Italiaans volleybal valt terug na jaren van euforie; "Voor Italianen maakt het niet uit of het om een vat olie of Ron Zwerver gaat'

GENUA, 4 SEPT. Nederland is er mede verantwoordelijk voor dat het Italiaanse volleybal financieel een flinke terugslag heeft gekregen. De sportgekke Italianen hangen erg aan resultaten en daarom betekende de vroege uitschakeling van het nationale team door Oranje op de Olympische Spelen een harde en onverwachte klap. Volleyballers die na Barcelona een nieuw contract moesten tekenen, kregen ineens te maken met salarisverlagingen van twintig à dertig procent. Winst in de World League, dit weekeinde in Genua, is nu bijna een verplichting geworden voor Italië.

De misstap bij de Olympische Spelen heeft de euforie in Italië over het volleybal enigszins getemperd. De sport kende de afgelopen vijf jaar een ongekende opmars. De hallen stroomden vol en financieel leken er geen grenzen aan de groei. Maar het een illusie dat volleybal in Italië met het voetbal zou kunnen concurreren. Dat zal nooit lukken. “Voetbal in Italië is een religie. Daar valt niet tegen te vechten”, beseft Paolo Buengiorno, Italiaans spelersmakelaar en voormalig directeur sportief van volleybal-topclub Milan. Praat men in het Italiaanse voetbal over miljarden guldens, in het volleybal gaat het maar om tientallen miljoenen.

Toch blijkt pallovolo als tegenhanger van voetbal interessant voor sponsors. Ze kunnen via deze "schone' tak van sport een hele andere doelgroep bereiken. Bovendien is het gunstig voor een sponsor dat een volleybalclub zijn naam en kleuren kan dragen. Dat is in het Italiaanse voetbal niet mogelijk, net zomin als in Nederland. Buengiorno: “Veel mensen kennen wel de naam van de voetbalclubs, maar niet hun sponsors. Dat is vervelend. In het volleybal is het vaak andersom.”

Nog meer dan het voetbal is het Italiaanse volleybal een verzameling van kwaliteit. Vrijwel alle grote sterren spelen er. Alleen de Cubanen krijgen van Fidel Castro nog steeds geen toestemming in het buitenland te spelen. Dit seizoen sluit Ron Zwerver zich eindelijk bij de crême de la crême van het volleybal aan. Hij is eén van de negen Nederlanders die in de komende competitie - start op 20 september - in één de twee profdivisies, Serie A1 of A2, zullen uitkomen. Nederlanders zijn niet alleen goede spelers, maar zijn voor de clubs ook interessant omdat ze geen transfergeld kosten. Zwerver gaat bij Sisley Treviso naar verluidt 600.000 dollar per jaar verdienen.

Toch zijn in het chauvinistische Italië de toppers uit eigen land de grootverdieners. Zij worden als helden beschouwd en benaderen qua populariteit de voetballers. Sommigen hebben zelfs een eigen kledinglijn. Topaanvaller Andrea Zorzi heeft zijn wekelijkse tv-programma en ploeggenoot Andrea 'Lucky' Lucchetta, de captain van de nationale ploeg, presenteerde verleden week als zanger zijn eerste plaat, een modieus rapnummer. Inclusief reclame-activiteiten wordt hun inkomen op twee miljoen gulden per jaar geschat.

Het zijn meestal ook niet de Italiaanse toppers die van publiek en pers de schuld krijgen als het slecht gaat met een ploeg. “Men kijkt eerst naar de coach, maar direct daarna naar de buitenlanders in het team”, aldus de Nederlander Rob Grabert die zijn derde jaar in Italië ingaat. Per club mogen er twee buitenlanders worden gecontracteerd. Dat zijn zelden spelverdelers. De Italianen zijn meer geïnteresseerd in de mannen met de spektaculaire harde klappen à la Zwerver. Daarom heeft men ook geen belangstelling voor de nog steeds clubloze Avital Selinger. Topclub Maxicono Parma vormt wat dat betreft een uitzondering. Al jaren haalt die club de spelverdeler van buiten, uit Korea, uit de Verenigde Staten en nu uit Nederland. Het geduld werd beloond, want met Peter Blangé als regisseur werd afgelopen seizoen het felbegeerde landskampioenschap behaald.

De Italianen maken voor het volleybal veel gebruik van Argentijnen en Brazilianen waarvan na ijverig speurwerk is ontdekt dat ze Italiaanse voorvaderen hebben. Zij tellen dan niet als buitenlander en zijn doorgaans niet duur. Zo'n goedkope kracht verdient in de hoogste klasse toch nog altijd zo'n anderhalf à twee ton per jaar.

Volleybal in Italië is big business. Daar kan Piet Steenaard, zaakwaarnemer van verscheidene Nederlandse internationals, over meepraten. Hij voerde voor dit seizoen harde onderhandelingen met vertegenwoordigers van Treviso over Ron Zwerver en Jan Posthuma. Zelfs tijdens een diner in een hotel in Vlaardingen vlogen de papiertjes ter grootte van een postzegel met getallen erop boven en onder de tafel. Zelfs het bespreken van de kleinste details van een miljoenencontract - bijvoorbeeld vier of vijf gratis vliegtickets per jaar - verliep moeizaam. Steenaard: “Voor die Italianen maakt het bij wijze van spreken niet uit of het om een vat olie of Ron Zwerver gaat. Voor hun is het een produkt.”

Regelmatig komt het voor dat een bedrijf een club sponsort om makkelijker een zakelijke transactie te kunnen voltooien. Zo liep bij de club van Rob Grabert, het gepromoveerde Jockey Schio, halverwege het seizoen een sponsor weg omdat hij van de gemeente geen bouwvergunning voor een nieuwe fabriek kreeg. En alleen daar was hij op uit geweest. Ook spelers zijn weleens het slachtoffer van het gesol. Zij worden als koopwaar gebruikt en zijn als eigendom van een sponsor geheel van diens grillen afhankelijk. Peter Blangé verkeerde voor het afgelopen seizoen lange tijd in het ongewis waar hij zou gaan spelen en óf hij zelfs nog wel aan een werkgever zou kunnen komen. Op de valreep kwam het uiteindelijk nog goed.

Het topvolleybal in Italië - officieel nog als amateursport beschouwd - is verzameld in de Liga, in het Italiaans Lega genaamd. De Serie A1 kent veertien teams, de A2 zestien. Alle clubs betalen contributie (zo'n 75.000 gulden per jaar) en de Lega regelt en organiseert de zaken.

Het Italiaanse clubvolleybal heeft zijn bolwerken. Drie van de rijkste zakenlieden van het land, Silvio Berlusconi (Mediolanum Sport), Luciano Benetton (Verde Sport) en Arturo Ferruzzi (Messaggero) hebben holdings opgezet waarin hun sportactiviteiten worden gerund. Volleybal is één van de takken. Volgens de officiële cijfers werken de topclubs met een budget van ongeveer tien miljard lire, zo'n zeventien miljoen gulden. In werkelijkheid blijken die bedragen hoger te liggen.

Onder de top ziet de financiële situatie er momenteel verre van rooskleurig uit. Verscheidene clubs hebben grote moeite hun begroting rond te krijgen en zitten diep in de schulden. In het Italiaanse volleybal is het drie à vier jaar geleden duidelijk uit de hand gelopen. Gigantische bedragen werden er neergeteld om de toppers in huis te halen. Nu moet men voor dat enthousiasme boeten. Zelfs de drie à vier topclubs kunnen momenteel niets anders dan hun positie consolideren en hebben hun budget niet vergroot.

Dat bleek bij de transfer van Ron Zwerver. Hij was ruim een jaar geleden al rond met Milan. Plotseling werd de transactie echter afgefloten. Over de oorzaak wordt door alle partijen geheimzinnig gedaan, maar het is duidelijk dat de volleybaltak van Mediolanum op gezag van grote baas Berlusconi een flinke stap heeft moeten terugdoen.