Filmfestival in Venetiëbegint met nieuwe jury in half gevulde zalen

VENETIE, 4 SEPT. De Italiaanse kranten klagen in koor over het tekort aan spectaculaire avonden en over de overdaad aan halfgevulde zalen. De actrice Monica Vitti, geboren in 1932 en dus net zo oud als het filmfestival van Venetië, was aanwezig op de openingsavond van deze 49-ste editie (anders dan zij sloeg de "Mostra Internazionale d'Arte Cinematografica' af en toe een jaar over), maar zij verliet de zaal al voor de avond was geopend, want zij had geen zin om op een van de achterste rijen te zitten.

De voorzitter van de jury, Peter Bogdanovich, liet op het allerlaatste moment weten niet te zullen komen: Paramount heeft hem gevraagd om met onmiddellijke ingang de regie op zich te nemen van de "country & western romancer' A thing called love.

Maar festival-directeur Pontecorvo slaagde er razendsnel in om twee vervangers voor hem te vinden: regisseur Michael Ritchie treedt toe tot de jury en de acteur/regisseur Dennis Hopper zal de nieuwe voorzitter zijn. Verder zag ik Monica Vitti alweer haar entree maken bij een voorstelling. En er zijn al twee Gouden Leeuwen bekend gemaakt, als bekroning voor "een carrière'. Francis Coppola, Amerikaans cineast en producent, krijgt de ene. De andere gaat naar de Italiaanse acteur Paolo Villaggio, die laatstelijk in Federico Fellini's La voce della luna het personage speelde dat symbool was voor "het bewustzijn tegen mensen zonder kwaliteit'.

Nu moeten de films het hem gaan doen, de avonden van het filmfestival van Venetië bijzonder maken en de dagen tintelend, spannend en ongebruikelijk zoals gisteren L.627, van Bertrand Tavernier dat deed. Tavernier droeg de film, waarvan de titel verwijst naar een wetsartikel over de narcoticabrigade van de Franse politie, op aan zijn zoon Nils, die enige tijd verslaafd was aan drugs. Hij bracht Tavernier in contact met de wereld van gebruikers, dealers en bestrijders, en de cineast raakte enorm onder de indruk van het werk van de politie, dat niets te maken bleek te hebben met politiefilms en -romans.

Tavernier maakte met L.627 geen politiethriller en zijn film telt geen helden. Hij toont, in bladderende en toch perfect afgepaste beelden, de dagelijkse realiteit van een groep Parijse drugsrechercheurs. Het gaat om hun toewijding, hun agressie, hun uitputtin, en hun onherroepelijk afglijden naar demotivatie. Want terwijl zij vechten tegen een draak met miljoenen koppen, maken aan de andere kant bureaucratie en geldgebrek hun het werk ondraaglijk zwaar.

Zeker met Dennis Hopper als juryvoorzitter is er een gerede kans dat L.627 in de prijzen zal vallen - niet alleen omdat het een knappe film is, maar ook omdat Hopper een vergelijkbaar onderwerp op een even betrokken wijze aansneed in zijn film Colors.

Een kleine verrassing in het hoofdprogramma was de film In the soup van de jonge Amerikaan Alexandre Rockwell. Hij heeft veel te danken aan Jim Jarmusch, die zelfs een gastrolletje speelt. De zwartwit beelden, waarin verbaasd wordt gekeken naar een uitgewoond New York en haar rare kostgangers, doen sterk aan Jarmusch' films denken. Maar Rockwell pakte zijn verhaal en personages karikaturaler aan. Daardoor snijdt In the soup, over de vriendschap van een filmertje-in-spé met een charmante crimineel van middelbare leeftijd, minder scherp en is er ruimte om de troosteloosheid te verlichten.

Helaas kan over de rest van het Venetiaanse programma tot nu toe weinig positiefs worden opgemerkt. De Belgische produktie Daens, waarmee Stijn Coninx de roman Peter Daens verfilmde van Louis Paul Boon, is een en al opgepoetste armoede, filmclichés over het leed van de fabrieksarbeider eind vorige eeuw en onvoorstelbaar opdringerige muziek.

En uit Söndagsbarn, een film waarnaar werd uitgekeken omdat de jonge Zweed Daniël Bergman er een autobiografisch scenario van zijn vader Ingmar mee verfilmde, blijkt dat het vormgeven van andermans persoonlijke herinneringen tweedehands is. Het leidt tot vals sentiment en onwaarachtigheid. Je kijkt naar het onduidelijke verhaal in beleefde, saaie beelden. Je ziet iemand die Ingmar heet als ongelukkig vadersjongetje en als boosaardige volwassen zoon. En je denkt, Daniël, maak nou eerst eens een film over jezelf en jóuw vader.

Gelukkig zijn er elke dag nieuwe "afleveringen' te zien van de dertien speelfilms die Edgar Reitz maakte onder de titel Die zweite Heimat. De serie blijft schitteren, de figuren worden steeds interessanter en de blik op West-Duitsland in de jaren zestig almaar breder en dieper.