Scherpte keert weer terug na stagnatie bij Jan Siemerink

NEW YORK, 4 SEPT. Hij is al miljonair maar nog steeds oprecht verguld wanneer hij in Singapore goedkoop cd's kan kopen. Die drang naar schoonheid en artisticiteit straalt ook zijn tennispel soms uit en gaat gepaard met een jongensachtig imago dat de 22-jarige Jan Siemerink op de tennisbaan heeft.

Niettemin verloopt het proces van volwassen worden schoksgewijs en de laatste maanden niet altijd even plezierig. Dat valt psychologisch niet altijd even gemakkelijk te verwerken voor een zondagskind als Jan Siemerink, wiens tennis via Satelliet-, Challenger- en Grand-Prixtoernooien altijd progressie heeft vertoond. Terwijl hij nu plotseling met een ernstige stagnatie in zijn carrière wordt geconfronteerd. Het heeft hem al zijn plaats gekost in het Nederlandse Davis-Cupteam. “Ik heb daarover niet zo'n prettig gesprek met Stanley Franker gehad. Ik hoorde het vorige week pas en was zeer teleurgesteld. Nu hoor ik er niet eens meer bij.”

Toch moet de keus van Michiel Schapers boven hem voor het tennisteam dat later deze maand tegen Uruguay een verblijf in de hoofdgroep van de Davis Cup moet veilig stellen door Siemerink enigszins als verraad zijn opgevat. Zeker van de technisch directeur van de tennisbond Stanley Franker, eerder dit jaar nog zijn vertrouwensman, die een overgang blokkeerde naar het managementbureau van Advantage, omdat Krajicek daar al onder contract staat. “Twee Nederlanders, ongeveer even oud, hetzelfde speltype, ongeveer dezelfde markt dus. Geen goed idee”, oordeelde Franker, de tennisprofessor' van de KNLTB.

Het werd uiteindelijk Proserv voor Siemerink. Een keus waar ook zijn vader (boekhouder) bij betrokken werd. Siemerink: “Je moet met die managementbureau's één ding goed voor ogen houden: ze willen allemaal poen van je. Iedereen heeft het beste met je voor, maar het kost toch geld. Dan kijk je naar de details. De secundaire zaken. Wat past het beste bij jouw als persoon?”

Het feit dat hij überhaupt genoodzaakt is gebruik te maken van één van de grote managementbureaus, de alles bepalende en controlerende factor in het hedendaagse proftennis, bewijst al dat Siemerink een big shot is in zijn sport, waar het geld wel heel erg gemakkelijk rolt. Vorig jaar bestormde Siemerink met zijn eminente service-volleyspel de hemel met een vierde ronde in Melbourne en een halve finaleplaats in Stuttgart.

Plotseling trad een mechanisme in werking waar Siemerink, die op tienjarige leeftijd bij Rijnkanters in Rijnsburg zijn eerste balletjes sloeg, alleen maar van had kunnen dromen. Zijn totale prijzengeld is inmiddels opgelopen tot zo'n 500.000 dollar. Op de ATP-ranking steeg hij in oktober 1991 naar de 24ste plaats. Niettemin bleef hij zijn wortels trouw. Hij verbijft wanneer hij in Nederland is nog steeds bij zijn ouders in Rijnsburg en verhuisde niet als Krajicek, Eltingh, Koevermans en Haarhuis naar het belastingparadijs Monte Carlo.

Dit jaar kwam de terugslag. Dertien keer, inclusief de Olympische Spelen in Barcelona, verdween hij al de eerste ronde uit een toernooi. “Ik ben na de Olympische Spelen onmiddellijk naar de Verenigde Staten gegaan, maar ik kan niet zeggen dat ik vier prettige weken heb gehad”, zegt Siemerink over zijn deprimerende nederlagen tegen Woodforde in Cincinnati en Yzaga in New Haven. “Gelukkig heb ik Frits Don bij me. Hij zorgde ervoor dat ik na iedere nederlaag de volgende dag alweer om zeven uur 's ochtends op de baan stond. Trainen, trainen, trainen. We hebben ook een pittige discussie met elkaar gevoerd. Elkaar niet gespaard in die sessies. Nu keert eindelijk de scherpte weer wat terug. En daarmee ook mijn zelfvertrouwen.”

Gisteren bereikte Siemerink, inmiddels afgezakt naar een 49ste plaats op de ATP ranking, de derde ronde op Flushing Meadow door een overwinning in drie sets (6-3, 6-4, 7-6) tegen de Italiaan Claudio Pescosolido. “Fantastisch, de scherpte was terug, hij heeft diep respect afgedwongen”, oordeelde Frits Don.

Maar Siemerink heeft door de tegenslagen leren relativeren. Hij weet dat zijn tegenstander in de derde ronde op Flushing Meadow Andre Agassi heet en realiseert zich dat kunstgrepen in dat geval geen enkel soelaas bieden. Siemerink: “Agassi is natuurlijk een heel ander verhaal. Ten eerste speel je tegen hem automatisch in één van de grote stadions, is er meer druk en gaat alles veel sneller.”