Een man, een kind en gezelligheid; Detective-achtige liefdesroman van Dorinde van Oort

Dorinde van Oort: Vrouwenvlees. Uitg. De Arbeiderspers, 208 blz. Prijs ƒ 29,90.

Sinds Adriaan van Dis erover schreef is Mozambique voor de tienduizenden Nederlanders die hem in de geest nareisden, een vertrouwd, maar weinig vertrouwenwekkend deel van Afrika geworden. Mozambique is het land van de even zinloze als moorddadige burgeroorlog, van de strijd tussen soldaten en bandieten die steeds meer op elkaar beginnen te lijken, van jeugd zonder toekomst en van mensen met afgesneden oren en neuzen.

Het is moeilijk te zeggen of hij voor schrijvers die zich ook nog eens aan Mozambique wilden wagen het pad geëffend heeft of juist onbegaanbaar gemaakt. Want hij heeft ons weliswaar ontvankelijk gemaakt voor dit betreurenswaardige land, maar er tegelijkertijd zo'n persoonlijk en daardoor onvergetelijk beeld van gegeven, dat men van goeden huize moet komen om het weer over te kunnen schilderen.

In haar tweede boek, Vrouwenvlees, dat zich afspeelt in en om Maputo, de hoofdstad van Mozambique, doet Dorinde van Oort een dappere poging daartoe. Zij maakte het zich lastiger dan Van Dis, omdat zij niet voor een helder uitgangspunt koos, de beschrijving van een bestaande of historische situatie, maar voor een veelkleurig verhaal waarin harde realiteit en literaire verbeelding allebei mee mogen doen, met de nadruk op het laatste. Vrouwenvlees is geen politieke of journalistieke documentaire, maar een detective-achtige liefdesroman, met op de achtergrond de nodige politieke verwikkelingen. Anders dan Van Dis situeerde zij haar roman niet in het Mozambikaanse heden, maar in 1977, zodat je er dus ook nog een voorloper van In Afrika in kunt zien.

Het is twee jaar na de revolutie. Mozambique heeft zich bevrijd van de Portugese overheersing en het Frelimo, de marxistische staatspartij is aan de macht. Van een burgeroorlog is in het boek nog geen sprake, al valt er wel al onderdrukt gemor te beluisteren over het nieuwe regime. Bij gebrek aan goed opgeleide Mozambikanen zijn er nog steeds veel Portugezen en andere Europeanen aan het werk op belangrijke posten, die maar al te graag misbruik maken van hun machtspositie.

Gezelligheid

Dit is het politieke decor waartegen Van Oort haar verhaal plaatst. Het verhaal is even simpel als ingewikkeld. De 27-jarige heldin Elize lijkt nogal op de vrouwelijke hoofdpersonen uit Van Oorts debuutbundel Meisje voor halve nachten (1989). Naast bescheiden maatschappelijke ambities heeft zij maar één verlangen: zij wil een man, een kind en een bestaan vol huiselijk geluk en gezelligheid. Maar net als die andere meisjes en vrouwen zit het haar niet mee. Ze laat plompverloren het veilige Amsterdam achter zich om Ferdinand te volgen naar Mozambique. Al gauw vraagt ze zich echter af of hij wel ”de lang verlangde, de witte koning van haar dromen' is. Een terechte vraag, want deze patholoog-anatoom, die niet voor niets als bijnaam Blauwbaard heeft, kan beter met vrouwenvlees dan met vrouwen overweg, zoals hij zich ook beter op zijn gemak voelt tussen geprepareerde lijken dan tussen levende wezens. Veel gezelligheid is er voor haar in Mozambique niet weggelegd en ook het langverwachte kind blijft uit. Een treurige geschiedenis kortom, al laat Van Oort ons nog enige hoop op toekomstig levensgeluk voor haar veelgeplaagde hoofdpersoon.

Zo eenvoudig als ik de zaak hier voorstel, zit Vrouwenvlees intussen niet in elkaar. Een flink aantal vragen blijft onbeantwoord, zoals het een roman met detective-inslag misschien ook betaamt. Wat de titel precies te betekenen heeft, zou ik bijvoorbeeld niet weten, al moet het wel iets te maken hebben met het lijk van een om politieke redenen vermoord meisje, dat (in ”verzeepte' toestand) als een griezelig spook door de roman waart. Merkwaardig is ook de positie van Ferdinand in deze vrouwenvleeskwestie. De suggestie wordt gewekt dat hij zich buitengewoon verlustigt in borsten en billen, maar hij krijgt ook geheime homoseksuele neigingen toebedeeld. Des te raadselachtiger is het wat Elize ziet in deze figuur die haar onveranderlijk kleinerend toespreekt.

Ondubbelzinnig en erg geestig is daarentegen de beschrijving van de bureaucratische beslommeringen waarin Mozambique na de revolutie verzeild is geraakt. Er wordt in Maputo nauwelijks meer iets nuttigs gedaan, maar vergaderd wordt er des te meer. Op een ”reunião' of ”comissão' mag geen ”elemento' of ”camarada' ontbreken, op straffe van disciplinaire maatregelen. Dergelijke bijeenkomsten die tot een nog grotere efficiency, taakverdeling en groepsdynamiek moeten leiden, worden belangrijker geacht dan het werk zelf, dat er dan ook ernstig door in de verdrukking komt. De verwarring en chaos die hiervan het gevolg zijn, weet Van Oort overtuigend op te roepen.

Verstrikken

Het is jammer dat zij op deze politieke achtergronden niet wat dieper is ingegaan, in plaats van zich te verstrikken in veel te veel verhaaldraden, nevenintriges en motieven. Zij verduisteren niet alleen het zicht op de roman, maar leiden ook vanzelf tot de vraag wat er nu eigenlijk mee aangetoond wil worden. De lotgevallen van een postrevolutionair land op de rand van nieuwe troebelen? De lotgevallen van een Europese enclave die haar leven zo langzamerhand ook niet meer helemaal zeker is? De lotgevallen van één vrouw die zich nergens thuis voelt: niet in haar huwelijk, niet in de Europese enclave en ook niet in Mozambique? Ik denk dat Van Oort aan dit alles min of meer recht heeft willen doen en zelfs nog meer dan dat. Want ook ”het leven' komt in Vrouwenvlees aan de orde. In een door de hele roman heen volgehouden, maar nogal opgelegde metafoor wordt het leven voorgesteld als een schaakspel. In dat schaakspel figureren witte en zwarte koningen, raadsheren, dames, torens, paarden en pionnen, maar de stukken worden door een onzichtbare hand bestuurd. Niemand heeft er greep op. “Wie is wit hier, wie zwart? Wie rechts, wie links? De partijen lopen door elkaar. Is ze nog wel de witte dame, of toch weer de pion? Maar ze zitten in het middenspel, dan zijn van geen enkele zet de consequenties meer te overzien.”

Als willoze speler heeft men geen zicht op de partij, op de drijfveren van mede- en tegenstanders, en dus ook niet op verlies of winst. Een onbestuurbaar schaakspel: het is ook een mooi beeld voor een roman die zelf niet helemaal gerust lijkt op een goede afloop.