In de ogen van anderen

Wat Bobby Fischer zo fascinerend maakt, is niet in de eerste plaats zijn geweldige schaakinzicht.

Wat Bobby Fischer zo fascinerend maakt, is zijn volstrekte desinteresse in de mening van anderen. Wat anderen van hem vinden, laat hem volkomen koud. Hij is niet eens in de contramine, want dat zou nog betekenen dat hij in negatieve zin reageert op andermans oordeel. Nee, de mening van anderen kan hem totaal niets schelen. Hij gaat eraan voorbij. Hij schudt de mening van anderen van zich af, als iemand die een stofje van zijn revers afklopt. Die houding is zeldzaam in de wereld.

Op de televisie zag ik hem spuwen op een fax van de Amerikaanse regering. Zoiets moet voor veel Amerikanen hetzelfde zijn als het verbranden van hun nationale vlag. Het zal geen groot psycholoog zijn geweest, die de fax heeft gestuurd. Het gaat er namelijk niet om of de Verenigde Naties Fischer erkennen, maar of Fischer de Verenigde Naties erkent. “Na de match”, heeft Fischer al gezegd, “zal ik bepalen of ik in Amerika zal blijven wonen.” Zo is het. Niet Fischer wordt in de ban gedaan, maar Amerika en de VN. Fischer redeneert als een sterrenkundige die uitgaat van de aarde als middelpunt van het heelal. Theoretisch is daar niets op tegen, alleen worden de berekeningen oneindig veel ingewikkelder.

Ik denk dat Schopenhauer veel plezier in Fischers weerbarstige houding zou hebben gehad. In Aphorismen zur Lebensweisheit heeft Schopenhauer een hoofdstuk gewijd aan de gevoeligheid voor de mening van anderen. Iedereen ervaart bijna elke dag hoe lastig het is om je niet te laten beïnvloeden door het oordeel van anderen. Het gaat in het leven vrijwel nooit om een zakelijke uitwisseling van ideeën, want altijd sluipt er wel een element van bederf in de discussie.

De menselijke zwakte ligt erin dat wij ernaar verlangen om lof toegezwaaid te krijgen. We zijn zelfs niet te beroerd om oprechte lof in ontvangst te nemen. Anderzijds is het verbazingwekkend hoe snel wij uit het veld geslagen zijn door kritiek, zelfs al wordt die kritiek geuit door iemand die wij minachten. Hoe vaak gebeurt het niet dat een gevoel van miskenning iemand kan veranderen in een wrokkig en rancuneus wezen.

Schopenhauer pleit er dan ook voor zowel met lof als met kritiek zuinig te zijn, want uiteindelijk voegen zij maar weinig toe aan het menselijk geluk. Logisch, dat Schopenhauer niets moest hebben van koninklijke onderscheidingen. Naar zijn idee zijn lof en kritiek niets anders dan middelen om mensen te dresseren. Pavlov zou later aantonen dat die stelling ook voor honden opgaat.

Vol afschuw citeert Schopenhauer een bericht uit The Times van 31 maart 1846, waarin de terechtstelling van de handarbeider Thomas Wix wordt beschreven. Hoewel geboeid was Wix vol enthousiasme op het schavot geklommen. Daar maakte hij olijke buigingen naar het publiek, dat hem beloonde met een donderend applaus. Met de dood in het vooruitzicht slechts oog te hebben voor wat een dom publiek graag wil zien en horen, dat beschouwde de filosoof als de verachtelijkste knieval voor de mening van anderen. Overigens is het niet uitgesloten dat wij in de toekomst nog eens een herhaling van dit tafereel te zien krijgen, want in de Verenigde Staten wordt in het kader van de juridische openheid overwogen om executies voortaan op de televisie uit te zenden.

Toch vraag ik mij af of het oordeel van Schopenhauer over Wix niet te hard is. Wat had Schopenhauer dan gewild? Dat Wix met de gevangeniskapelaan die hem begeleidde nog even een theologisch debat was begonnen? Of dat hij vlak voor zijn terechtstelling nog een filosofisch essay had geschreven over een mogelijk leven na de dood? Een stervende mag toch alles eten.

Wix en Fischer zijn elkaars tegenpolen, maar er zijn ook overeenkomsten. In The Guardian lees ik dat de toeschouwers in Sveti Stefan de spelers alleen kunnen zien door een kijkgat in een betonnen muur. Afgesproken is bovendien dat een partij slechts kan worden onderbroken, wanneer het oorlogsgeweld zo dichtbij komt dat het artillerievuur in de speelzaal te horen is. Mocht Fischer worden veroordeeld wegens het ontduiken van de boycot tegen Servië, dan zal hem dat geen zier kunnen schelen. Ook hij zal op zijn rechters spuwen.