Jip en Janneke op weg naar de ijscoman

Stel dat Londen in Nederland lag. Dan zou het een koud kunstje zijn af en toe even te gaan kijken hoe het met Peter Pan is. Van Peter Pan, het jongetje dat altijd een kind wilde blijven, is namelijk een standbeeld gemaakt. En dat beeld staat in één van de grote parken in Londen.

Wie er langs loopt wil hem elke keer even aanraken. Daardoor is hij op sommige plaatsen gaan glimmen als goud. Je kan zien dat ook de muizen, konijnen, eekhoorns en elfjes die aan zijn voeten spelen vaak worden geaaid.

Wij hebben geen Peter Pan. Maar gelukkig staan hier wel andere leuke standbeelden. Ik bedoel beeldjes van figuren die we uit boeken kennen. Zoals Dik Trom en de scheepsjongens van Bontekoe. Op 10 oktober, als het kinderboekenweek is, komt er zelfs een nieuw beeld bij. Van Jip en Janneke.

Jip en Janneke krijgen een plaats in Zaltbommel. Daar is Fiep Westendorp geboren. Lang geleden las zij de verhalen van Annie Schmidt en bedacht toen hoe Jip en Janneke eruit zagen. Twee kinderen met sprietharen en puntige wipneusjes tekende ze. Ook de gebeeldhouwde Jip en Janneke zien er zo uit. Het zijn net weggewandelde tekeningen uit het boek. Het enige verschil is dat ze niet van papier zijn maar van roestvrij staal.

Voorop loopt Takkie. Zijn lange oren bungelen bijna op de grond. Zijn staart steekt blij in de lucht. Janneke houdt hem vast aan een riem. Onder haar andere arm heeft ze Poppejans geklemd. Jip loopt er achter. Hij heeft een ballon in zijn hand. Nu heeft hij ook iets om op te letten. Dat is maar goed ook, anders zou hij misschien ruzie krijgen met Janneke. Dan begint hij te schreeuwen. Ik wil Takkie vasthouden! En dan gilt Janneke: Nee, 't is mijn hond!

De beeldhouwer Ton Koops heeft het beeld ontworpen. Toen zijn kinderen klein waren las hij hun de verhalen van Jip en Janneke voor. Hij heeft vaak naar de illustraties gekeken. Hij wist dan ook precies hoe hij ze moest maken.

Vier of vijf andere kunstenaars, aan wie ook was gevraagd een ontwerp in te leveren, bedachten dat het ronde poppetjes moesten worden. Maar Ton Koops had een beter idee. Hij maakte ze plat. Zo plat als een tekening. Alleen veel groter: wel één meter twintig hoog. Ton Koops denkt dat kinderen die zo oud zijn als Jip en Janneke ongeveer die lengte hebben.

Ton Koops heeft een klein beeldje thuis. Het staat in zijn atelier dat vroeger een hoefsmederij is geweest. Vandaar alle ijzeren tangen en roestige hoefijzers die aan de muur hangen. Hier heeft hij zijn eerste ontwerp in was geboetseerd. Daarna heeft hij een model van triplex naar Fiep Westendorp gebracht. Ze is er heel tevreden over. Ze vindt alleen dat de gezichten iets te veel op die van varkens lijken. Ton Koops zal proberen dat te veranderen. En dan worden ze op ware grootte uitgezaagd in staal. Niet in brons, want dat is te zacht.

Als het klaar is komt het beeld te staan op een dijk. Langs de rivier de Waal. Vroeger woonde Fiep Westendorp daar vlakbij. Ton Koops heeft de plek zelf uitgezocht. Toch had hij Jip en Janneke liever ergens anders willen neerzetten. Bij voorbeeld in een winkelstraat waar geen auto's mogen komen. Maar dat kon niet.

Als Jip en Janneke binnenkort op de kade staan is dat vast ook een mooie plaats. Dan zijn ze al van een afstand te zien. Het lijkt alsof ze op weg zijn ergens naar toe. Naar tante misschien. Om het nieuwe nichtje te bekijken. Of naar de ijscoman. Om een heel groot ijsje te kopen.

    • Noor Hellmann