Naum Gabo

Het artikel over Naum Gabo's Bijenkorfconstructie (21 augustus j.l.) roept bij mij een verhaal in herinnering van - wijlen - mijn vader, die in 1957 betrokken was bij de plaatsing van deze sublieme sculptuur te Rotterdam.

“Op het laatste moment, echt de allerlaatste dag, bedachten we dat de zware metalen bevestiging onder in de voet van het beeld wel eens zou kunnen gaan roesten,” aldus mijn vader. “We besloten er menie in te gieten. Maar we hadden er zóveel van nodig dat we op een tankauto vol van dat spul moesten wachten. In de avond kwam die wagen eindelijk aanrijden. Er werd een slang aangesloten op de opening in de sokkel. En toen maar pompen. Na een kwartiertje klonk er plotseling gegil uit de Bijenkorfkelder. De menie liep langs allerlei elektriciteitsbuizen de kelder in, spoot en drupte op kleding, vooral bontjassen, die daar op lange rekken gereed hingen om in de splinternieuwe winkel geplaatst te worden. Een ramp!”

Was dat beeld dan een doodgeboren kindje? Welnee. Mijn vader zou het geloof ik fantastisch vinden als het voor vele generaties behouden bleef. Hèm valt niets te verwijten, hij heeft er menie genoeg ingegoten.