Louise Henriëtte en de laatste Duitse keizer

Vandaag wordt Huis Doorn na een twee jaar durende restauratie feestelijk heropend. Trappen, kelders, vestibule en kamers dragen de geur van verse verf, pas gelegd kamerbreed tapijt en nieuw behang. De frisse kleuren zijn geheel vreemd aan het stoffige beeld van de in 1918 verbannen keizer Wilhelm II, die hier de laatste tweeëntwintig jaren van zijn leven sleet.

In de meeste voorwerpen van Huis Doorn is de bewoner nog volop aanwezig. Het is bijna zonde van het prachtige op tafel uitgestalde Meissner servies dat het gedoemd is de herinnering aan Wilhelm II warm te houden. Spiegels, kroonluchters, uniformen, vitrinekasten vol snuisterijen, alles was eigendom van de vorst die mede schuldig was aan het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog, waardoor miljoenen de dood vonden.

Als we uit het venster het park inkijken, zien we aan de overkant van de slotgracht zijn mausoleum staan, waarin sinds 6 juni 1941 het stoffelijk overschot rust. Op zijn kist werd die dag een grote krans gelegd, getooid met een lint met het hakenkruis erop. Een grimmige groet van Hitler aan de laatste Duitse keizer. Tijdens de begrafenisplechtigheid speelde de kapel Wilhelms lievelingslied Jesus meine Zuversicht..., een gevoelige tekst die wordt toegeschreven aan een vrouw die het zeker niet voor deze gelegenheid bestemde. Ze heette Louise Henriëtte van Oranje en was de echtgenote van Friedrich Wilhelm, De Grote Keurvorst van Brandenburg. In de vestibule van Huis Doorn hangt haar witmarmeren profielportret en in 's keizers werkkamer een olieverfschilderij, waarop ze uitgesproken lieftallig de twintigste eeuw in kijkt.

Die twee voorwerpen herinneren ons er aan dat de kunstverzameling van de keizer een lange voorgeschiedenis heeft. En helemaal aan het begin stond de moeder van de eerste koning van Pruisen: Louise Henriëtte.

Ze werd in 1627 geboren als oudste dochter van Frederik Hendrik en Amalia van Solms, die door hun bouwlust en hartstocht voor de kunst het Huis van Oranje vorstelijke allure gaven. Louise bracht haar jeugd door in luxueuze Haagse paleizen. Op haar negentiende werd ze verliefd op haar Franse achterneef, maar haar moeder verbood haar streng elk contact met de politiek ongeschikte prins. Nu Amalia er in was geslaagd haar zoon uit te huwelijken aan de Engelse koningsdochter, wenste ze ook voor haar dochter Louise een soeverein vorst. Amalia's keus viel op Friedrich Wilhelm, de keurvorst van Brandenburg, die was beleend met het hertogdom Pruisen.

In het najaar van 1646 hield Friedrich Wilhelm met dertig koetsen, twintig bagagewagens, twee trompetters en twee paukeniers zijn intocht in Den Haag. Hij had een bijna vierkant gezicht, een enorme haakneus en donker haar dat op zijn zware schouders viel. Ondanks alle protesten en tranen van de bruid werd haar huwelijk met de keurvorst op 7 december gesloten. Zo lang haar vader ziek was, weigerde Louise echter haar man naar Duitsland te volgen. Daarmee kon ze het vertrek nog drie maanden uitstellen. Toen de geliefde Frederik Hendrik was gestorven moest ze haar vaderland wel verlaten.

In Kleef schonk Louise het leven aan een zoon, die op doorreis naar Brandenburg overleed. Rouwend arriveerde het paar in Berlijn, een leeggelopen gehucht dat pas later een stad van betekenis zou worden. De Dertigjarige Oorlog had in het hele land grote verwoestingen aangericht. Zwartgeblakerde kloosters, geplunderde dorpen en verwoeste akkers boden een trieste aanblik. Louise die gewend was aan de weelde van Haagse paleizen, nam genoegen met een sobere hofhouding. Ze gebruikte nu al haar energie voor de wederopbouw van Brandenburg. Tijdens een van hun rondreizen door het keurvorstendom kwamen Louise en haar man op een plaats aan de Havel ten noorden van Berlijn. Het landschap met zijn rivier, weiden en akkers herinnerde de van heimwee verteerde Louise aan Holland.

Om zijn vrouw te behagen deed Friedrich Wilhelm haar het landgoed, waarop de ruïne van een slot was gelegen, cadeau. Hij had geen beter geschenk kunnen bedenken. Louise schiep hier een centrum van cultuur dat een voorbeeld werd voor de wijde omgeving. Ze nodigde Hollandse bouwmeesters uit het kasteel in Haagse stijl te herbouwen en noemde het Oranienburg. Het land werd ontgonnen, boerderijen hersteld, boomgaarden en moestuinen aangelegd. Hollandse boeren arriveerden met hun bonte vee, er werden proeven gedaan met landbouwgewassen. Spoedig bracht het landgoed met het dorp Neuholland forse winsten op. De keurvorstin hield zelf de boekhouding bij en investeerde in de aankoop van nieuw land, de bouw van bierbrouwerijen en herbergen. Hollandse schilders en geleerden schiepen op Oranienburg een verfijnde sfeer. Louise Henriëtte wijdde zich ook aan het schrijven van religieuze poëzie.

Alles leek goed te gaan met de prinses, die zich nu in haar huwelijk had geschikt. Maar de troonopvolger was dood en na vijf jaren vertoonde ze nog steeds geen tekenen van zwangerschap. In haar wanhoop stelde ze de keurvorst voor zich van hem te laten scheiden. Friedrich Wilhelm had de hoop echter nog niet opgegeven en in 1655 baarde Louise toch nog een zoon, die in heel Brandenburg met grote vreugde werd ontvangen. Er zouden nog vier zonen en een dochter volgen.

Louise liet uit dankbaarheid in Oranienburg een weeshuis bouwen; een geheel nieuw verschijnsel in het land. In al die jaren had de keurvorstin zich heel geliefd gemaakt. Groot was het verdriet toen ze in 1667, na een laatste bezoek aan Den Haag, nog geen veertig jaar oud, overleed.

Slot Oranienburg aan de Havel, het weeshuis en een haveloos 19de eeuws standbeeld van Louise Henriëtte vormen een tastbare herinnering aan de Oranjeprinses. Maar in Brandenburg, een van de vijf deelstaten die na de opheffing van de DDR ontstond, is geld nodig om deze monumenten te restaureren. Toen hierover half augustus in de Tweede Kamer vragen werden gesteld aan de minister van cultuur, bleek zij niet in de restauratie van Oranienburg te willen investeren.

Inmiddels kunnen Duitse toeristen zich weer wel naar het fraai gerestaureerde Huis Doorn begeven. Vaak heeft hun bezoek aan het mausoleum van de keizer iets van een bedevaart, die vanuit het huis gegeneerd wordt gadegeslagen. Op het geschoren gazon voor Huis Doorn prijkt een helwit borstbeeld van Wilhelm II dat met ongepaste trots over de naderende gasten heenkijkt. Maar het standbeeld van Louise Henriëtte in Oranienburg zal binnenkort wel van zijn sokkel storten en dan zal bijna niets meer herinneren aan de Oranjeprinses die veel meer respect verdient dan haar verachtelijke nazaat Wilhelm II.

    • Thera Coppens