Moge mijn beul tienduizend jaar leven; Autobiografische roman van X.L. Zhang

X.L. Zhang: Doodgaan went. Vertaling Rint Sybesma. Uitg. Het Wereldvenster, 303 blz. Prijs ƒ 39,90.

Het zat er al een tijdje in en nu is het dan ook gebeurd: X.L. Zhang (Zhang Xianliang; 1936) heeft een meesterwerk geschreven. Dat wil zeggen: hij heeft drie jaar geleden in het Chinees een meesterwerk geschreven en dat is nu in het Nederlands vertaald onder de titel Doodgaan went. Van dezelfde auteur verschenen eerder al twee boeken in Nederlandse vertaling, te weten De vrouw in het riet (1988) en Eethuisje Amerika (1990). Deze twee boeken hebben in de pers weinig aandacht gehad, reden waarom ik eerst iets over deze voorlopers wil vertellen, alvorens de aandacht te richten op het meesterwerk.

Eethuisje Amerika was het eerste deel uit een geplande serie van negen romans, die als geheel de titel Openbaringen van een materialist zou dragen. Te zamen zouden deze romans een autobiografisch getint beeld geven van de turbulente periode die begint met de "Anti-Rechtsen-Campagne' (1957) en eindigt met de dood van Mao Zedong en het eind van de Culturele Revolutie (1976). De schrijver Zhang Xianliang bracht deze volledige periode door in de gevangenissen en werkkampen en op staatsboerderijen, nadat hij in 1957 was veroordeeld wegens het schrijven van "contrarevolutionaire gedichten'. Pas in 1979 werd hij gerehabiliteerd. In Eethuisje Amerika maakt de lezer voor het eerst kennis met Zhangs alter ego Zhang Yonglin, een jonge intellectueel, die wegens het schrijven van gedichten in de "Chinese Goelag' beland is. Alle miserabele omstandigheden daargelaten, zijn er twee dingen die hij daar danig ontbeert, te weten seksuele en intellectuele uitdagingen. De honger naar deze twee staat centraal in Eethuisje Amerika, gecombineerd met de daadwerkelijke hongersnood die China in de vroege jaren zestig teisterde. Uiteindelijk is het een vrouw die de hoofdpersoon op alle fronten van de hongersnood redt. Zij geeft hem te eten, zij dient als zijn lustobject en zij geeft hem de ruimte en de rust om zich te verdiepen in het enige boek dat hij bezit: een versie van Marx' Het Kapitaal. De realisering dat de intellectueel uitdagende theorie van Marx niets te maken heeft met de aan den lijve ondervonden onderdrukking van de ideologie, voorkomt een algehele intellectuele afstomping.

Als we echter Zhang Yonglin weer tegenkomen in de roman De vrouw in het riet, die enige jaren later speelt, is deze afstomping uiteindelijk toch opgetreden. In deze roman is het centrale probleem dan ook niet de (objectieve) honger, maar de (subjectieve) impotentie van de hoofdpersoon. Opnieuw is de hulp van een vrouw nodig om de problemen te overwinnen, alhoewel deze keer de meeste aandacht uitgaat naar het overwinnen van de intellectuele impotentie van de hoofdpersoon, naar zijn "opnieuw leren denken'. Pas als dit proces is voltooid, verdwijnt ook de seksuele onmacht. In beide romans laat Yonglin aan het slot de vrouw in de steek.

Deze vroege romans van Zhang Xianliang droegen reeds de belofte van een meesterwerk in zich. De uitzonderlijk rijke levenservaring van Zhang, gecombineerd met zijn grote taalbeheersing, zijn soms absurde fantasie, zijn gevoel voor humor en vooral zijn grenzeloze zelfvertrouwen als schrijver deden vermoeden dat het slechts een kwestie van tijd zou zijn alvorens hij de literaire wereld zou veroveren.

In Doodgaan went zegt de ik-persoon ergens dat alle Chinese intellectuelen van zijn leeftijd, gewend als ze zijn aan het schrijven van zelfkritieken en het ondergaan van kruisverhoren, prachtige verhalen kunnen vertellen en altijd het publiek naar de mond kunnen praten. Voor de eerste twee romans van Zhang Xianliang zou je kunnen zeggen dat daar juist hun tekortkoming ligt. Er wordt een prachtig verhaal verteld, maar het is te afstandelijk, te analyserend, vaak ook ronduit saai en soms wordt de (Chinese) lezer, bijvoorbeeld door het doorbreken van taboes op seksueel gebied, naar de mond gepraat. Voor de westerse lezer blijft er weinig over om van te genieten.

Doodgaan went is volkomen anders. Het is niet het derde deel uit de serie, niet weer een verhaal over Zhang Yonglin, maar juist een definitieve afrekening met het alter ego. Dit alter ego, de "ik' van de kampverhalen, de "ik' van de avonturen, de fictieve "ik' wordt in een langzaam, driehonderd pagina's durend proces om zeep geholpen door een andere "ik', die de schrijver, bezig het boek te schrijven, vertegenwoordigt. Soms maken beide "ikken' hetzelfde mee, soms blijken hun wederwaardigheden aanzienlijk van elkaar te verschillen, maar dat is niet vreemd, aangezien de een bedacht is door de ander, al leidt hij dan al decennia lang een eigen leven. Doodgaan went is het verslag van een helingsproces, waarin heden en verleden, werkelijkheid en fictie, ego en alter ego uiteindelijk met elkaar verzoend worden. Het alter ego, eerst aangeduid met "hij', wordt verderop in het boek steeds vaker een "jij' en de "ik' krijgt steeds meer vat op hem. De schrijver en zijn personage worden langzaam één en dus krijgt het boek geen mooi einde, want het verhaal bestaat al niet meer, het enige wat nog bestaat is de schrijver, die zich afvraagt hoe hij het boek moet afschrijven en tenslotte ook deze laatste wond geheeld ziet door de centrale vrouw in het geheel, zijn moeder.

Misschien is het allemaal niet even origineel wat Zhang doet, maar het is wel ontzettend eerlijk en emotioneel geladen. Geen wonder dat de schrijver-ik ergens opmerkt: “Waar ik het bangst voor ben, is dat mensen zeggen dat ik Joyce en Faulkner naäap.” Dat zul je mij dus niet horen zeggen en trouwens, al zou hij het wel doen, dan nog zou Doodgaan went een geweldig boek zijn.

Want er is nog veel meer. Het valt op dat de "ik' bij zijn reizen door vreemden werelden vrijwel alleen maar met Chinezen communiceert. Onder alle vrouwen die hij ontmoet, bevindt zich maar één buitenlandse en dat is dan nog een sinologe en desondanks het meest vage personage in het boek. Verder vinden er alleen maar ontmoetingen plaats met de meest uiteenlopende soorten Chinezen uit heden en verleden. Zo is het boek ook een zeer persoonlijke afrekening met China en met het verleden van de "ik' in dat land. Nog nooit waren de door Zhang beschreven kampscènes zo schrijnend. Er is een langgerekte scène waarin de "ik' wordt meegevoerd naar een executie. Zijn angstaanjagende gelatenheid wordt zo indringend beschreven dat je als westerse lezer het gevoel hebt dat je uit elkaar klapt: je kunt de emoties die worden opgeroepen eenvoudig niet meer onder controle brengen en je wordt bang en kwaad en alles tegelijk.

Nog nooit ook waren Zhangs intellectuele gevolgtrekkingen meer to the point: “Hij was dus, ondanks het feit dat hij zelfs voor de dood niet bang was, bang voor die feilloos georganiseerde "politieke massacampagnes', omdat die campagnes alles vernielden wat belangrijker was dan het leven. Stap voor stap ontdeden ze je van je waardigheid, je liefde, je eigenwaarde, je zelfvertrouwen tot en met je gevoel van vereenzelviging met de massa's, tot je uiteindelijk, geheel getiranniseerd, terwijl je hoofd al een paar meter was weggerold, je moordenaar alleen nog maar dankbaar was en riep: hij leve tienduizend jaar!” Dit soort passages tref je niet elke dag aan in de moderne Chinese romanliteratuur, terwijl genoeg schrijvers daar aanleiding zouden hebben om iets dergelijks op te schrijven. Het is heus niet dat ze het niet durven. Ze kunnen het niet. Ze zijn te druk bezig met het zoeken naar hun "roots' en het opnieuw vereren van Mao en ze hebben van de hele Culturele Revolutie alweer een "Goeie Ouwe Tijd' gemaakt.

Zhang Xianliang is een van de weinige Chinese schrijvers die de mythe van de Culturele Revolutie doorbroken hebben; hij heeft er uiteindelijk op indrukwekkende wijze mee afgerekend, zoals een groot schrijver betaamt. Doodgaan went eindigt met de "ik' op een krukje in een huisje ergens in China, tevreden en voldaan: hij heeft zijn boek af. Hij kan weer verder. Hopelijk gaat Zhang Xianliang ook verder, want het allerleukste is natuurlijk dat de "ik' ook maar verzonnen was.

Het is misschien opgevallen dat ik niets over de vertaling gezegd heb. Daar is dan ook niets op aan te merken. Rint Sybesma is de Nederlandse stem van Zhang Xianliang. Hij heeft zijn eigen stijl, net als iedere vertaler, maar dan wel een die uitstekend bij dit werk past.

O ja, Zhang Xianliang woont nog steeds in China. Niemand weet hoe het met hem gaat. Doodgaan went is al een half jaar na publikatie door de autoriteiten verboden. Maar dat vermoedde u waarschijnlijk al.