Bestand in Abchazië

MOSKOU, 4 SEPT. Onder druk van de Russische president Boris Jeltsin hebben de leiders van Georgië en Abchazië, Edoeard Sjevardnadze en Vladimir Ardzinba, gisteren ingestemd met een wapenstilstand in het omstreden Abchazië. De onderhandelingen van de drie leiders verliepen volgens Jeltsin “zeer moeizaam”.

De wapenstilstand in Abchazië moet morgen ingaan. Tijdens de onderhandelingen, die drieëneenhalf uur duurden, moest zowel Sjevardnadze als Ardzinba onder druk van Jeltsin aanzienlijke concessies doen. Sjevardnadze moest zijn bezwaren tegen de legering van een Russische vredesmacht in Abchazië opgeven. Ardzinba had, zo werd na het overleg duidelijk, nog meer moeite met het akkoord. Na de besprekingen moest Jeltsin ten overstaan van de pers Sjevardnadze en Ardzinba duidelijk dwingen elkaar een hand te geven. De Abchazische leider zei zijn handtekening onder het akkoord te hebben gezet om “de genocide op het Abchazische volk” tot staan te brengen. Sjevardnadze noemde het akkoord “beslissend” en zei dat als het niet wordt uitgevoerd, Abchazië “een nieuw Libanon” kan worden.

Het akkoord voorziet behalve in een bestand en de komst van Russische vredestroepen in de terugtrekking van de Georgische troepen uit Abchazië, afgezien van kleine eenheden die strategische punten moeten bewaken, en de vorming van een driepartijencommissie die de naleving van het bestand moet controleren en ongeregelde milities moet ontwapenen.

In Abchazië is gevochten sinds midden augustus het Georgische leger de voormalige autonome republiek binnenviel, omdat volgens Tbilisi de Abchaziërs - die vorig jaar hun autonomie kwijtraakten - zich van Georgië wilden afscheiden en hun onafhankelijkheid wilden uitroepen. Bij de strijd zijn zeker 150 doden gevallen. (AP, Reuter)