Vakbond denkt aan grote stakingen en protestmars tegen mijnsluitingen; Poolse mijnwerkers dreigen met actie

KATOWICE, 4 SEPT. In het Zuidpoolse Katowice (300.000 inwoners) staan de mijnschachten midden tussen de huizen. De stad is het centrum van de kolenwinning in Opper-Silezië en getekend door de mijndindustrie: grauwe woonkazernes en veel vuil in de lucht. Mensen klagen over ademhalingsproblemen en de gemiddelde leeftijd is door hart- en longziekten lager dan in de gezondere delen van het land.

Maar 350 kilometer naar het westen, rond de stad Walbrzych in Neder-Silezië, is het nog veel erger. Daar vertoont één op de twintig kinderen al vanaf de geboorte hartafwijkingen en komen leukemie en gewrichtsontstekingen op abnormaal grote schaal voor. De stadswijk Matylda wordt "de gaskamer van Auschwitz' genoemd, de rivier de Pelezina heet wegens de vervuiling ook wel de Zwarte Rivier.

In Walbrzych is men begonnen met de sluiting van drie van de vier mijnen, wat over 6 tot 7 jaar zijn beslag moet hebben gekregen en waardoor 16.000 mijnwerkers overbodig worden. De vierde mijn, die het hoogwaardige antraciet levert, blijft waarschijnlijk open. Met behulp van deskundigen van Charbonnage de France, zo zegt directeur ir. Engelbert Woznica van de divisie buitenlandse betrekkingen, marketing en consulting van de Staatsmijnen in Katowice, probeert men vervangend werk te scheppen, onder meer in het toerisme. In de hal van het kantoor staat het beeld van de H. Barbara, de patrones van de mijnwerkers. Permanent brandt er in een mijnlamp, die aan haar voeten staat, een rood devotielichtje. Op de sokkel van het beeld staat: "Szczysc boze'. Dat betekent zoveel als "Kom goed weer boven' of zoals de Duitsers en vroeger ook de Limburgse mijnwerkers elkaar toewensten: "Glück auf'.

De drie mijnen van Walbrzych moeten dicht omdat volgens Woznica de produktieprijs hoger ligt dan de marktprijs. De kolenlagen zijn zo dun - 0,6 tot 2 meter - dat mechanische winning onmogelijk is en men het zwarte goud overwegend met drilboor en pikhouweel te lijf moet, wat de arbeidskosten veel te hoog maakt.

Veel gunstiger zou de situatie in Opper-Silezië zijn. “In dit gebied, dat kunt u van me aannemen, verdienen we er echt wel geld mee”, zegt Woznica. De kolen worden voor 15 dollar per ton geëxporteerd. “Daarmee zijn we het goedkoopste in Europa.”

In Opper-Silezië zijn 65 mijnen in produktie. Met de vier mijnen in Neder-Silezië en de ene mijn in Lublin verschaffen ze werk aan 340.000 mensen. Van de in totaal 70 mijnen staan er 18 op de nominatie te worden gesloten. Het gaat daarbij vooral om mijnen van meer dan honderd jaar oud. Al driehonderd jaar vindt er kolenwinning in het gebied plaats. “De algemene strategie”, aldus Woznica, “is om tot het jaar 2010 jaarlijks gemiddeld 140 miljoen ton kolen te winnen. Bovendien willen we het exportniveau in dat tijdsbestek zien te handhaven op 25 tot 30 miljoen ton per jaar.”

Volgens vice-president Daniel Tomasz Podrzycki van de vakbond Solidarnosc 80, een afscheiding van de grote vakbond van Lech Walesa, bestaat er onder de mijnwerkers grote onrust. Bij Solidarnosc 80, een algemene vakbond, zijn 20.000 mijnwerkers aangesloten. “In 1990 stelde de regering een limiet aan de export van kolen, waardoor die daalde van 40 miljoen naar 20 miljoen ton per jaar. Die beslissing, waarvoor onze mensen geen enkel begrip kunnen opbrengen, scheelt het land per jaar 2 miljard dollar aan inkomsten. Doordat er bovendien sprake is van een economische recessie zitten we op dit moment tot onze nek in de kolenvoorraden.”

Onder de mijnwerkers in Polen broeit de onrust. De mijnwerkers, aldus Podrzycki, zijn nog maar met moeite in toom te houden. Voornaamste oorzaak van de arbeidsonrust is volgens hem de economische politiek van de Poolse regering, die er onder meer toe heeft geleid dat op geldleningen vijftig procent rente moet worden betaald. Daar komt nog eens de onzekere werkgelegenheid bij. Bovendien is, aldus de vakbondsleider, het gemiddelde inkomen van een mijnwerker de laatste jaren gedaald van 350 tot 250 à 300 dollar per maand, waarmee ze weliswaar nog altijd behoren tot de best betaalde arbeidskrachten, maar het verschil met het gemiddelde inkomen in de rest van de industrie is behoorlijk geslonken. “Door dit alles is de situatie bijzonder explosief geworden. Als de regering de komende weken weigert naar ons te luisteren dan zou het me niet verwonderen als er straks een half miljoen mensen in staking gaat. Wil men in Warschau dan nog niet met ons praten dan is een mars op de hoofdstad, naar analogie met de marsen die de Roemeense mijnwerkers de afgelopen twee jaar op Boekarest hielden, niet uitgesloten”, aldus Podrzycki.

De arbeidsomstandigheden zijn volgens hem de laatste jaren aanzienlijk verslechterd. “Het aantal ongelukken neemt dramatisch toe, omdat er geen geld wordt gestopt in veiligheidsmaatregelen. De technieken die nu worden gebruikt bij de kolenwinning kunnen dan wel goedkoop zijn, maar als men ze eerder had vernieuwd dan kon er nu best winstgevend worden geproduceerd. Nu zijn er van de zeventig mijnen slechts vier rendabel. De managers van de mijnen zeggen dat als er geen geld wordt geïnvesteerd alle Poolse mijnen in de komende vijf jaar zullen sterven.”

Volgens directeur Woznica proberen de staatsmijnen nieuwe markten te vinden, want de inkomsten door de verkoop van de Poolse kolen vormen een belangrijke kurk waarop de economie drijft. “We verwachten meer kolen naar Duitsland te kunnen exporteren omdat men daar bezig is met het sluiten van mijnen. De export naar Duitsland groeide in een jaar tijd al van 9 miljoen naar 14 miljoen ton. Ook wordt verwacht dat er weer meer kolen naar Rusland en de Oekraïne kunnen worden uitgevoerd. Dus de Poolse mijnindustrie heeft wel degelijk toekomst, zij het dat we dan moeten herstructeren, we van de subsidiëring van de lonen af zullen moeten en mensen zullen moeten ontslaan.” Om hoeveel mensen het gaat, wil hij niet zeggen.

Voor het herstructureringsproces zijn vele miljarden dollars nodig. De Wereldbank verwacht 400 tot 500 miljoen dollar naar Polen te kunnen overmaken, maar dit onder voorwaarde dat de Polen zelf hun mijnen economisch gezonder maken.

De kennis van de Poolse kolenindustrie kan zich volgens Woznica meten met die in het Westen. “We hebben de produktie voor negentig procent gemechaniseerd. Onze machines zijn "homemade' en we exporteren ze zelfs naar China, India en landen van de voormalige Sovjet-Unie.”

De kolenreserves van de gezamenlijke Poolse steenkolenmijnen, de bruinkoolmijnen niet meegerekend, worden op dit moment op 65,2 miljard ton geraamd. Daarvan is 29,6 miljard ton direct winbaar, 35,6 miljard ton kan worden gewonnen als men nieuwe mijnen bouwt. De bouw van een nieuwe mijn kost op basis van het prijspeil van dit jaar 43,5 miljard zloty (13.500 zloty is ongeveer 1 dollar). De kolen zitten op een gemiddelde diepte van 500 meter. De kolenlagen variëren in dikte van 0,5 tot 20 meter. De kolen worden gebruikt voor het opwekken van electriciteit. Doordat ze veel zwavel en assen bevatten zijn ze slecht voor het milieu. Mijndirecteur Woznica is echter optimistisch over de toekomst: “De kwaliteit van de kolen is aanzienlijk verbeterd door ze te wassen. Door maatregelen in de krachtcentrales is de uitstoot van verontreinigde stoffen in een jaar tijd al met een paar procent afgenomen.”

    • Max Paumen