De wijdverbreidheid van het wegwerpwoord; De letter W in de Van Dale

Vergeleken bij de vorige druk is het Groot Woordenboek der Nederlandse Taal 188 bladzijden dikker geworden; die ruimte was nodig om van de hoofdwoorden een korte etymologie te geven. De samenstellers zeggen dat ze twaalfduizend nieuwe woorden hebben opgenomen zonder iets te schrappen. Maar is dat wel zo? Waar bleven winkeldeur en wierookwalm? En is "wortelsoep' een nieuw woord als het "wortelensoep' vervangt? H. Brandt Corstius las de letter W in de twaalfde druk van de Grote Van Dale. “Ik ben een groot voorstander van het weglaten van voorspelbare samenstellingen. Maar doe het dan radicaal: dan kan de dertiende druk weer in één deel.”

Twaalfde Druk Groot Woordenboek der Nederlandse Taal, bewerkt door G. Geerts en H. Heestermans. Uitg. Van Dale Lexicografie. Prijs ƒ 285,-

Ik kan veel. Maar ik kan niet alles. Ik kan niet de zesendertighonderd bladzijden met de tweehonderdveertigduizend woorden in de Twaalfde Druk van Van Dale allemaal nakijken. Pas over acht jaar, als de Dertiende Druk verschijnt, is een verstandige recensie van deze twaalfde druk mogelijk, zoals deze twaalfde druk valt te beschouwen als een recensie van de elfde druk van acht jaar geleden.

De heren Geerts en Heestermans hebben een voorsprong. Zij weten, dankzij de computer, precies wat ze in de elfde druk veranderd hebben om er deze twaalfde druk van te maken. Ik kan daar slechts een gooi naar doen.

Dat het om 240.000 woorden gaat, dat weet ik niet eens uit eigen waarneming. De auteurs zeggen het, maar zij weten natuurlijk het exacte getal. Zij zeggen dat ze twaalfduizend nieuwe woorden hebben toegevoegd. Wat verstaan zij precies onder "een nieuw woord?'? Is wortelsoep een nieuw woord als het het woord wortelensoep vervangt?

Vergeleken bij de vorige druk is het woordenboek 188 bladzijden dikker geworden. Zijn dat die 12.000 nieuwe woorden? Nee, die ruimte was nodig om van zevenendertigduizend woorden een korte etymologie te geven. Het aantal regels op een pagina is van 81 naar 75 teruggelopen, maar daar staat tegenover dat met de nieuwe letter Lexicon het aantal letters op een regel vergroot is. Ik bespaar u mijn tellingen, schattingen, afronding en vermenigvuldigingen, maar ik zit er niet ver naast als ik zeg dat deze twaalfde druk 33 miljoen tekens bevat tegen de vorige druk 30 miljoen.

Hoe is het mogelijk dat ergens twaalfduizend nieuwe woorden bijkomen, terwijl het woordenboek toch niet dikker wordt? En dat terwijl een nieuw woord natuurlijk wat meer ruimte nodig heeft om uitgelegd te worden dan een oud woord. Hoe is het mogelijk dat op de voorpagina van NRC Handelsblad van afgelopen maandag beweerd wordt dat geen enkel woord uit de elfde druk geschrapt is?

Ik ga die vragen beantwoorden. Maar ik zou eerst willen bepleiten dat iedereen die een woordenboek maakt met behulp van een computer, achterin het boek nauwkeurig opgeeft hoeveel woorden, letters, artikelen dat boek bevat.

Om de vragen te beantwoorden zou ik óf het hele woordenboek moeten tellen óf een verstandige reeks steekproeven moeten nemen. Het eerste is onmogelijk. Het tweede is vervelend. Ik besloot om één letter precies te lezen. Bij de vorige druk, acht jaar geleden, nam ik de letter D. Nu neem ik de letter W. De D en de W zijn wat omvang betreft gemiddeld: er zijn evenveel letters met meer als letters met minder woorden. De W is een degelijke Hollandse letter, zonder Franse insluipsels. De W bevat een gemiddeld aantal voor- en achtervoegsels.

Ik ben zo vrij om alles wat ik bij de W gevonden heb, met dertig te vermenigvuldigen om uitspraken over het hele woordenboek te doen.

Witregel

Het is mogelijk om met linkeroog en rechteroog naar twee plaatjes tegelijk te kijken. Het is mogelijk met linkeroor en rechteroor naar twee geluidssporen tegelijk te luisteren. De kleine verschillen verschaffen je perspectief. Maar het is niet mogelijk met twee ogen twee woordenboeken tegelijk te lezen. Daarom heb ik mij, veertien, vijftien en zestien jaar geleden, drie kinderen aangeschaft, die mij ieder veertig pagina's van de W uit de elfde druk hebben voorgelezen. Terwijl mijn oren de Elfde Druk hoorden, lazen mijn ogen in de Twaalfde Druk en schreven mijn vingers de verschillen op.

Ik constateer dat in de W zeshonderd woorden zijn verdwenen en 650 nieuwe woorden zijn verschenen. Op elke bladzij hebben vijf woorden hun plaats afgestaan aan vijf nieuwe woorden. Over de hele Van Dale betekent dit: Er zijn 18.000 woorden geschrapt en 19.500 woorden gentroduceerd. Hoe kan er dan beweerd worden dat er geen woord geschrapt is? Dat weet ik niet. Hoe kan er dan beweerd worden dat er twaalfduizend "nieuwe woorden' zijn bijgekomen? Dat moet berusten op een speciale interpretatie van het woord "nieuw'.

Vindt u de woorden waterpistool, welterusten, waarzegtent, wassenbeeldenkabinet, witregel en woonkazerne nieuw? Dan heeft u de laatste halve eeuw niets gelezen. Deze woorden stonden niet in de vorige druk omdat ze toen vergeten waren.

Nieuw in deze druk zijn de woorden wijdluftig (met een citaat van Huizinga) en witvlakvlinder. Ze zijn nieuw omdat ze in de vorige druk wijdlustig (met hetzelfde citaat van Huizinga, maar nu met het woord wijdlustig) en witvlekvlinder waren. Een aantal astrologische termen (Waterteken, Wagenman, Wagenmenner) zijn nu apart, met hoofdletter, opgenomen. Dat noem ik geen nieuwe woorden.

Het aantal gevallen waarin werkelijk sprake is van een nieuw woord voor een nieuw begrip, is beperkt. Ik noteerde bij de W: wensbaby (plus zijn ouders), werkcoupé, werkeiland, werkgeheugen, werkschijf, werkontbijt, wildplakker, weegembryo, wegzendofficier, wenkbrauwpotlood, wereldcup, werelddekking, wervelbed (met zes samenstellingen), wewi, wietsigaret (en vijf andere wietsamenstellingen), wijdhoekcamera, winchesterschijf, wokkel, woonlandbeginsel, wop-relatie, wotel, wurgseks en wybertje (als vorm).

Dat zou betekenen dat er in de hele Van Dale duizend echt nieuwe woorden zijn bijgekomen. De meeste daarvan zijn samenstellingen. Echt helemaal nieuw zijn bij de W: wewi, wokkel, wop, wotel. Dat zou betekenen dat er in de hele Van Dale honderd echt nieuwe Nederlandse woorden zijn opgenomen.

Uit het Duits zijn tot ons gekomen: wanderjahre, weiblichkeit, weisswurst, wirtschaftswunder. Opmerkelijk is een aantal Duitse titels: Wacht am Rhein, Weg, Wille, Wissenschaft, Wonnende Wehmut. Op die manier weet ik nog duizend verkorte boektitels.

Uit het Engels komen: warranty, watchman, wave, weirdo, whirlpool, who's who, wild card, window-dressing, wishful thinking, wizard, womanizer, word-processor. Een aan het Engels ontleende vorming is weggie voor roadie.

Uit het Sranantongo, zoals Surinaams eindelijk in deze druk genoemd wordt, kwamen wakaman en wanatoe.

Een groot aantal nieuwe woorden komt uit België. Ze zijn weliswaar direct te begrijpen, maar worden nu eenmaal in het Noordelijke Koninkrijk niet gebruikt: wandelconcert, waterbedeling, weddetrekkende, werfbar, waterzo, wisselmeerderheid, wrevelagent.

Er blijken nogal wat vogels in de laatste acht jaren geboren te zijn: weidespreeuw, winterkoninglijster en winterkoningmees, wipstaartje.

Voor het eerst worden werkwoordstijden die je niet makkelijk bij de onbepaalde wijs vindt, opgenomen: werd, wierf, woei, wou, wrong. Een goed idee, maar dit zijn natuurlijk niet de "nieuwe woorden'.

We verwelkomen in deze druk de woorden Welsh en wortelsoep, maar constateren dat zij de minder juist geachte woorden Wels en wortelensoep vervangen.

Wadew en wowst

Er zijn onder de nieuwkomers ook dubieuzen. Is het woord verstandsknobbel werkelijk ooit buiten een melige context gebruikt? Al in de vorige druk stonden de woorden wadew (voor vader) en wowst (voor borst). In de twaalfde druk staan ze ook, met een verwijzing voor de uitleg naar het artikel worst. Maar wie bij worst zoekt, vindt daar wel de spreuk: “Mijn vader draait worsten op aarde”, die een vulgair alternatief zou zijn voor de ezelsbrug "Meneer Van Daalen wacht op antwoord', maar niets over wadew en wowst. In het ezelsbruggenlexicon van Pieter Steinz Meneer Van Dale wacht op antwoord was de naam nog gelijkgespeld aan de Van Dale van het woordenboek, maar Van Dale prefereert hier Van Daalen. Onder het lemma meneer blijkt dat meneer Van Dale op antwoord wacht.

Voor de oplossing van wadew en wowst moet men worst in de elfde druk opzoeken, waar de zin “Mijn wadew heeft hawen op zijn wowst” staat. Terecht heeft een redacteur die flauwigheid uit de twaalfde druk verwijderd, want ik ken wel honderd van zulke geintjes met letterverschuiving. Wadew en wowst zijn per ongeluk blijven staan.

Ik heb hierboven enkele categorieën genoemd waarin de nieuwe woorden van de twaalfde druk zijn in te delen. Maar voor het leeuwedeel is eigenlijk geen categorie te vinden. Waarom zijn woestijnbloei, -kasteel, -kunde, -lynx, -paleis, -slang, -sprinkhaan, -vijg, en -wilg ineens opgenomen? Waarom moest een woord als wintertraining plaats maken voor winterdepressie?

We komen nu op het hoofdstuk van de weggelaten woorden. Ik betreur het verdwijnen van winkelruit en winkeldeur, wijfjesolifant, wasses, wonderwat, woordentelling en wortelbehandeling, om verschillende redenen. De grote bulk van de weggegooide woorden valt in de categorie: verdwenen omdat het voorvoegsel of achtervoegsel apart wordt behandeld. Al in de vorige druk waren vele woorden op -heid, zonder dat er een woord aan werd vuilgemaakt, verdwenen. Bij de W zag ik weer 70 heidwoorden sneuvelen - dat betekent tweeduizend in het hele woordenboek. Vreemd is dan dat wijdverbreidheid en winstgevendheid als nieuwe woorden opduiken.

Tientallen woorden die met weg- beginnen zijn weggegooid en daar komen slechts wegwezen, wegsoezen en wegstuffen voor terug.

Ik ben een groot voorstander van het weglaten van volstrekt voorspelbare samenstellingen. Maar dan moet de lexicograaf de samenstellende delen wel goed definiëren. Ik vind de omschrijving van zigeuner- als: "bereid met paprika' heel geestig. Ik begrijp volkomen dat de woorden wondergoed, wondermooi, wondersterk, wonderzoet geschrapt zijn. Maar het is niet juist om bij het voorvoegsel wonder- te doen, alsof wonder voor elk adjectief kan staan, want wonderslecht, wonderlelijk, wonderzwak en wonderzuur bestaan niet. In het Duitse woordenboek van Grimm worden die gevallen nauwkeurig onderscheiden. In die taal kan kennelijk iets meer met wunder.

Domheden

Bij het woord wonder staat overigens - ik had me voorgenomen me niet op te winden over de voorbeeldzinnen, maar dit is er een, die tot de definitie van het woord "wonder' lijkt bij te dragen: "Een probleem waarvan is aangetoond dat het onoplosbaar is, noem ik een wonder'. En wie heeft deze krankzinnige definitie van wonder uitgevonden? De heer A. Gans, wiens boek Het woord van de zwijgende God door Kruyskamp, die vele drukken van Van Dale verzorgde, is vereeuwigd doordat hij hem, in zijn editie van dertig jaar geleden niet minder dan zeshonderd keer citeerde, en wiens domheden kennelijk nog steeds niet zijn uitgewied.

Maar laat ik toch vooral niet alle definities kritisch gaan lezen. Neem nu de drie witwoorden witkar, witjas en witscheet. Bij de witkar wordt gedaan alsof hij werkelijk in Amsterdam rondrijdt, maar de essentie van de witkar is dat hij mislukt is. Een witjas is misschien ook een aanduiding voor een laboratoriumwerker, maar ik ken het woord toch vooral als aanduiding voor een stevige verpleger die je naar het gekkenhuis brengt. En "witscheet!' is in ieder geval óók een scheldwoord van een zwarte tegen een witte.

Ik ben, nogmaals, een groot voorstander van het weglaten van voorspelbare samenstellingen. Maar doe het dan radicaal: dan kan de dertiende druk weer in één deel. En besteed dan aandacht aan de exacte betekenissen van de voorvoegsels, zoals ik ontaalkundig de beginnen wonder-, werk- en zigeuner- maar noem. Bij het voorvoegsel werk- zou dan kunnen worden opgemerkt dat het, in woorden als werktitel, ook, als vertaling van het Engelse working, kan betekenen: "voorlopig'.

Het lijkt wel aardig om het voorvoegsel weg op te splitsen in één betekenis "verwijderen', dat werkt in werkwoorden als wegbaggeren, wegbeitelen, en één betekenis "zich verwijderen' voor werkwoorden als wegdraven en wegdribbelen, maar aan werkwoorden als wegrollen, en wegschuiven zie je dat die dubbelzinnigheid al in de werkwoorden rollen of schuiven zit, die onovergankelijk of overgankelijk kunnen zijn.

Mijn conclusie uit de analyse van weggelaten en ingevoerde woorden is simpelweg (simpelweg staat erin, terwijl nu juist dit achtervoegsel -weg ook is opgenomen - inconsequent!) dat de redacteuren de opdracht aan hun medewerkers hebben gegeven: “Bij elk nieuw woord dat je erbij wilt hebben, moet je een oud woord zien kwijt te raken. Wil je wijvenvet erin? Goed, maar dan vliegt wijvenbeul eruit!”

Misleiding

Het weglaten van achttienduizend woorden, of hoeveel het er ook zullen zijn, maar ik zit er niet ver naast, zou op zichzelf te verdedigen zijn, maar het is strijdig met de twee doeleinden die de redacteuren zich in de Inleiding stellen.

Ze zeggen dat het een woordenboek moet zijn voor het Nederlands van de laatste anderhalve eeuw. En ze zeggen dat ook samengestelde woorden, waarvan de betekenis volstrekt voorspelbaar is, opgenomen moeten worden om te documenteren dat het woord bestaat. Maar als het in de vorige druk bestond dan bestaat het toch nu ook nog? Mij maak je niet wijs dat wortelensoep en wijvenbeul en winkeldeur en wafelvormig en wanboffer en warmoeshof en waterskiër en wederkus en weifel en wierookwalm en 590 andere w-woorden na het jaar 1842 nooit meer gebruikt werden. Daarom is het misleiding om wel te zeggen dat je twaalfduizend nieuwe woorden hebt toegevoegd maar niet dat je er minstens zoveel hebt weggelaten.

Geen woordenboek kan ooit alle geschreven Nederlandse woorden documenteren. Terwijl ik in de W lees, staat in deze krant ineens het woord weeënremmer. Meer dan twintig jaar geleden, zo blijkt uit een woordentelling, kwamen deze woorden al voor: wedstrijddressuur, wandobject, weduwenshag, wrattentinctuur, woordenboekstaf, woonsituatie, welzijnsnota. Ik maak er de woordenboekstaf geen verwijt van dat ze deze w-woorden gemist hebben. Maar wat is dan nog de betekenis van de documentaire functie van een lexicon?

Wie geen woordenboek heeft en niet genoeg denkt te hebben aan een eendelig woordenboek met honderdduizend woorden, waarvan er ettelijke op de markt zijn, en wie ook geen zin heeft in het Woordenboek der Nederlandsche Taal, dat nog niet af is, maar waarvan een fotomechanische uitgave te koop komt, die moet deze prachtig uitgevoerde driedelige Van Dale kopen.

Wie de elfde druk bezit, weet dat in deze twaalfde druk talloze fouten gecorrigeerd zijn en er minder fouten ontstaan zijn (dat is het voordeel van met een computer werken), en dat een interessante poging is gedaan om de vloedgolf van oninteressante nieuwvormingen te keren door -winkel en zigeuner- als achter- en voorvoegsel te beschouwen, en zal daarom ook de twaalfde druk willen bezitten.