"Zij hebben geluk gehad, mijn moeder is daar achtergebleven'

UTRECHT, 3 SEPT. Vijfhonderd vluchtelingen uit het voormalige Joegoslavië zijn vanochtend per trein in Utrecht gearriveerd. Zij werden verwelkomd door onder anderen minister d'Ancona (WVC). Het was het eerste Rode-Kruistransport, waarvan er deze maand nog twee zullen volgen. In totaal zullen vijftienhonderd vluchtelingen door het Rode Kruis per trein worden opgehaald.

Op het perron stonden intensive care- en gewone ambulances om zieken en gewonden zo snel mogelijk naar ziekenhuizen in de omgeving te vervoeren. Een woordvoerder van WVC schatte hun aantal op ongeveer honderd. Vandaag zijn veertien vluchtelingen naar ziekenhuizen vervoerd.

De overigen zijn in bussen naar opvangcentra voor asielzoekers gebracht. Daar worden zij medisch onderzocht en krijgen zij de zogenoemde ontheemdenpas uitgereikt. Wanneer zij weer op adem zijn gekomen van de treinreis, worden ze ondergebracht in de tijdelijke opvangcentra van het Rode Kruis.

Dinsdagochtend ging de trein uit Den Bosch om de vluchtelingen op te halen. Aan boord bevond zich een medisch team, bestaande uit drie artsen en een psychiater. Ook bevonden zich ruim zestig medewerkers van het Rode Kruis in de trein die gisterochtend weer uit Zagreb vertrok.

Het vertrek gisteren uit Zagreb was emotioneel - maar allengs werd de stemming beter en begonnen kinderen te zingen.

“Het is niet te geloven, daar staat hij en dat is zijn vrouw.” Een Joegoslaaf die al negentien jaar in Nederland woont, S. Suman, hoorde twee dagen geleden dat zijn broer bij het Rode Kruis-transport zou zitten. Die kijkt vanuit de trein nog wat onwennig om zich heen. Wanneer de eerste tranen zijn gedroogd, breekt een glimlach door op zijn gezicht. “Zij hebben geluk gehad. Mijn moeder, zus en een andere broer zijn achtergebleven”, zegt Suman.

Volgens minister d'Ancona gaat het om de meest kwetsbare ontheemden die door het Vluchtelingenbureau van de Kroatische regering zijn geselecteerd. “De ellende van deze mensen is groot. De onzekerheid over familie en kennissen die achter moesten blijven zal moeilijk te dragen zijn.”

Met een verwijzing naar de recente aanslagen op centra voor asielzoekers in Duitsland zei d'Ancona dat “hier geen plaats is voor rechts-radicalen. We moeten de zwakken en hulpbehoevenden beschermen en niemand mag een vinger naar hen uitsteken”.