Van Velzen: CDA kent geen toelatingsexamen

DEN HAAG, 4 SEPT. In een brief aan zijn partij stelt CDA-voorzitter W. van Velzen dat er bij het CDA geen sprake kan zijn van een “toelatingsexamen”. Hij laat dit aan het partijbestuur, de CDA-Kamerleden en aan de Kamerkringen weten als toelichting op zijn uitspraak dat “het CDA geen christelijke partij is”.

Bij de CDA-achterban was onrust ontstaan over deze uitspraak die hij had gedaan in een gesprek met enkele regionale bladen. Van Velzen wijst erop dat er geen sprake is van een koerswijziging en hij betreurt dat “bij sommigen het beeld is ontstaan dat voor het CDA en/of voor ondergetekende de christelijke inspiratie er niet meer toe zou doen. Niets is minder waar”, aldus de voorzitter.

Van Velzen deed zijn uitspraak op de vraag of het nieuwe CDA-Kamerlid, de hindoe D. Ramlal, persoonlijk de Heilige Schrift moet onderschrijven. “Zoals bekend onderschrijft de heer Ramlal - als hindoe - het Program van Uitgangspunten”, aldus Van Velzen. “Vanzelfsprekend heb ik gewezen op het feit dat dat het CDA als christen-democratische partij zich uitdrukkelijk richt tot de gehele Nederlandse samenleving zonder onderscheid naar geloofsovertuiging of maatschappelijke overtuiging”. De leden van het CDA moeten volgens Van Velzen echter wél “persoonlijk aanspreekbaar zijn op onze politieke overtuiging waarvan het hart wordt gevormd door de inspiratie en de toetsing aan de grondslag”.

In zijn benadering maakt Van Velzen onderscheid tussen het CDA en de kleine christelijke partijen. “Het CDA is niet een confessionele partij, een partij gebaseerd op een confessie of een kerkelijke belijdenis maar een partij gebaseerd op een politieke overtuiging waarvan de toetsing aan de Heilige Schrift het hart vormt”.