De kloonkolonie

Zeg heb je gekend de kolonie van kloons,

De kloonkolonie van Slochteren?

Op 't eerste gezicht was er niets ongewoons,

Maar ze hadden daar altijd in meerderheid zoons,

Ja altijd maar zoons en geen dochteren.

Ze voeren jaloers op een kaarsrechte koers,

Nooit namen ze tijd om te rusteren;

Ze werkten of deden om beurten iets stoers,

En iedereen daar had een heleboel broers,

Een heleboel broers en geen zusteren.

Het was een gemeenschap zonder verraders;

Ze begeerden ook geen aardse goederen,

Maar er was in hun aders een drang naar iets naders,

Want iedereen had wel een stuk of wat vaders,

Veel vaders kortom, maar geen moederen.

Nu klinkt uit hun monden de heerlijke konde

Waarmee zij de wereld verbijsteren:

We hebben in Londen de vrouw uitgevonden,

Er zijn nu gezonde en rossige blonden;

Nu hebben wij vrijers en vrijsteren.