmiddels door het Europese Hof strijdig verklaard met het beginsel van vrije concurrentie. Dat was het eerst te merken geweest aan de kleine ondernemers. Overal vestigden zich opeens Italiaanse tandartsen en Poolse loodgieters. De concurrentie-afspraken in het Nederlandse bedrijfsleven waren ook al gauw door de Commissie en het Hof in Luxemburg onderuitgehaald. De juridische beschermingsconstructies tegen vijandige overnemingen sneuvelden als eerste. Na het verbod op het bouwkartel uit '92 volgden nog invallen door het Directoraat Mededinging in de Nederlandse chemie, de farmaceutische industrie, de banken, de elektronica en de verzekeringssector. Van de 450 kartels die Nederland begin jaren negentig telde, mochten er tien blijven bestaan. Dat had pijn gedaan. Opeens spraken Nederlandse werkgevers bezorgd over "de Nederlandse cultuur van zakendoen' die verloren dreigde te gaan.

De animo voor de Europese eenheidsmarkt was in die kringen al wat bekoeld na de golf van Franse en Duitse overnemingen die de kleinere lidstaten had overspoeld. Frankrijk en Duitsland raakten bij het begin van de Unie verwikkeld in een prestige-strijd om de industriële hegemonie in Europa. Nederland, Denemarken en Oostenrijk werden het jachtterrein van de Duitsers. België, Zwitserland en Luxemburg stonden bij de Fransen bovenaan. Het was begonnen met Duitse meerderheidsdeelnemingen in Fokker, gevolgd door Philips en DSM. Ook de KLM bestond niet meer - aan een Brits/Duits bod bleek niet te ontkomen. Net zo min als trouwens Hoogovens. Maar dat was veroorzaakt door "Brussel', die Tsjechië en Polen zo snel op de EG-markt voor staal had toegelaten dat Hoogovens niet meer kon concurreren.

Er was gaandeweg meer kritiek in het bedrijfsleven gegroeid op "Brussel'. Sinds 1993 was Nederland netto-betaler aan de Unie - Den Haag droeg meer BTW en contributie af dan het aan subsidies ontving. Dat veroorzaakte een andere houding. De steeds grotere sommen geld die de Unie in de armere lidstaten in het Zuiden en Oosten van Europa stak, waren gaan irriteren. Moest de Nederlandse belastingbetaler nu solidair zijn met Zuid-Italië en Slowakije, terwijl het minstens even welvarende Noord-Italië en Tsjechië dat aan hun laars lapten? De rapporten van het Europese Rekenhof over de fraude met "wandelende' olijfbomen, de kuddes spookschapen, de "export' met schepen die de havens niet verlieten, werd een vast item op de voorpagina's van de kranten. Nederland begon zich het braafste jongetje in een klas te voelen, waarin verder iedereen afkeek.

Tegen Italië en Griekenland ontstond ronduit een anti-stemming toen bleek dat beide landen al jaren geen enkele Europese richtlijn toepasten. Het drie-maandelijkse pakket Brusselse wetgeving werd in beide parlementen weliswaar met een plechtige hamerslag "overgenomen', maar geen enkele Italiaanse of Griekse ambtenaar bleek de richtlijnen en verordeningen te lezen, laat staan te gebruiken. Intussen greep de Italiaanse mafia wel met beide handen de eenheidsmarkt aan. Maastricht was met Luik de belangrijkste uitvalsbasis voor de mafia in de Benelux geworden.

SPANDOEK

De organisatie voor het midden- en kleinbedrijf had als eerste de traditionele pro-Europa-houding verlaten. De achterban was buiten zichzelf van woede geraakt toen de Europese ministers in weerwil van Nederland besloten om de winkelsluitingstijden te harmoniseren. Nederlandse winkels mochten voortaan tot half acht 's avonds openblijven. In één adem werd ook het zondagsverbod voor de detailhandel opgeheven.

Achteraf bezien viel Europa in Nederland toen definitief van z'n voetstuk. Hij had die dag zijn vrouw in de woonkamer op de knieën aangetroffen, gebogen over een oud laken dat als spandoek moest dienen. "Zes uur etenstijd - dat is ons beleid', stond erop. Ze was hoofdcaissière bij de Digros in het dorp: die sloot om half zes. Uit die acties was een aparte bond voortgekomen: Winkelpersoneel in Opstand. In Brussel hadden ze op een middag voor het Commissie-gebouw gedemonstreerd. Maar er was niemand verschenen om het feestelijk versierde winkelwagentje met handtekeningen in ontvangst te nemen. Alle diplomaten en ambtenaren bleken zo rond drie uur nog aan de lunchtafel te zitten. Ze was woedend thuisgekomen.

Er brak een periode aan waarin Brussel weinig goed meer kon doen. De invoering van de ene Europese munt - Eurofrank geheten - had een spontane actie "Red de gulden' tot gevolg. In de media sloeg de stemming om. Er verschenen artikelen over de toekomst van het Huis van Oranje in een Verenigd Europa. Een richtlijn over het zoutgehalte in kaas, die de zuivelindustrie dwong de smaak van de Goudse Belegen aan te passen, leidde tot bozige Kamervragen. Ook het teergehalte van shagtabak bleek niet aan de Euro-wetten te voldoen, het merk "Javaanse Jongens' moest uit de markt worden genomen.

Nederlandse militairen weigerden om aan acties van de West-Europese Unie de defensie-arm van de Gemeenschap, mee te doen. "Ik vecht niet voor Bonn', spoten ze op de kazernemuren. En: "Unie - Moordenaar!' werd er gescandeerd toen de Tweede Politionele actie van de WEU in Kosovo op bloedvergieten uitliep. Maar dat was allemaal nog niets vergeleken bij de rel die uitbrak toen Brussel een Europese abortusrichtlijn voorstelde waarbij medische indicatie voorwaarde was voor een ingreep. Nederlandse vrouwen zouden dan naar Zweden moeten reizen voor een abortus. In één week was de Nederlandse vrouwenbeweging uit de winterslaap. De Dam bleef dagen achtereen bezet door een woedende menigte.

De ruiten van de auto waren inmiddels beslagen. Het begon licht te regenen. Hij moest aan z'n dochter denken. Die had zich in die periode zo opgewonden dat hij zich had afgevraagd of ze misschien zelf ongewenst zwanger was. Ze was met d'r slaapzak en twee vriendinnen naar Amsterdam vertrokken, waar ze vier dagen voor het Monument bivakkeerden.

EIGEN CULTUUR

De abortus-richtlijn was niet doorgegaan. Maar daarna kon er in Brussel niets meer voorgesteld worden of in Nederland brak een discussie los over de gevolgen voor de eigen cultuur en autonomie. De weekbladen en de opiniepagina's in de kranten begonnen zich af te vragen wat soevereiniteit en onafhankelijkheid binnen de Unie nog betekenden. Er verschenen kritische beschouwingen over het "Mens- en wereldbeeld volgens Brussel' en "Aard en wezen van het Nederlanderschap'.

In de kerk werd de Europese Unie in die tijd ook een thema. Het einde van de zondagsrust had christelijk Nederland wakker geschud. De bisschoppen stelden samen met de Hervormde Synode openlijk vragen bij de "consumenten-ideologie', de "doorgedreven individualisering' en "harde concurrentie-principes' van de Unie. Het EG-hof in Luxemburg had toen net weer het Nederlandse kostwinnersbeginsel fors ingeperkt. Gelijke rechten voor vrouwen kan de "gezinswaarden' aantasten en de vrouw de arbeidsmarkt opjagen, hadden de kerkleiders oecumenisch vastgesteld. De pastoor las het die zondag voor en hij hoorde het met instemming aan; hij had een hekel gekregen aan de Digros, sinds z'n vrouw om kwart voor zeven thuiskwam.

De Prijs van de Nederlandse Dagbladpers werd in 1997 toegekend aan een serie artikelen in De Amsterdammer (een fusie van Trouw en Parool) over Nederlandse innoverende bedrijven die na een exportsucces door Europese concerns waren opgekocht. De meeste bleken te zijn gedegradeerd tot assemblagehallen en distributiemagazijnen. Geen enkele Nederlander had er nog een directiefunctie, de research was verplaatst naar andere lidstaten. In de Nederlandse vestiging werd buiten de kantine geen Nederlands meer gesproken.

Het was symptomatisch voor de ontwikkeling op de arbeidsmarkt. Er bestonden geen typisch Nederlandse bedrijven meer die zich tot de thuismarkt konden beperken, er bestonden in het Europa zonder grenzen immers geen thuismarkten meer. Vrijwel de gehele industrie- en dienstensector was in handen van internationale concerns geraakt, die zich steeds minder betrokken voelden bij de staat waarbinnen men zich had gevestigd. Nederlandse werknemers waren zo gedwongen geraakt regelmatig van arbeidsplaats te wisselen. Het was een komen en gaan van internationale bedrijven op Nederlands grondgebied geworden. In heel Europa werd permanent gezocht naar de beste combinatie van infrastructuur, geografische ligging en bedrijfsklimaat. De grote Europese infrastructuur-projecten van de jaren negentig - de kogeltreinen en de Kanaaltunnel - waren intussen grotendeels buiten Nederland om gerealiseerd.

BRUG

Maar al te vaak werd er dan ook gekozen voor vestiging in het economische hart van het nieuwe Europa: Zuid-Duitsland: de brug tussen West- en voormalig Oost-Europa, centraal gelegen in de gemeenschappelijke markt. De keerzijde van het project Europa zonder grenzen, dat voor vrije concurrentie binnen één markt met 380 miljoen consumenten had gezorgd, kreeg steeds meer aandacht. Er groeiden Europese superondernemingen die zo machtig waren dat ze zowel de markt als de meeste lidstaten konden manipuleren. Er was nog maar één Europese vliegtuigindustrie, één Europese elektronicafabrikant (het Duitse Philips-Siemens GmbH) en twee Europese autoproducenten, een Frans/Italiaanse en een Duits/Britse.

Nederland was binnen de Europese Unie een distributieland geworden met alleen een procesindustrie die halfprodukten in bulk exporteerde, maar nauwelijks eindprodukten vervaardigde. Die werden geïmporteerd uit andere lidstaten. De industrie was er misschien wel tien keer te groot voor de eigen thuismarkt. Tachtig procent van de export ging naar de andere lidstaten; de helft van het nationaal produkt kwam uit het buitenland. Een land met een aardige agrarische export en een grote dienstensector: transport, software, verzekerings- en bankwezen, communicatie - dat land had zich als belangrijk toeleverings- en doorvoerbedrijf van de Unie eenzijdig afhankelijk van Europa gemaakt. Met de rest van de wereld was er een groot handelstekort. In politiek Brussel heeft Nederland alleen recht op een staanplaats.

Toen de vrachtwagenchauffeurs en de boeren met hun acties begonnen was de bal gaan rollen. Een brede volksbeweging tegen de Unie en vóór een zelfstandig Nederland kreeg de wind in de rug. Er moest weer een grens komen, met slagbomen en hekken om "ongewenste elementen' buiten te houden. De actieleuze "Koopt Nederlandse waar, dan helpen wij elkaar', werd afgewezen. Authentiek Nederlandse waar was in de post-Maastricht economie nauwelijks meer voorhanden. Nederland moest weer over zichzelf kunnen beslissen, was het centrale sentiment. De argumenten van de Euro-aanhangers (welvaart! groeikansen! concurrentie!) werden van tafel geveegd met een verwijzing naar Zweden en Zwitserland. Ook die landen waren uiteindelijk uit de Unie gestapt, maar hadden het economisch best overleefd.

DRIE MACHTSBLOKKEN

In de verte ziet hij de koplampen van de douane-auto passeren. Eindelijk. Met een schroevedraaier haalt hij de Belgische kentekens van zijn mosgroene Lada en schroeft de valse Nederlandse platen vast. Behalve de Franse kaas zal ook de auto flinke winst opbrengen. Een jaar nadat Nederland de Unie had verlaten verhoogde de minister van financiën de bijzondere verbruiksbelasting op auto's met 50 procent. De belastingopbrengst was snel teruggelopen, terwijl de uitgaven ongewijzigd bleven. Onverwacht veel bedrijven verlieten Nederland, de welvaart verminderde. België zat immers vast aan het EG-verbod op verbruiksbelastingen.

De opgevoerde motor start zonder problemen. Gas. Hij kent de weggetjes hier op z'n duimpje. De deur slaat met een net iets te harde klap dicht. Achteraf weet hij niet meer zo zeker of het vertrek uit de Unie nu wel zo verstandig was. Niemand had erop gerekend dat handel met het Unie-gebied zo snel zo moeilijk zou worden. De Unie-zonder-Nederland was protectionistischer geworden. De onderhandelingen binnen de GATT over een vrije wereldhandel mislukten. De wereld verdeelde zich in drie concurrerende economische machtsblokken - Noord-Amerika, Azië en Europa - die zich steeds meer van elkaar afschermden.

Nederland stond opeens alleen in de wereld. Anders dan Zwitserland, met z'n vakantie-Alpen en z'n bankgeheim, had Nederland geen unieke produkten aan te bieden. Alleen bloembollen telen, dat konden ze nergens zo als in Nederland. Maar de rest? Agrarische produkten, staaldraad, chemicaliën, vrachtvervoer, dienstverlening: elders hadden ze het ook, en soms beter. Pas nadat Nederland de Unie had verlaten, bleek de zwakte van de BV Nederland. Door z'n ligging en door de gemeenschappelijke markt was het voor z'n welvaart totaal afhankelijk geworden van export naar het Europese achterland.

Nadat Nederland uit de Unie was gestapt, zag Rotterdam de goederenstroom jaarlijks minder worden. Op Schiphol was het een stuk rustiger. Duitsland verlegde de aanvoer naar Antwerpen en Hamburg. De buitenlandse distributie-centra verhuisden er achteraan. Het Nederlandse wegvervoer stortte in, Nederland viel ook buiten de cabotage-afspraken. Van de euforische stemming na het anti-Uniebesluit was weinig meer overgebleven. De overheidsuitgaven waren op het oude peil gebleven, terwijl de inkomsten daalden. "Nostalgie naar het sociale paradijs van de jaren zeventig' zo had de Frankfurter Allgemeine de tijdgeest gekarakteriseerd. De kop had geluid: Nederland (voor het te laat is). Behalve slagbomen aan de grens had de beweging ook de WAO, de AOW en de AWBZ teruggeëist, die de aansluiting bij de Monetaire Unie niet hadden overleefd.

Den Haag had zich met verdubbelde animo op het besturen van Nederland geworpen. Eindelijk alleen, eindelijk zònder Brussel. Er was een snelweg-vignet gekomen voor buitenlandse auto's en een vaarvignet voor buitenlandse, vooral Duitse plezierjachten. De BTW-tarieven waren omhooggegaan. De strengste milieu-normen van Europa werden vastgesteld. De industrie kreeg ongehinderd subsidies van Den Haag. Er kwam een Vereveningsfonds voor de landbouw. De grensbewaking was verscherpt.

In de achteruitkijkspiegel van de smokkelaar vlammen opeens twee koplampen op. ""GVD, daar heb je ze!''