De wereld van Mickey Mouse

In je dromen kan alles. In Eurodisney bij Parijs bijna alles. Het kasteel van Doornroosje torent hoog boven het themapark uit. In de kelder ligt de draak. Hij kijkt ons met rode ogen hongerig aan. Uit zijn neusgaten stoomt woede. Mijn neefje Robert van vier wilde hier eigenlijk wel komen wonen. Maar nu hij de draak in de gaten heeft, ziet hij daar maar van af.

Buiten op de ophaalbrug kijk je over Mainstreet met de winkeltjes. De Scott Joplinmuziek, de paardetram en de boevenwagen. Overal gebeurt wat. De brandweerkar toetert over het plein. Jongens springen achterop. Ze worden er meteen weer afgejaagd. Want de wereld van Mickey Mouse is een droom die goed wordt bewaakt.

Nu wil ik naar een ander sprook, zegt Robert. Hij heeft het huisje van de zeven dwergen ontdekt. En de meisjes in de sneeuwwitjesjurken. Ze helpen ons in een open karretje en dan rijden wij het verhaal binnen. De toverspiegel, de jaloerse stiefmoeder, de giftige appel en de bezorgde dwergen. En natuurlijk de prins op zijn witte paard. En buiten gaat het sprookje gewoon verder. Sneeuwwitjes lachen ons toe en wensen ons een fijne dag. Voor de droomhuisjes groeien reuzewortelen en te groene erwten. We zweven met Peter Pan langs de sterren. En dan zitten we ineens met Pinocchio in de kooi. Maar gelukkig loopt alles steeds weer goed af. In de draaimolen draven de paarden van ridder Lancelot. En door de lucht vliegen Dombo-olifanten. In de theekoppen van Alice duizel je door wonderland.

Mijn hoofd zit vol, mijn hoofd loopt over. Voor vandaag is het genoeg geweest. Gelukkig hebben we een toegangspas voor drie dagen. Er is overal aan gedacht: op het grote plein van Mainstreet in het stadhuis belt een gestreepte mevrouw voor ons het rolstoelbusje. Monsieur Michel en Monsieur Dick rijden voor.

In hotel Santa Fe gaat de droom rustig door. We bevinden ons ten zuiden van de Rio Grande in een woestijn. En toevallig is het ook nog eens stikheet. Eind juli, half 5 en de zon brandt nog achter Parijs. Overal om ons heen rennen de pueblo-indianen. Ze sjouwen met koffers, vegen de vloer en zeggen Boe-enos dias. Het restaurant heet er cantina. In onze kamer draait een enorme plafondventilator. Uit het raam kijk je op cactussen en massa's spierwitte stenen. Sneeuwballen gooien! roept Robert. Ik smelt bijna...

De volgende dag beginnen we met een rondreis in de Disneylandstoomtrein. Your attention please, welcome on board! Ik kijk mijn ogen uit. De rode steile rotsen van de Big Thunder Mountain met de losgebroken mijntrein. Het tafeltjesgebergte met sissende en spuitende bronnen. In de verte vaart een grote witte raderboot. Daar wil ik straks mee. Avonturenland met de boot van kapitein Hook en de piraten van de Caribische Zee en de jungle. We boemelen verder. Robert ziet autootjes in discoveryland. Die zetten we ook op het programma. En voor morgen de Small World aan het eind van Fantasyland.

Nu gaan we naar de optocht kijken. De hele sprookjeswereld rijdt op grote wagens voorbij. Prinsessen op tronen die mij kushandjes toewerpen. Vechtende prinsen, dansende zeerovers. Schommelende dwergen en natuurlijk, o jé, de draak. Robert duikt met z'n hoofd in mijn schoot. Hij is moe. Ik ook trouwens. Maar in deze droom mag je niet moe zijn. De nacht begint hier om 10 uur met een groot vuurwerk boven het kasteel. En dan om half 11 de verlichte parade. Bewegende lampjes dansen voor mijn ogen. Flikkerende tuterende schildpadden, lieveheersbeestjes met zwaailichtjes. Een glimmende torenklok die maar 12 blijft slaan.

Assepoester in een lampjesjurk. Alles precies in de maat van de muziek. Iedereen zwaait, iedereen lacht. Ik ben er duizelig van.

Maar de laatste dag gebeurt er iets vreemds. Bij de Small World. De gondeliers die net nog zo vriendelijk glimlachten schreeuwen allemaal door elkaar. De mensen worden ruw achteruit geduwd. Ik sta verschrikt helemaal alleen op de rolstoelafgang van de poppenwereld. Ze zien me niet. En dan komt een gehaaste groep aangelopen. Met in het midden een man met een spiegelzonnebril en een jongetje. Ze hebben een zwarte Disneypet op en een doos popcorn in hun hand. Dan stapt hij in een van de gondels en vaart de Small World binnen. Who is it? Michael Jackson?? Michael Jackson! De echte? Ja, de echte, le vrai, the real, zegt een dikke bodyguard. En dan lacht iedereen weer: prettige dag verder, veel plezier!

Mijn moeder wil mij een appel geven. Nee, dank je. Misschien zit er wel gif in. Ik heb liever een halve liter cola en een bak popcorn.

Op de hoek van Mainstreet staat een heel mooi vrolijk meisje met een tros ballonnen. Rode, gele, blauwe met gas gevulde Mickey Mousen. Ik koop een rode en hang er een kaartje aan. Daarop schrijf ik mijn naam en adres. En dan laten Robert en ik hem los. Laatste attractie: De luchtreis van Mickey Mouse boven de grote, echte wereld. Ik denk dat hij het niet overleeft...

    • Michiel Nales