Susan Hill: Air and Angels. Mandarin, 276 blz. ...

Susan Hill: Air and Angels. Mandarin, 276 blz. Prijs ƒ 19,90.

David Lodge: Paradise News. Penguin, 369 blz. Prijs ƒ 25,95.

Sheila Kohler: The Perfect Place. Uitg. Vintage, 148 blz. Prijs ƒ 25,15.

Elsbeth Barker: O Caledonia. Penguin, 152 blz. Prijs ƒ 27,95

Susan Hill, met haar respectabele oeuvre van tien romans en verhalenbundels, evenveel kinderboeken, twee autobiografische werkjes en enige regionaal-literaire nonfictie (Shakespeare Country), heeft de bewonderaars van onder andere I'm the King of the Castle en The Woman in Black omwille van haar gezinsleven tergend lang op een nieuwe roman laten wachten. En nu stelt hij nog teleur ook.

In Air and Angels hangt zwaar een ouderwetse dreiging van het Noodlot dat door het weer precies weerspiegeld wordt - het regent vrijwel onophoudelijk - en na erg lang wachten tenslotte wat lammig toeslaat. Hills personages zijn allemaal volkomen afhankelijk van een ander, maar de behoefte komt nooit van beide kanten. De ongenaakbare dominee Thomas Cavendish is gelukkiger tussen zijn vogeltjes dan bij zijn zuster Georgina die hem naar de ogen kijkt of de jonge weduwe Florence aan wie men hem tracht te koppelen. Met “I do not want to be hunted. Hounded.” is voor Thomas de zaak afgedaan. Florence en Georgina zetten daarom maar een opvanghuis voor gevallen meisjes op poten; zelf blijven ze "dor, droog en vreugdeloos'. De verschijning aan Thomas van een engelachtige schoonheid, die zijn toch al niet stevige geloof schokt, wordt werkelijkheid in de persoon van Kitty, een jong meisje wier ouders in India werken. Hun liefde duurt drie dagen, is uiterst romantisch en volkomen kuis maar brengt toch zijn ondergang teweeg. Hèhè, eindelijk.

De schrijfster heeft haar intrigerender personages ongebruikt gelaten: dienstbode Alice die als enige nooit eenzaam is omdat ze stemmen hoort, en de woedende Adèle die voor haar oude moeder moet zorgen en ter ontspanning 's nachts naakt door de straten van Cambridge rent.

Susan Hill: Air and Angels. Mandarin, 276 blz. Prijs ƒ 19,90.

Ook Paradise News van David Lodge heeft een geestelijke in de hoofdrol, maar deze auteur buitte het gegeven veel behendiger uit. Zowel in intellectuele zin - af en toe wordt ernstig gepraat over geloofskwesties - als in geestige: “Why do clerics laugh so much at the simplest jokes? To keep their spirits up? Like whistling in the dark?”

De roman speelt op het toeristeneiland Hawaï, waar de niet meer gelovige jonge theoloog Bernard met zijn nog wel gelovige vader een stervende, opnieuw gelovige tante opzoekt. De contrasten liggen voor het opscheppen, en het is een kolfje naar Lodge's hand om tante's ontluisterende doodgaan scherp af te zetten tegen het paradijselijke eiland van bloemen, zon, en duurbetaald genieten. De reisgenoten van Bernard en zijn vader, die met heel andere bedoelingen naar Hawaï kwamen, geven Lodge de gelegenheid eens lekker uit te pakken over de treiteringen van het massatoerisme. De doorgetrokken vergelijking tussen religie en toerisme (het nieuwe opium voor het volk) blijft heel het boek leuk. Aan de andere kant speelt er ook een heel gevoelig conflict tussen tante Ursula en haar broer, Bernards vader, dus eveneens op het psychologische gebied wordt de lezer bevredigd. Op het stilistische ook nog, want Lodge is natuurlijk een vaardig schrijver, die soms met een aardige vondst verrast - “A heap of luggage was stacked near the door (-) nearby sat an elderly couple who themselves looked a little like unclaimed baggage”.

Wat is nu het Paradise News? “Paradise is boring, but you're not allowed to say so. (-) Paradise lost. Paradise stolen. Paradise raped. Paradise infected. Paradise owned, developed, packaged. Paradise sold.” Toch heeft deze roman een happy end, waardoor hij alles bij elkaar perfect kan dienen als onderhoudend vakantieboek.

David Lodge: Paradise News. Penguin, 369 blz. Prijs ƒ 25,95.

Het debuut van de Zuidafrikaanse schrijfster Sheila Kohler is niet een beetje meeslepend. The Perfect Place, hooggeprezen door de Engelse pers, is het soort boek waarbij de lezer zichzelf telkens ernstig moet verbieden gauw even naar de ontknoping op de laatste bladzijde te kijken. Behalve het beproefde procédé van de trage, stapsgewijze onthulling draagt vooral de "onbetrouwbare verteller' bij aan het opvoeren van de spanning. Het lijkt wel of die steeds populairder worden; al even onbetrouwbaar zijn de ik-figuren in The Elephant van Richard Drayner (Picador), The Great English Nude van Simon Mason (Penguin) en Cambridge van Caryl Phillips (Picador), om maar een paar actuele voorbeelden te noemen.

Kohlers vertelster is een aantrekkelijke, rijke maar grommerige dame die om gezondheidsredenen kuurt aan een Zwitsers meer. Ze houdt echter niet van meren, en niet van bergen, niet van hotels, niet van het eten, niet van geraniums, rommel, haar stiefvader, ennui, van bijna niets - “I do not know and have never cared to know much about love, but of desire.” Lust blijkt, achteraf, naast ongewenste liefde de motor te zijn achter heel de geschiedenis in dit boek. In het op afgemeten toon gedane relaas over de dood van een jong meisje, een kostschoolgenootje, in Zuid-Afrika maakt de vertelster vaak gebruik van if's, van or's, maybe's, en van it seemed to me then's. En héél vaak van die typische litotes-constructie met "not a little ...' (damp, anxious, difficult to ignore, measy, education, sensitive etc). Haar toon varieert van onverschillig tot ijzig, zoals hier waar het gaat over het geboortehuis van een minnaar - “It was probably one of those poor houses where polish takes the place of wealth, and cleanliness of style”. Over de glimlach van een andere: “a flashing smile that uncovered far too much pink enthusiasm”. En de hele roman door liegt ze dat ze barst, misschien, over haar mooie wellustige moeder die haar het genot schonk, en over dat lieftallige kostschoolvriendinnetje met wie ze dronken werd in een bamboebosje, die verliefd op haar leek en nu al heel lang dood is. “The truth is that there is almost nothing as tiresome as unwanted love.”

Sheila Kohler: The Perfect Place. Uitg. Vintage, 148 blz. Prijs ƒ 25,15.

“O Caledonia! stern and wild, meet nurse for a poetic child!” dichtte Sir Walter Scott. "Meet' betekent hier "goede' en Caledonia is de Romeinse naam voor het wingewest Schotland. Naar deze versregel verwijst de Schotse Elsbeth Barker met haar beklemmende debuutroman O Caledonia. Barkers hoofdpersoon is een merkwaardig meisje. Janet is een buitenbeentje, onhandig, onbeholpen, intelligent, en voortdurend vluchtend in dagdromen. Geboren tijdens de Tweede Wereldoorlog in Edinburgh - haar vader Hector keek in de wieg, merkte op dat Janet bijna net zo groot was als een kat, en keerde terug naar het front - komt ze als jong kind te wonen in de Schotse hooglanden, waar een klagende wind altijd te horen is. Janet voelt zich slecht op haar gemak met haar ouders, broer en zusjes, maar het onherbergzame landschap bevalt haar. En de honden, de katten, haar pony, alle bossen en rivieren, en de wind. Op de meisjeskostschool groeit haar eenzaamheid - “she was drowned in isolation” - omdat klasgenoten haar belangstelling voor talen en geschiedenis niet delen. De grote troost in Janets leven is haar dierenliefde. Zelfs het doden van een slak in de sla vervult haar met hevige schuldgevoelens; een prachtige scène in het boek. Erfzonde en diepe schuld domineren ook de donderpreken van de dominee in het dorp over de toorn Gods; zijn kerk is een heel andere dan de romantische en liefdevolle van haar grootouders waar ze mee opgroeide.

Claws wordt Janets onafscheidelijke vriend, een uit het nest gevallen torenvalk die ze met eindeloos geduld Poe's woorden "Never more' probeert te leren. (Maar haar plagerige broertje heeft meer succes, opeens is "Never mind' Claws' lijfspreuk). Als vanzelfsprekend kent ook Janets eerste mensenliefde een uitzonderlijke toewijding - ze sluit zich maandenlang op met een foto en Homerus' gedichten - en ook nu komt haar kille familie tussenbeide.

Barker heeft heel mooi de huiveringwekkende sfeer van het Presbyteriaanse Schotland in de jaren vijftig opgeroepen, overigens zonder de terloopse en soms bevrijdende humor te vergeten.

Elsbeth Barker: O Caledonia. Penguin, 152 blz. Prijs ƒ 27,95