Duitslands representerende rol

Toen ik, begin 1990, eens de vrees uitsprak dat het verenigde Duitsland bezocht zou worden door “burgeroorlogachtige toestanden”, stuitte dit vooruitzicht op ongeloof bij anderen. En, eerlijk gezegd, ik dacht toen niet aan uitbarstingen zoals die zich vorige week in het Oostduitse Rostock hebben voorgedaan, maar burgeroorlogachtig waren die wel.

Het is veel te eenvoudig, sterker: zelfmisleidend, die uitbarstingen, waarvan voornamelijk vreemdelingen (Vietnamezen, Afrikanen, Roemeense zigeuners) het slachtoffer waren, terug te brengen tot racisme en neo-nazisme, zoals krantekoppen en nieuwsbulletins doen. Daar zit bovendien iets farizeïsch in: wij zijn beter dan die barbaarse Duitsers.

Laten we eens proberen de oorzaken van die uitbarstingen, die zich ongetwijfeld, en misschien heviger, zullen herhalen, op een rijtje te zetten - welbewust overigens dat die oorzaken niet strikt van elkaar te scheiden zijn, maar in elkaar overlopen en elkaar versterken. Ook is het rijtje allesbehalve compleet.

1. Daar is in de eerste plaats de grote werkloosheid en uitzichtloosheid in Oost-Duitsland. Rostock was wegens zijn scheepsbouw een showcase van de DDR. Maar de scheepsbouwindustrie is ingestort, omdat de grootste klant (de Sovjet-Unie) is ingestort en omdat zij voor het Westen te duur werkt. In Rostock-Lichtenhagen, waar de ergste rellen waren, is de werkloosheid officieel dertien procent, in werkelijkheid waarschijnlijk twee keer zo hoog.

2. De psychische toestand in heel Oost-Duitsland: een collectief gevoel van minderwaardigheid jegens de alles beter kunnende en beter wetende Wessi's; een gevoel veertig jaar voor niets geleefd en gewerkt te hebben (dat geldt voor bijna iedereen, niet alleen voor degenen die in het communistisch systeem geloofd hebben).

3. De jeugd is in de eerste plaats slachtoffer van deze toestand. Voor zover het kinderen zijn van degenen die geprofiteerd hebben van het oude regime, drukt zich hun rebellie tegen hun ouders - een op zichzelf normaal verschijnsel - uit in het roepen van, zo niet het geloof in, fascistische leuzen. Was antifascisme jarenlang de officiële doctrine, hoe kan men beter provoceren dan door Hitler openlijk te vereren?

4. De betrekkelijk hoge graad van georganiseerdheid van de rellen is niet alleen toe te schrijven aan neo-nazistische touwtrekkers achter de schermen, maar ook aan de militaristische opleiding die de jeugd in de DDR al op school kreeg. Wie daar heeft leren granaatwerpen, kan uitstekend met brandbommen omgaan.

5. Dump in zo'n maatschappij duizenden vreemdelingen, die op staatskosten onderhouden worden, en je vraagt om moeilijkheden. De afkeer richt zich overigens niet uitsluitend op gekleurde vreemdelingen, maar ook op zogenaamde Volksdeutsche uit de ex-Sovjet-Unie en Roemenië. Waaruit blijkt dat zij weinig met een racistische ideologie te maken heeft.

6. De bevolking, die in de DDR aan een bescheiden soort welvaart gewend was, vreest gedeklasseerd te worden, is in feite al gedeklasseerd. Zoals overal (bij de poor whites tegenover de negers in de Verenigde Staten en Zuid-Afrika bijvoorbeeld) richt zich haar angst tegen de nòg armeren, door wie zij haar status bedreigd ziet. Vandaar dat de burgers van Rostock de eerste avond het geweld van de jeugd toejuichten (de latere avonden niet meer, want toen werden hun Trabi's in brand gestoken).

(Tussenvraag: hoe klopt dit allemaal met eerdere berichten, die melding maakten van grote bereidheid juist bij de Oostduitse bevolking om vluchtelingen uit Bosnië te ontvangen? Het antwoord moet waarschijnlijk luiden dat de mens geen logisch denkend wezen is en vatbaar voor vluchtige emoties, zoals de televisie die panklaar bereidt.)

7. De regeringen en politie in Oost-Duitsland zijn zwak en niet voorbereid op zulke uibarstingen als in Rostock. Wat wil men, als de ervaren bestuurders - communisten - allemaal de laan uit gestuurd zijn en de Stasi, die wèl op rellenbeheersing getraind was, ontbonden is?

8. Helemaal achteraan: neo-nazisme. Natuurlijk hebben neo-nazi's aan die rellen meegedaan, misschien de verschillende deelnemende groepen gecoördineerd. Maar ze zijn meer de profiteurs van de misstanden waaruit de rellen voortkwamen, dan de veroorzakers ervan. Dat betekent natuurlijk niet dat ze niet goed in de gaten gehouden moeten worden.

Het betekent evenmin dat vele van de hier genoemde ingrediënten niet tezamen een voedingsbodem vormen waaruit te eniger tijd een politieke kracht zou kunnen voortkomen die met het nationaal-socialisme van de jaren dertig vergeleken kan worden. Dit gevaar wordt zeker groot als in West-Duitsland de economische conjunctuur eens zou omslaan.

Sommige van die ingrediënten zijn ook in andere Westeuropese samenlevingen aan te treffen. Daarom doen we er goed aan de toestand in Duitsland niet uitsluitend als een typisch Duits probleem te zien, waarop we hooghartig en zelfvoldaan kunnen neerkijken. Daarom is het ook goed hier weer eens de woorden te citeren die (de latere prof.) H. Berkhof, die in het begin van de jaren dertig in Duitsland had gestudeerd en vlak na de oorlog daar predikant was geweest, in 1949 schreef:

“In het snelle en brutale proces van achterstand-inhalen werd Duitsland juist het gebied waar de afgronden en demonieën van Europa's weg het meest onverhuld openbaar werden. Zo is Duitsland in de laatste eeuw, en vooral in de laatste decenniën, door de omstandigheden een merkwaardige "representerende' rol in Europa gaan spelen. Het doorleeft de Europese problematiek het eerst, met alle pijn daaraan verbonden.”

Ten slotte: wat kan ertegen gedaan worden? Meer voorlichting over de gruwelen van het fascisme? Dat zou wel eens een averechtse werking kunnen hebben, de fascinatie van het verbodene en radicale vergroten. “Te geloven dat fascistische neigingen worden bestreden door het publiceren van boeken over de geschiedenis van het fascisme is een even grote illusie als aan te nemen dat de verkoop van vijlen en koevoeten het inbreken doet afnemen”, schreef H.J.A. Hofland eens.

Meer dialoog? “Als je serieus wordt genomen, zonder voorwaarden vooraf, valt er over alles te praten. Als je op voorhand gecriminaliseerd wordt, houd je je mond en stem je de volgende keer op Janmaat of je gaat stenen gooien in Rostock”, schrijft Henk Loendersloot in Het Parool van 31 augustus. Dus de rechtse relschoppers niet bij voorbaat criminaliseren. Met de linkse wordt dat ook niet gedaan.

Maar het enige middel dat echt werkt is natuurlijk: werk.

    • J.L. Heldring