Griezelmunten

Zak Geld, marktkoopman en handelaar in ongeregeld goed, heeft besloten om voortaan ook in munten te gaan handelen. Munten kosten nauwelijks opslagruimte. Zo komt er meer ruimte in zijn pakhuis, dat tot enkele weken geleden nog tot aan de nok toe volstond met tweedehands meubelen.

Wie iets aan de munthandel wil verdienen, moet natuurlijk geen guldens willen verhandelen. Het kost meneer Geld een gulden om een gulden in te kopen en geen enkele klant wil voor een gulden meer dan een gulden betalen. Er zit dus geen winst in het kopen en verkopen van muntstukken die nog als wettig betaalmiddel in omloop zijn. Dat betekent dat Zak Geld met een probleem zit: hoe vindt hij oude en bijzondere munten die hij kan proberen weer met winst van de hand te doen?

Hij zou zelf munten kunnen zoeken. Wie met een metaaldetector door de velden loopt, hoort een pieptoon als er metaal in de grond zit. Dat kan een in lang vervlogen tijden begraven schat zijn. Maar meneer Geld heeft geen zin om door de weilanden te baggeren en in gesloopte huizen naar metaal te speuren. Hij moet mensen bereid vinden om hem oude munten te verkopen, die ze misschien wel van hun opa hebben geërfd.

Meneer Geld kan een advertentie in de krant zetten om duidelijk te maken dat hij een goede prijs biedt voor buiten omloop gestelde munten. Of hij kan naar een speciale veiling gaan. Mensen brengen hun spullen vaak naar een veilinghuis, waar ze bij opbod worden verkocht. De veilingmeester laat de spullen een voor een zien en vraagt of iemand in de zaal daarop een bod wil uitbrengen. Opkopers en geïnteresseerde verzamelaars bieden bij een muntenveiling tegen elkaar op. De meestbiedende mag de munten na betaling mee naar huis nemen. Je moet vaak flink in de buidel tasten om succes te hebben op de veiling. Daarom zint Zak Geld op een ander, goedkoper plan.

Kan hij niet beter eigen muntstukken laten aanmaken en deze in omloop brengen? Het moeten leuke munten worden, die mensen voor de aardigheid willen hebben, ook al kunnen ze er niets voor kopen. Vroeger lieten keizers en koningen hun eigen hoofd op de munt afbeelden. De beeltenis van onze koningin staat nog altijd op guldens en rijksdaalders. Maar ze kijkt nogal ijzig. Meneer Geld wil liever iets vrolijkers, naar een eigen ontwerp.

Hij denkt aan een reeks munten met daarop kruiden: rozemarijn, peterselie, peper, oregano en - natuurlijk - kruizemunt. Het zou toch prachtig zijn als ooit een brood twee kruizemunt kost? Een serie munten met huisdieren lijkt Zak Geld ook wel wat: een hond op de cent, de caviastuiver, het poezekwartje en de konijnsgulden.

Misschien zijn er ook klanten met belangstelling voor munten met enge creaturen: draken, vampiers, slangen. Hij legt het plan voor aan zijn vrouw. “Niks daarvan,” zegt die. “Je gaat geen griezelmunten in omloop brengen hoor. Neem mij liever. Je noemde mij vroeger zo vaak je prinses. Zet mij toch op je munten. Dan ben ik weer een beetje jouw koningin.”

Dat moet dan maar, besluit meneer Geld. Nu is het de vraag wie de munten voor hem kan maken.