Zuidoostaziatische landen bewapenen zich in hoog tempo

In de Stille Oceaan liggen tal van mogelijke conflicten. De landen van Zuidoost-Azië kochten vorig jaar bijna een derde van alle wapens ter wereld. De aanschaf door Taiwan van Amerikaanse F-16's past in deze wapenwedloop.

De voorgenomen levering van Amerikaanse F-16's aan Taiwan staat niet op zichzelf. De landen in het gebied van de Stille Oceaan zijn in een wapenwedloop gewikkeld, die - diplomatieke beleefdheden ten spijt - tot uiting komt in de groei van de defensiebudgetten.

De nieuwe veiligheidssituatie in het gebied van de Stille Oceaan is er na afloop van de Koude Oorlog niet eenvoudiger op geworden. De Sovjet-Unie heeft geen noemenswaardig aandeel meer in de strategische rolverdeling in de Pacific Rim, de landen die aan de Stille Oceaan grenzen. En ook de Verenigde Staten hebben te kampen met existentiële problemen over hun rol. De in zekere zin eenvoudige problematiek van de Koude Oorlog heeft plaatsgemaakt voor het ingewikkelder complex aan regionale tegenstellingen en potentiële conflicthaarden. Bij afwezigheid van overlegorganen, zoals de CVSE en de NAVO in Europa, nemen de landen in dit gebied het zekere voor het onzekere en bewapenen zich in hoog tempo. In 1991 waren de Aziatische landen rondom de Stille Oceaan goed voor bijna eenderde van de mondiale aanschaf van wapensystemen.

De vorige Amerikaanse minister van buitenlandse zaken Baker heeft bij herhaling laten weten dat de strijdkrachten van de Verenigde Staten niet volledig uit Azië zouden verdwijnen. Maar tegen het einde van dit jaar moet de Amerikaanse marine Subic Bay in de Filippijnen - haar grootste steunpunt buiten de Verenigde Staten - hebben verlaten. De luchtmachtbasis Clark Airfield was al eerder door de Amerikaanse luchtmacht ontruimd. En ook de Amerikaanse aanwezigheid in Zuid-Korea en Japan zal de komende jaren aanzienlijk verminderen.

Deze terugtrekking is niet slechts een verplaatsing van strijdkrachten. Veel eenheden worden geheel ontbonden. Zo moet de Amerikaanse marine in de nabije toekomst drie van haar operationele vliegdekschepen uit de vaart nemen.

Deze bezuinigingen houden geen tred met het verval van het Russische militaire potentieel in de Stille Oceaan. De enige basis buiten het gebied van de voormalige Sovjet-Unie, Cam Rahn in Vietnam, wordt al geruime tijd nauwelijks meer aangedaan door Russische vlooteenheden. In januari van dit jaar restten slechts vijftig adviseurs en vijfhonderd manschappen in deze marinebasis. De Russische schepen liggen bij gebrek aan geld voor oefeningen en door een onvaste politieke koers van Moskou werkeloos aan de kades van Petropavlovsk en Vladivostok. Veel van de grotere eenheden zijn uit de vaart genomen en verkocht aan slopers in het buitenland.

Rusland heeft dringend harde valuta nodig. Zo werden Russische MiG-29's begin dit jaar aangeboden aan Maleisië. Japan werd gevraagd of het wellicht was geïnteresseerd in de aanschaf van amfibische landingsschepen en Zuid-Korea kreeg vorige maand het aanbod tanks en vliegtuigen van Rusland te kopen. Generaal Volkogonov, militair adviseur van Boris Jeltsin, zei over de Russische voorstellen tegen een Koreaanse krant: “Economische moeilijkheden dwingen Rusland wapens en technologie te verkopen. We verkochten al jaren aan Noord-Korea, dus waarom nu niet aan Zuid-Korea?”

Potentiële conflicten zijn er in Oost-Azië genoeg. De Koude Oorlog tussen Noord- en Zuid-Korea duurt nog steeds voort. Noord-Korea heeft nog altijd een staand leger van een miljoen man en maakt aanstalten een kernmacht te worden. Zuid-Korea maar ook Japan maken zich hierom zorgen.

Het defensie-budget van Japan groeide in de jaren tachtig reëel met gemiddeld 4,3 procent per jaar. Op de wereldranglijst van de wapenaankopen nam het het afgelopen jaar de zesde plaats in. De Amerikaanse regering ziet de bilaterale defensie-overeenkomst met Japan als één van de pijlers van stabiliteit in Oost-Azië.

China en Taiwan roepen tegenwoordig minder harde taal naar elkaar en het handelsvolume bedroeg vorig jaar zo'n twee miljard dollar. Toch blijven de verhoudingen gespannen. De modernisering van de Chinese strijdkrachten heeft een einde gemaakt aan de comfortabele militaire situatie waarin de Taiwanezen zich tientallen jaren bevonden.

China heeft zijn maritieme doctrine gewijzigd van een verdediging van de kusten naar een meer voorwaartse defensie. Dat de Chinese marine deze militaire opvatting ook in praktijk brengt, bewijzen de gewapende confrontaties met Vietnamese vlooteenheden om de Spratly- en de Paracel-eilanden in de Zuidchinese Zee. Onlangs werd bekend dat ook Japanse vrachtvaarders, die zich vertoonden in het gebied van de Senkaku-archipel in de Oostchinese Zee, met schoten voor de boeg werden gewaarschuwd.

Het aantal oppervlakteschepen van de Chinese marine is aanzienlijk toegenomen. En ook de kwaliteit is de afgelopen jaren gestegen. China heeft interesse getoond in het opnemen van vliegdekschepen in de vloot. Volgens sommige bronnen heeft China het vliegdekschip Varyag na moeizame onderhandelingen uiteindelijk van de Oekraïne gekocht.

Het kleine Taiwan besteedt per oppervlakte-eenheid het meeste geld aan defensie ter wereld. Ter vervanging van de snel verouderende luchtmacht en vloot - meestal tweedehands Amerikaanse systemen - ondervond Taiwan oorspronkelijk tegenwerking van de VS. Wel werd technologie aan de Taiwanezen geleverd, waarmee zij onder andere een eigen gevechtsvliegtuig hebben ontwikkeld. In Frankrijk zijn vorig jaar zestien korvetten besteld.

Vietnam zoekt uit financiële overwegingen toenadering tot de VS. De slechte economische situatie in het land maakt Vietnam huiverig voor conflicten met andere naties in de regio. Bij de bijeenkomst in juli van de ASEAN - de organisatie van Zuidoostaziatische landen - in Manila tekende de Vietnamese minister van buitenlandse zaken Ngyuen Manh Cam het zogeheten Verdrag van Vriendschap en Samenwerking met de zes ASEAN-landen Singapore, Thailand, Indonesië, Maleisië, Brunei en de Filippijnen. De minister liet weten dat over de soevereiniteit van Vietnam over de verschillende eilandengroepen in de Zuidchinese Zee niet viel te onderhandelen. Verschillende ASEAN-landen eisen de eilanden op.

De Chinese minister van buitenlandse zaken Qian Quichen zei in Manila: “China is niet in staat de plaats van de Amerikanen in te nemen”. Ondanks deze verzekering zijn de ASEAN-landen allesbehalve gerust over de mogelijkheid dat China het ontstane machtsvacuüm zal innemen.

De ASEAN-landen hebben er bij de Amerikanen dan ook op aangedrongen hun militaire aanwezigheid te handhaven. Singapore heeft aangeboden Amerikaans onderhoudspersoneel in de haven te stationeren. Indonesië en Thailand willen op commerciële basis onderhoudsdiensten verrichten.

Vooral Thailand en Maleisië zetten vaart achter de modernisering van hun strijdkrachten. Thailand wil bijvoorbeeld honderd extra F-16's van de VS betrekken en heeft onlangs zelfs een klein vliegdekschip in Spanje besteld. Maleisië bestelde enkele maanden geleden Britse marineschepen en denkt nog over verschillende types nieuwe gevechtsvliegtuigen.

Hoewel de ASEAN een economisch samenwerkingsverband is, werken de verschillende strijdkrachten in toenemende mate samen. Zo zijn grotere gezamenlijke oefeningen in voorbereiding en is communicatie-apparatuur op elkaar afgestemd. Ook de inlichtingendiensten delen informatie.

Met enige regelmaat nemen politici in het gebied van de Stille Oceaan het initiatief om een overlegorgaan ten behoeve van de veiligheid in het leven te roepen. In maart van dit jaar nog, stelde een Japanse politicus voor om naar analogie van de CVSE een Conferentie voor Veiligheid en Samenwerking in Azië op te richten. De ASEAN-ministers legden in Manila een gelijk luidende verklaring af. Nu de regionale tegenstellingen uit de schaduw van de Koude Oorlog treden blijkt duidelijk de noodzaak om zo'n multilateraal forum in te stellen.

F-16's verstoren balans nauwelijks

Taiwan ligt te ver in zee om een Chinese invasie te moeten vrezen. De militaire balans kan daarom niet eenvoudig worden uitgedrukt in cijfers, maar Taiwan heeft van beide meer dan voldoende voor een evenwicht; beide landen hebben een vrijwel even hoog defensiebudget: acht respektievelijk negen miljard dollar (1991).

Taiwan heeft altijd vertrouwd op fortificaties, een moderne marine en een superieure luchtmacht. Taiwan is altijd bang geweest voor de afsluiting van de aanvoerwegen over zee, bijvoorbeeld met mijnen. De beheersing van het luchtruim is daarbij voor Taiwan van groot belang.

De modernisering van de Chinese strijdkrachten - onlangs zijn bijvoorbeeld moderne Russische Soekhoi-27 en MiG-31 gevechtsvliegtuigen gekocht - heeft Taiwan niet zozeer in gevaar gebracht, maar de noodzaak tot vervanging van het oudere wapentuig onderstreept. De levering van 150 Amerikaanse F-16 straaljagers aan Taiwan verandert die verhouding niet verder. Taiwan was ook al voor de F-16-order druk bezig met een eigen moderniseringsprogramma. De ontwikkeling van een eigen gevechtsvliegtuig, de Ching Kuo, was al in het stadium van vliegende prototypes gekomen, maar het toestel voldeed niet aan de verwachtingen. Omdat tot het jaar 2000 een "gat' in de luchtverdediging was voorzien, werd de belangstelling in de Franse Mirage 2000-5 kenbaar gemaakt. Die order komnt nu in gevaar.