Stiefouderadoptie is vaak schrijnend en bovendien niet nodig

Bij het artikel van professor G.P. Hoefnagels "Wet stiefouderadoptie niet goed voor kind' (NRC Handelsblad, 11-8), waar ik het geheel mee eens ben, zijn enkele kanttekeningen te plaatsen.

Stiefouderadoptie is al sinds 1979 mogelijk en er wordt veelvuldig gebruik van gemaakt. Verzoeken van moeder en stiefvader zijn, vergeleken bij die van vader en stiefmoeder, in de meerderheid. Thans heeft de andere wettige ouder het absolute vetorecht, wat na de wijziging van art. 228a boek 1 BW dreigt te veranderen. Stiefouderadoptie wordt soms gebruikt om van een het nieuwe gezin onwelgevallige omgangsregeling af te komen, hoewel de wet juist heeft bepaald, dat een bestaande omgangsregeling met de andere ouder na de stiefouderadoptie kan worden gecontinueerd. Om de stiefouderadoptie voor de andere ouder enigzins aantrekkelijk te maken, wordt vaak voorgesteld de betaling van de kinderalimentatie, welke verplichting door de adoptie eindigt, reeds op voorhand te stoppen. Dit kan echter leiden tot een verhevigde voortzetting van het "oorlogsrecht', zoals Hoefnagels terecht stelt.

Eén van de voorwaarden die de wet stelt bij een "gewone' adoptie is dat het huwelijk van de adoptiefouders ten minste vijf jaar heeft geduurd, alvorens de rechter de adoptie kan uitspreken. Bij de stiefouderadoptie is er geen bepaling over de duur van het huwelijk in de wet opgenomen. Men kan bij wijze van spreken op de dag van het huwelijk een dergelijk verzoek aan de rechtbank doen, mits men tezamen ten minste één jaar het kind heeft verzorgd en opgevoed. In het wetsontwerp wordt voor alle adopties een wachttijd van drie jaar huwelijk bepaald, zodat aan de door de gewone adoptiefouders als onrechtvaardig ervaren discriminatie op dit punt, een einde komt. Bij een stiefouderadoptie werd in bijna alle gevallen het eerdere huwelijk van één van de partners, heel vaak ook van beide, door echtscheiding ontbonden.

Het wetsvoorstel betekent volgens Hoefnagels mogelijk extra werk voor de rechterlijke macht. Dit mag echter geen criterium zijn voor de beoordeling van een wetsvoorstel. De oplossing ligt voor de hand: uitbreiding van het aantal rechters. De belofte dat de Raad voor de Kinderbescherming zal rapporteren is illusoir nu met ingang van 1 september 1992 een wijziging van het wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering in werking treedt ( de wet van 24 juni 1992, Stbl. 343) en blijkens art. 902a e.v. van deze wet de Raden voor de Kinderbescherming (ook) in adoptiezaken niet meer behoeven te rapporteren c.q. adviseren. Een aantal rechtbanken heeft, vooruitlopend op deze wetswijziging, reeds bij de Raad ingediende aanvragen om advies ingetrokken. Juist bij de stiefouderadoptie is dit ernstig, omdat men hier - in tegenstelling tot gewone adoptie - geen informatie heeft over de betrokkenen (ouders, stiefouders, kinderen). Bij gewone adoptie kan de rechter nog beschikken over het destijds (7 à 8 jaar geleden) opgemaakte rapport voor het verkrijgen van de beginseltoestemming een buitenlands pleegkind op te nemen. (Dit gaat niet op bij adoptie van een Nederlands kind).

Schrijnend is in bijna alle gevallen het verzoek tot stiefouderadoptie, als het eerdere huwelijk van de ouder ontbonden is door het overlijden van de huwelijkspartner. De ouders en andere naaste bloedverwanten van de overledene worden voor de zitting uitgenodigd, maar missen het vetorecht. Afschaffing van deze vorm van adoptie zou welkom zijn. Opvallend is dat zowel ouders als kinderen het verkrijgen van de familienaam (van de stiefvader) het belangrijkste gevolg van de adoptie achten. Hebben beide partners kinderen uit een eerder huwelijk "ingebracht' dan is het niet ongebruikelijk dat alleen voor de kinderen uit het eerdere huwelijk van de vrouw om stiefouderadoptie wordt verzocht. Op de vraag waarom niet ook voor de kinderen van de man deze adoptie wordt gevraagd, luidt het antwoord: die hebben de naam toch al.

Tenslotte nog dit: al hetgeen door de stiefouderadoptie wordt verkregen; de familienaam, de nationaliteit, het recht op een erfdeel enzovoorts kan op andere wijze worden verkregen, respectievelijk door naamswijziging (via een request aan de koningin), door naturalisatie en door een testamentaire beschikking.