Echo's van de wederopbouw; Zeven artikelen over Van Kooten en De Bie

Martin van Amerongen en René Zwaap (red.): Van Kooten & De Bie, 25 jaar narren op de kansel. Uitg. Jan Mets, 92 blz. Prijs ƒ 19,50.

Er moest maar eens een goed boek over Kees van Kooten en Wim de Bie komen. Ze manifesteren zich nu - om preciezer te zijn dan de samenstellers van een aan hen gewijd bundeltje - al 27 jaar op de televisie en toch is er nog maar weinig substantieels over hen gepubliceerd. Over hun functie als toetssteen voor een belangrijk deel der natie bijvoorbeeld, of over hun onmiskenbare invloed op de Nederlandse taal, hun cabaret- en televisie-technieken, hun kwaliteiten als acteurs of de wijze waarop ze als Bekende Nederlanders weten te ontglippen aan de wetmatigheden van de roem. Interessante onderwerpen, waar men nog tal van biografische en op datum gerangschikte oeuvre-gegevens aan zou kunnen toevoegen.

Met behulp van het excuus dat het "een sokkel, maar nog geen monument' is, trachten Martin van Amerongen en René Zwaap goed te praten dat hun pas verschenen boekje Van Kooten & De Bie nog lang niet in die leemte kan voorzien. Het biedt weinig meer dan de in een flink lettercorps opgeklopte inhoud van een nummer van het weekblad De Groene Amsterdammer, dat in februari snel uitverkocht raakte omdat de gezusters Veenendaal op het omslag stonden.

Zeven artikelen staan erin: typische gelegenheidsstukken, die alles bij elkaar wel een leesbaar nummer van zo'n opinieblad vormden, maar nu in beide betekenissen van het woord nogal dunnetjes in een boekje staan. Antoine Verbij over Walter de Rochebrune, Xandra Schutte over het literaire solo-werk van het duo, Loek Zonneveld over het geheugen als wapen voor satire, Ivo de Wijs over het taalgebruik - ach, het is allemaal lang niet onaardig, soms zet het zelfs aan tot enige zelfdenkzaamheid, maar in boekvorm zijn hun stellinkjes wel erg vluchtig en weinig onderbouwd. Men leest eraan af dat niemand de tijd had om nog even iets op of uit te zoeken; de boekjes en de platen in de kast vormden de enige bronnen.

Het beste van de zeven is nog het stuk van mede-samensteller Zwaap, over "het verlangen naar de degelijke soberheid van de wederopbouwjaren' dat hij als weerkerend thema bij Van Kooten en De Bie herkent. De invloed van de jaren vijftig op hun werk - daar had nog niemand over geschreven. De resterende twee vallen in de categorie bladvulling: de uitgetikte tekst van een moeizaam tv-gesprek tussen Theo van Gogh en Kees van Kooten en een routinestukje van Martin van Amerongen over de Haagse echo's in tal van scènes. Het verbaasde me destijds al, dat er geen bijdrage was van Walter van der Kooi, niet alleen de eigen tv-columnist van De Groene, maar ook de beste tv-recensent van Nederland. Ook hier mis ik zijn kijkervaring node.

Er moest dus maar eens een goed boek over Van Kooten en De Bie komen.