Niet-gebonden landen hebben vooral frustraties gemeen

JAKARTA, 4 SEPT. In het Hilton Congrescentrum van de Indonesische hoofstad zijn de leiders van de Niet-gebonden landen nu al vier dagen op zoek naar een nieuwe identiteit en naar een gemeenschappelijke noemer voor hun politieke en economische aspiraties. Een heterogeen gezelschap van olie-sjeikdommen, Aziatische tijgers en straatarme Afrikaanse landen zoekt de weg in een nieuwe wereld, waarin 'niet-gebondenheid' niet zo relevant meer is en een nieuwe tweedeling zich weer op de voorgrond dringt: die tussen arm en rijk.

Twee oorspronkelijke doelstellingen van de Niet-gebonden beweging - algehele dekolonisering en een doorbreking van de ideologische tweedeling - zijn inmiddels bereikt. De Niet-gebonden landen hebben daar overigens minder aan bijgedragen dan ze hier en nu, in een kennelijke poging zichzelf moed in te spreken, suggereren. Uiteindelijk kon het laatste koloniale bolwerk - Namibië - worden geslecht dankzij een overeenstemming tussen Moskou en Washington. De tegenstelling tussen de blokken verdween niet onder de druk der niet-gebondenen, maar door interne uitputting van de Sovjet-Unie. Die historische omwenteling voltrok zich buiten de beweging om en stortte haar in een acute identiteitscrisis.

Paradoxaal genoeg heeft de ontbinding van de blokken de "blokvrijen' weinig tot niets opgeleverd. Nu de dreiging van een nucleaire holocaust is afgenomen, komt het overal ter wereld tot bloedige etnische en religieuze afrekeningen. Veel ontwikkelingslanden, met name in Afrika, kozen destijds voor een niet-gebonden status, maar zochten in voorkomende gevallen rugdekking bij de Sovjet-Unie. Zij voelen zich nu de speelbal van het veelgeprezen vrije marktmechanisme en de gijzelaar van hun geldschieters in het Westen.

Het einde van de Koude Oorlog werd ingeluid door een hete confrontatie in de Golf. Hoewel tal van Niet-gebonden landen hun fiat gaven aan Koeweits bevrijding, rijst nu de angst dat de manier waarop Irak de les krijgt gelezen wel eens een voorproefje zou kunnen zijn van wat hun allen te wachten staat. Zij vrezen een "nieuwe internationale orde', waarin de Verenigde Staten en de andere vier permanente leden van de VN-Veiligheidsraad, ongehinderd door ideologische tweespalt en nucleaire dreiging, aan de rest van de wereld een dictaat kunnen opleggen.

In het congrescentrum van Jakarta heerst dan ook een gevoel van frustratie. Dat blijkt uit de verzuchting van India's premier Narasimha Rao - “Een zo groot deel van de wereldbevolking kan toch niet zomaar worden genegeerd” - , maar evengoed uit het verbale geweld van landen als Iran en Maleisië richting Verenigde Staten en Europa. De Niet-gebonden landen hebben vooral frustraties gemeen. Dat de beweging inmiddels 108 lidstaten telt, neemt niet weg dat de onderlinge twisten legio zijn en dat de belangen van de leden - van Singapore tot de Sahel - niet onder een enkele noemer zijn te vangen.

Vorig jaar kozen de niet-gebondenen Indonesië tot voorzitter omdat zij dat land beschouwen als een model van economisch succes en een toonbeeld van zelfbewustzijn. Na jaren van zelf gekozen isolement, waarin intern orde op zaken werd gesteld, heeft Jakarta de buitenlandse politiek herontdekt. Minister van buitenlandse zaken Ali Alatas speelde een voorname rol bij het ontwarren van de Cambodjaanse knoop en dat heeft zijn land veel goodwill opgeleverd bij de niet-gebondenen. Prins Sihanouk prees hem gisteren de hemel in. President Soeharto wil het aanzien dat zijn charismatische voorganger Soekarno destijds in de Derde wereld genoot, evenaren en wenst zijn loopbaan af te sluiten als internationaal gerespecteerd staatsman. Hij stelde zich dan ook manmoedig aan het hoofd van een beweging in verwarring.

Indonesië neemt zich voor de Niet-gebonden landen een nieuwe richting te wijzen en hoopt die dezer dagen vast te leggen in een "Platform van Jakarta'. De bouwstenen voor dat programma werden aangereikt in de openingsrede van Soeharto: een alomvattende aanpak van de schuldenproblematiek; een vorm van wederzijdse hulp van succesvolle aan arme lidstaten en voorkoming van een “unipolaire”, door het Westen gedomineerde wereldorde via “democratisering” van de Verenigde Naties. De Veiligheidsraad zou breder moeten worden samengesteld en het vetorecht van de permanente vijf zou aan “herziening” toe zijn. Tenslotte zou de beweging een gezamenlijk antwoord moeten formuleren op de neiging van Westerse geldschieters hun opvattingen over mensenrechten op te leggen aan schuldenaren.

Terwijl de hoogheden en excellenties op het centrale spreekgestoelte van het Congrescentrum vooral nationale en regionale stokpaardjes berijden, werken twee commissies van ministers en deskundigen aan de "operationalisering' van deze politieke en economische programmapunten. In de wandelgangen blijkt dat Soeharto met de keuze van zijn speerpunten de gezamenlijke angsten en frustraties, maar ook de uiteenlopende belangen van de niet-gebondenen goed heeft ingeschat. Toch klinkt er nogal wat scepsis over de uitvoerbaarheid.

Voordat hij gisteren terugreisde naar New York waarschuwde VN-secretaris-generaal Boutros-Ghali dat de Verenigde Naties zich niet zo makkelijk laten hervormen tot een forum dat meer recht doet aan de meerderheid van de lidstaten. In een interview met de Jakarta Post zei hij dat de enige manier om de samenstelling van de Veiligheidsraad te veranderen loopt via herziening van het VN-Handvest. “Dat vereist unanieme instemming van de vijf permanente leden en probeer die maar eens te overtuigen dat dit noodzakelijk is”, aldus de Egyptenaar. De minister van buitenlandse zaken van de Volksrepubliek China, het enige permanente lid dat hier in Jakarta de status van waarnemer heeft, zei vanochtend dat een hervorming van de VN “juridisch uiterst ingewikkeld is en niet overhaast kan worden aangepakt”, een beleefde manier om te zeggen: “Vergeet het maar”.