Zielig

Van lang geleden in de kerk kan ik me de Memisa-acties herinneren. Er lagen dan envelopjes op de kerkbanken, waarin de gelovigen hun giften konden stoppen. Op de enveloppen stond een aanmoedigende tekst met informatie over hoe het geld besteed zou worden. Dit deed een beetje denken aan een loterijformulier: er zijn honderd prijzen van een tientje beschikbaar, vijftig van 25 gulden, enzovoort. Alleen ging het bij deze acties om het lot van negerkindertjes. Voor vijf gulden kon je tien kinderen redden van dysenterie, voor tien gulden hielp je drie kinderen van framboesia af, voor 25 gulden kon een blind kind geholpen worden en zo verder tot je voor vijfduizend gulden een heel veldhospitaal had.

Mijn voorkeur gold de framboesiapatiëntjes, omdat die er zo afzichtelijk uitzagen. De 25 gulden die ik, beter gezegd mijn ouders, in het envelopje vouwden, leken mij dan ook beter besteed aan zevenëneenhalf framboesiakind dan aan één blinde, maar daar had de gever geen zeggenschap over tot mijn spijt.

Ai, het gemak en de luchtigheid waarmee een negenjarige tot zo'n afweging tussen schijnkeuzes komt! Ik gruw er nog van in retrospectief, al kan ik wel begrijpen dat liefdadigheidsacties meer geld inzamelen naarmate de doelen concreter en aansprekender zijn. Wie met een collectebus op de markt gaat staan “ter bestrijding van het leed in de wereld” vangt geen stuiver.

Kinderen hebben het altijd goed gedaan in het liefdadigheidswezen. Kinderen met honger of kanker, melaatse kinderen, aidskinderen roepen meer medelijden op dan volwassenen die aan hetzelfde lijden. Dat is een natuurwet. De specifieke doelen worden verder beïnvloed door wat er in de belangstelling staat. Blindheid bijvoorbeeld is flink gezakt in de hiërarchie van leed. Je ziet nooit meer ergens een busje staan “voor de blinde kinderen”. Wel zie ik (in Amerika) af en toe in winkels busjes op de toonbank met het opschrift “for the abused children”.

Dit is allemaal tot daaraantoe. Zonder sentimentaliteit kan liefdadigheid niet draaien. Beter een door kitschgevoelens ingegeven aalmoes dan helemaal geen. Uiteindelijk komen schenkingen “voor de kinderen in de arme landen” ten goede aan groepen of gezinnen of gemeenschappen ter plekke, en niet aan individuele kinderen. Het Foster Parents Plan dat weldoeners werft met het idee om één kind in een arm land op afstand te adopteren, waarbij ook sprake is van uitwissseling van brieven en foto's, zorgt er in werkelijkheid voor dat het geld aan het hele gezin ten goede komt. Het zou althans raar zijn, als dat niet gebeurde. Het ene kind dat zogenaamd geadopteerd is, moet dan de Westerlingen van tekeningen en schoolresultaten voorzien, en fungeert zo als katalysator voor de geldoverheveling. Op zichzelf een heel aardig systeem met een duidelijk nut voor beide partijen.

Toch bevalt me er iets niet aan, en dat is precies die maskerade via het op afstand geadopteerde kind. Waarom niet gewoon het hele gezin geadopteerd, als dat toch al is wat er in feite gebeurt. Of zouden er dan geen contribuanten meer gevonden kunnen worden?

Wat in de liefdadigheid bij het dagelijkse instrumentarium hoort, dringt ook steeds meer in de rest van het maatschappelijk leven door: het schermen met kinderleed om je argumenten kracht bij te zetten. De eerste keer dat het me opviel was in de discussie over de kruisraketten. Een van de redenen om tegen plaatsing te zijn kwam erop neer dat je kleine kinderen geen kernoorlog kunt aandoen. De sentimentaliteit van dit argument wordt alleen geëvenaard door de trivialiteit ervan. Als iets slecht voor de mensheid is, geldt dat per definitie ook voor kinderen, en dan heeft het dus geen zin om ze als aparte categorie op te voeren. Het is een beetje kitschy om dat wel te doen. Toch worden er voortdurend maatschappelijke problemen op een manier gepresenteerd waaruit moet blijken dat het om het belang van de kinderen gaat.

Zwaaien met kinderbelangen is zo ongeveer de meest politiek correcte stellingname die iemand kan betrekken. Je bent voor het milieu en tegen giflozingen, omdat kinderen recht hebben op een schone en veilige omgeving. Het is erg als de olifanten uitsterven, want de kinderen die nog geboren moeten worden willen er ook wel eens eentje zien. Discriminatie, misdaad en oorlog zijn hoe dan ook slecht voor de kinderziel. Abortus is niet in het belang van het ongeboren kind. Echtscheiding traumatiseert kinderen. Een slecht huwelijk traumatiseert kinderen ook.

Als het in Amerika over armoede gaat, hoor je steevast het cijfer dat nu ruim twintig procent van de kinderen onder de armoedegrens leeft (van zwarte kinderen 45 procent).

Al die misstanden zijn erg of minder erg, dat hangt er vanaf, maar door die kinderen er voortdurend bij te slepen wordt de discussie geperverteerd. Alsof de olifanten, het gif, de armoede een exclusief probleem voor kinderen vormen, en alsof er, wanneer er maar voldoende zieligheid op elkaar gestapeld wordt, iemand (een machthebber? een beleidsmaker? de autoriteiten?) tot inkeer zal komen en de misstand zal verhelpen!

Het is erg voor kinderen om in armoede te moeten opgroeien, maar het is ten minste even erg voor de ouders die het moeten superviseren. Het is vreselijk voor kinderen in Afrika om van de honger om te komen, maar het is ten minste even vreselijk voor ouders om hun kinderen niets te eten te kunnen geven.

Van de week las ik een artikel over een antropologe, Nancy Scheper-Hughes, die een tijd in een Braziliaanse sloppenstad had gebivakkeerd en constateerde dat kinderen niet verzorgd werden, geen eten kregen en doelbewust verlaten werden door apathische moeders. De conclusie was, geheel in de lijn met de door haar bewonderde Elizabeth Badinter, dat moederliefde niet iets instinctiefs en natuurlijks is, maar ingegeven wordt door omstandigheden en cultuur. Zelden zag ik het lot van kinderen (en moeders niet te vergeten) op zo'n cynische wijze gebruikt voor het betrekken van een post in een wetenschaps-theoretische discussie (in dit geval de kwestie nature-nurture). Het is alsof je als onderzoeker na een periode van participerende observatie in Auschwitz concludeert dat “de geëigende wijze van joden om de wereld tegemoet te treden bestaat uit het heulen met de vijand”.

Moeder Theresa is het icoon van de liefdadigheid. Over iconen wordt lacherig gedaan en zo hoort het ook. Toch zie ik liever haar bezig, dan al die anderen die hun mond vol van de belangen van kinderen hebben, of ze gebruiken als pionnen in hun wetenschappelijke ambitie. Moeder Theresa maakt tenminste zweren schoon.

- Toen ik zo oud was als jij...