Waar is de wet?

KAN EEN WETSONTWERP zo maar zoek raken? Concreter gesteld: waar zijn de WAO-voorstellen gebleven die een zomer geleden zoveel commotie veroorzaakten? Ruim een jaar geleden kondigde het kabinet een forse ingreep in de arbeidsongeschiktheidsregeling aan.

De uitkering voor het leven ging veranderen in een minder riante regeling waarbij hoogte en duur afhankelijk zouden worden van de leeftijd. De voornemens brachten de PvdA in de diepste crisis van haar bestaan, en ook buiten die partij was de onrust groot. Met de WAO-plannen was het wezen van de verzorgingsstaat ter discussie gesteld.

De rust is inmiddels weergekeerd, maar de wet waar het allemaal om begon, is er nog steeds niet. Volksvertegenwoordigers die voorzichtig vragen wanneer ze de wetsvoorstellen kunnen verwachten, moeten het doen met de mededeling dat de Raad van State bijna klaar is met het advies. Aan de hand van dat advies moet het kabinet zich opnieuw over de voorstellen buigen en daarna zullen de wetswijzigingen pas officieel voor behandeling aan de Tweede Kamer kunnen worden aangeboden. Gezien de materie zullen ook de Tweede Kamer en vervolgens de Eerste Kamer ruim de tijd nemen.

Staatssecretaris Ter Veld mag dan optimistisch roepen dat het WAO-wetsvoorstel vòòr 1 januari aanstaande in het Staatsblad zal staan, maar dat is heel krap bemeten. Het zal waarschijnlijk op zijn vroegst 1 juli 1993 worden. Daarbij spelen niet alleen procedurele argumenten een rol, maar ook steeds meer politiek-strategische overwegingen.

IN DE WET is een overgangsperiode van 1 jaar voorzien. Dit betekent dat pas een jaar na inwerkingtreding de eerste kortingen op de arbeidsongeschiktheidsuitkeringen zullen worden toegepast. Volgens het tijdschema van Ter Veld zouden op 1 januari 1994, drie maanden voor de Tweede-Kamerverkiezingen, de uitkeringen worden verlaagd. Een weinig aanlokkelijk vooruitzicht voor politici wier bestaansrecht afhankelijk is van die verkiezingen. Kortom, een belang om vaart te zetten achter de behandeling is er even niet. Dan maar liever aankoersen op een ingangsdatum van de wet op 1 juli 1993, waardoor de inkomensgevolgen voor de bestaande arbeidsongeschikten wegens het overgangsjaar pas zomer 1994, na de verkiezingen, voelbaar worden.

Als die datum inderdaad wordt gehaald, heeft de WAO-discussie de coalitie ruim 3,5 jaar belast. Want de eerste voorzetten in de richting van een forse sanering werden aan het begin van de kabinetsperiode gegeven bij de Tussenbalans waarover het kabinet het in januari 1991 eens werd. Toen al stond een miljardenbesparing op de WAO ingeboekt. Vervolgens was het de beurt aan Nederland Adviesland om de besparing te concretiseren, met als tastbaar resultaat vertraging en veel onzekerheid voor de betrokken arbeidsongeschikten. Voor de coalitie is het effect dat de spankracht onmetelijk lang op de proef wordt gesteld: elk ander politiek gevoelig wetsvoorstel wordt immers beoordeeld in het licht van de ophanden zijnde WAO-besluitvorming. En ten slotte duurt het zo lang, dat aanstaande verkiezingen van invloed worden op het afwegingsproces.

DE DISCUSSIE is inmiddels weer van voren af aan begonnen. Terwijl de Raad van State nog volop studeerde op de kabinetsvoorstellen, stelde de PvdA-fractie in mei voor om de bestaande arbeidsongeschikten alsnog te ontzien. Als argument werd de daling van de stijging van het aantal WAO'ers gebruikt. Nog steeds zinnen politici en de sociale partners op uitwegen om de "oude gevallen' te ontzien en de juridische complicaties die zich daarbij voordoen op te lossen.

Voor zover het om de juridische zuiverheid gaat, is dat aanvaardbaar. Maar dit mag er niet toe leiden dat het hele pakket maatregelen achter de horizon verdwijnt. Daarom is het onontbeerlijk dat er eindelijk vaart in de besluitvorming komt.